De illusie

Geplaatst onder Verhalen op 4 april 1997 door Serge van Duijnhoven
Dichters dansen niet.skeletten
//
//

Voor onze presentatie in Rotterdam kon ik de Mitsu in Amsterdam laten staan. Irene zou met haar auto komen. Ludo, Rover en Martin kwamen op eigen gelegenheid. Ik reed met Grès mee, in zijn Subaru. We reden over de snelweg richting Rotterdam. We waren nu zo vaak onderweg dat we alleen nog maar langs de weg aten. Ik stelde voor een gids over wegrestaurants en tankstations te schrijven. De Millennaar-wegsnackersgids voor bohémiens, dichters, reizigers en anderen zonder OV-jaarkaart. De lekkerste goedkope stekken in Nederland en België.
Het eerste wat we in Rotterdam deden was de boekhandels afgaan, om daar frisse exemplaren van Millennaar te bezorgen en flyers uit te delen met uitnodigingen voor onze presentatie later op die dag in De Illusie, een kunstsociëteit aan de Westerkade. We begonnen in boekhandel Langeboom. Een boekhandel die lag ingeklemd tussen een dierenzaak (’Nu! Cara’s’) en een kitscherige, Surinaamse juwelier, in een straat die door twee Rotterdamse vrouwen aan wie wij de weg vroegen werd aangeduid als de ‘Kroeskade’.
Johan Langeboom, de eigenaar van de boekwinkel, was duidelijk opgegroeid in de jaren zeventig. Hij had sluik, lang, roestig haar, een ovalen brilletje, scheve tanden en een lange, spitse neus. Tussen de boeken had hij witte bordjes gezet: ‘Per september is ons adres: Witte de Withstraat’.
We mochten Millennaar op de toonbank leggen, maar Johan Langeboom gaf ons weinig kans dat we d’r hier wat kwijt zouden raken. ‘Er gaan dagen voorbij dat ik alleen wat kranten verkoop’, zei hij. ‘De buurt is in tien jaar tijd volkomen vereenzijdigd. Dit was voorheen een goede buurt. Ik heb nog maar enkele van mijn oude klanten over. En weet je wat het is? Deze mensen, met alle respect hoor, maar ze lezen niet. Ze lezen niet. Alles wat ze willen weten wordt bij hen mondeling doorgegeven. Lezen is er niet bij. Het is een andere cultuur. Bij mijn ouders thuis was dat vroeger trouwens ook zo, hoor. Mijn ouders hadden zelfs geen bijbel in huis. Religie vonden ze maar onzin. Lezen vonden ze ongezond. Als ik een boek had geleend namen ze het me uit handen en zeiden ze: ‘Ga lekker voetballen joh, da’s nog gezond. Al dat gelees is alleen maar slecht voor je ogen.” Ik heb inderdaad een bril.’ Langeboom lachte met zijn scheve tanden. ‘Maar ik sta nu ook in een boekenzaak.’
Ik vond hem sympathiek, die Langeboom, met zijn klein volgepakte boekwinkeltje midden op een boulevard vol goedkope glitter en cara’s en alles-van-hetzelfde, en dat hij moest verhuizen omdat hij geen boeken meer verkocht, was per slot van rekening niet zijn schuld. Ik wilde bij hem een boek kopen. Ik vroeg welk boek hij me uit zijn winkel aanraadde. Hij wees een vertaling van de gedichten van Keats aan, en een boek van Willem Jan Otten. Ik vertelde Langeboom een anekdote over een jongen die ik in Amsterdam kende. Een filosofiestudent met een spirituele inslag, iemand die zich als twintiger tegen de wil van zijn ouders en tot afgrijzen van zijn vrienden had bekeerd tot het katholicisme. ‘Ik heb maar drie liefdes,’ had de jongen ooit gezegd. ‘Dat zijn Gerard Reve, Hella S. Haasse en Willem Jan Otten.’ Omdat ik het wist, van dat katholicisme, had ik toen gevraagd: ‘En God?’ De jongen had me schuin vanonder zijn bril aangekeken en gezegd: ‘Ik wist niet dat God een boek geschreven had.’
Langeboom moest er om lachen. Ik pakte het boek van Otten en mijn oog viel op een brief en twee foto’s van A.F.Th van der Heijden die aan de muur hingen, achter een glasplaatsje. Ze lieten de schrijver zien in zijn flanellen, Italiaanse bloes, signerend achter een grote stapel Advocaat van de hanen. ‘Ja,’ zei Langeboom, ‘dat is de Langeboom-literatuurprijs, die ik in 1991 uit onvrede met de short-list van de AKO-prijs ben begonnen. Het is een alternatieve AKO-literatuurprijs. In 1991 heb ik hem toegekend aan van der Heijden.’ Ik informeerde wat het bedrag van de prijs behelsde. ‘Eén promille van de echte prijs, hè. Een boekenbon van vijftig gulden.’
Van der Heijden had een beleefde brief van dank gestuurd. ‘Hij heeft beloofd dat hij komt signeren, Van der Heijden,’ zei Langeboom. ‘Maar tot nu toe is hij nog niet langs geweest.’We parkeerden onze auto op de Westerkade, voor De Illusie. Het hagelwitte gebouw, dat aan de KNMI had toebehoord, had een vooroorlogse grandeur. Het werd omgeven door een wilde tuin en een smeedijzeren hek. De deuren waren dik en van het zwaarste hout gemaakt. De tegels waren van zwart-wit geblokt marmer. Boven was een expositieruimte, waarvan vooral de bar in het oog sprong. Het fonkelende orgel van drankflessen stond zichzelf in de spiegelwand te bewonderen, en de tap had een vorm van een V die je alleen zou verwachten op de kop van een Texaanse langhoornstier. Horens van glimmend staal, om het krachtigste bier mee te tappen.
Van Harry, de barman, kregen we een Italiaans aperitief aangeboden voor we begonnen met alles op te bouwen. Om half vijf kwam de rest opdagen. Wegens een vergissing was in de kranten vermeld dat de sociëteit dezer dagen gesloten zou zijn. Dat soort fouten was niet bepaald bevorderlijk voor de opkomst van het publiek, maar we stelden ons gerust met de gedachte dat we overal in de stad flyers hadden verspreid. Om vijf uur kwamen enkele mensen binnendruppelen. Twee daarvan bleken in het gebouw ernaast te moeten zijn. De anderen waren wel degelijk voor ons gekomen. Het waren de ouders van een jongen die eigenlijk ook hier had moeten staan, maar die op kosten van papa en mama op een 1000 CC motor door de VS heen aan het crossen was. En een bekakte dame die tegen mij een lulverhaal ophing over een restaurant in die Warmoesstraat van ons waar de paella zo lekker was en waar je zo goed kon eten en waar de baas van die paella-tent, die een rode tekkel als huisbeest had, je nog persoonlijk kwam vragen of het smaakte en over haar zoonlief die om geld bij te verdienen in een pornozaak werkte, etcetera. Achterin, stilletjes, zat een Rotterdamse, met een tatoeage op haar arm en tandjes die iets uit elkaar stonden. Ze had blonde rafelkrullen, en stond op toen de eerste dichter het podium beklom. Ze bleek ingeschakeld als extra barkracht in geval het nogal druk zou zijn en Harry het langhoorn-bier niet in zijn eentje aangetapt kon krijgen.
Voor onze vier bezoekers volvoerden we zoals altijd onze show. We toonden dia’s in het trappenhuis, lazen voor vanaf het podium. De wanden hingen vol met kunst die alweer bijna zichzelf had vernietigd. Martin liet gedichten uit zijn ‘trekzak’ trekken (een accordeon-achtig kastje dat een meubelmaker voor hem in elkaar had gezet, en dat uit negen laatjes bestond die ieder een gedicht bevatten). Na afloop werd door alle drie de bezoekers geklapt. Harry tapte nog wat bier uit de hoorns.
Ludo kwam na de voorstelling hijgend aanhollen. Hij was per ongeluk in de trein naar Den Haag beland, vanaf Utrecht. Maar Ludo was de beroerdste niet. Hij hield alsnog een ‘PS-optreden’, over Isis de volle maan die die avond zou schijnen, en over zijn ‘lid dat in de morgen al levend was geweest’, terwijl hij toch maar besloot zijn lief te laten slapen. Rond acht uur was alles voorbij. We waren zelf nog onze enige bezoekers.
We staarden wat over de Maasrivier en ik nam plaats achter de vleugel. Je had er een prachtig uitzicht, daar vanuit die Illusie. Aan de overkant lagen de oude, verlaten gebouwen van de Holland-Amerika Lijn. Elke tien minuten voer er een vaporetto-bootje vanaf de Veerehaven naar het hotel aan de overkant. Als er een rivierschip voorbij toefde draaide de vaporetto een kwartslag om niet te veel op en neer te deinen. Naast het hotel stak een ranke, gedemonteerde cilinder van een scheepstoren hoog de lucht in, spookachtig, alsof de romp van het schip de grond in was gezonken. De lichten van het hotel weerspiegelden in het donkere water van de Nieuwe Maas. Het was of er nog een hotel verborgen lag onder het wateroppervlak.
De vleugel klonk prachtig, ook al was het een gewone Yamaha. Hij was scherp en krachtig, vooral de hoge tonen klonken explosief. Ik probeerde wat vrolijks, maar verviel al gauw in een ander repertoire. Ludo kwam naast me staan. ‘Jij speelt voort aan je lied, hè,’ zei hij. ‘Variaties op hetzelfde thema.’
Ik knikte. ‘Het lied heet De Illusie,’ zei ik.

We sloten ons bezoek aan Rotterdam af op het overdekte terras van Zenne, een Turks café-restaurant met levende muziek. Boten voeren voorbij. Duwboten, rijnaken, passagiersschepen en havenboten van de Speedo-toeristenmaatschappij. Een Turkse kokkin liep bij het passeren van een zo’n boot naar de rand van het kade-terras en blies luid op haar hoorn. De Speedo antwoordde, de mensen op het dek zwaaiden. Irene en Martin waagden een dans. De grote onhandige merel draaide rond op muziek van bazouki en balalaika. We dronken Sambouka en frisse witte wijn en reden terug naar Amsterdam zonder dat Grès of ik de behoefte voelde iets te zeggen.

Serge van Duijnhoven

Van Duijnhoven schreef tevens de dichtbundels Het Paleis van de Slaap (1993) en Copycat (1996) en de verhalenbundel De Overkant en het Geluk (1996). Hij is medeoprichter van De Kunstgroep Lage Landen waarvan het tijdboek MillenniuM een product is. In mei wordt een nieuwe aflevering van MillenniuM uitgegeven bij de Bezige Bij. Ook krijgt het tijdboek binnekort ruimte op de site van deze uitgeverij waar onder andere een galerie geopend zal worden.
De totstandkoming van het tijdboek MillenniuM, in de roman Millennaar genoemd, is een van de onderwerpen uit de roman Dichters Dansen Niet.

//
//

Writers Block magazine draait op WordPress. Blijf op de hoogte van de bijdragen of de reacties via RSS. Om te kunnen reageren moet je je registreren. © WritersBlock magazine. Inloggen

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s