Gooi open die poort! – interview met SvD door Sofie van der Sluis

Interview

Gooi open die poort!

Serge van Duijnhoven over poëzie, grote lijnen en de toekomst


door Sofie van der Sluis

http://www.writersblock.net/097/meistuk2.html


Serge van Duijnhoven is dichter en schrijver. Hij schreef de dichtbundelsHet Paleis van de Slaap (Prometheus, 1993) en Copycat(1996), alsmede de roman Dichters Dansen Niet (1995) ende verhalenbundel De Overkant en het Geluk (1995). Samenmet dj Dano trad hij vorig jaar op tijdens Lowlands Paradise enhet Crossing Border Festival.
Als ik van Duijnhoven spreek, heeft net dedag ervoor de presentatie van de cd Eindhalte Fantoomstad, de sprooksprekersplaatsgevonden op de Bulk Boek-dag van de literatuur. De rappers,poëten, muzikanten en dj’s beklommen gezamenlijk hetpodium om hun project aan het grote publiek voor te leggen. Het beeldmateriaal werd verzorgd door Gabriël Kousbroek.
Terwijl de zon de kamer verhit en de sprooksprekers ons vanuitde speakers toedichten (een nieuwe cd dient beluisterd te worden), licht van Duijnhoven de cd toe.

sprooksprekers.eindhalte fantoomstad

‘Deze cd is een samenwerkingsproject waarbij wij rap en poëzienader tot elkaar willen brengen. We hebben gemerkt dat er eenenorm terrein braak ligt tussen het bastion van de poëzie,met zijn festivals als De Nacht van de Poëzie en PoetryInternational, en de massacultuur of de jeugdcultuur: een leemte tussen die elitaire, of’eliteraire’ wereld en dat wat jongeren bezig houdt en interesseert. Wijhebben geprobeerd met deze cd vanuit onze specifieke invalshoekendat terrein te verkennen en te ontginnen.’

Hoe ontstond het idee voor de cd?

Het idee is ontstaan uit een grapje van OlafZwetsloot enmij, tijdens de Nacht van de Poëzie vorig jaar. We ergerdenons aan het nogal gezapige karakter van die avond en toen iemandons voorrekende dat de gemiddelde leeftijd 58 jaar was, zijn weop het podium gesprongen en hebben we gezegd dat we tegen de gerontocratiewaren, zowel in Peking als in Vredenburg. Toen hebben we allebeieen gedicht voorgelezen. Wat we toenprobeerden te verwoorden was dat ze die poort maar eens open moestengooien. Waarom zou je voor de Nacht van de Poëzie niet eenswat rappers uit kunnen nodigen? Mij gaat de poëzie ter harteen uiteindelijk gaat het mij en de organisatie van zo’n festivalom hetzelfde. Maar aan hun kwalitatief goede festival ontbreekt toch iets: levenssap, exquise en dat moet er in vind ik.

Hoe verliep de samenwerking tussen dj’s, rappers en dichters?Hadden jullie een beetje dezelfde ideeën?

Onze voorkeur voor teksten kwam redelijk overeen. We wilden allemaalteksten die licht apocalyptisch, een beetje donker, duister getintwaren. Teksten die vaak gaan over de uiteindelijk mythische grotestad aan het einde van dit millennium. Er zit dus duidelijk eenrode draad in de teksten.

Heb je oude teksten gebruikt en daar muziek onder gezet ofheb je nieuwe teksten geschreven?

Ik heb teksten gebruikt die al eerder verschenen zijn in mijnbundel Copycat [Prometheus, 1996], zoals het gedicht Noach, maar ik heb ook nieuweteksten geschreven. Aan het einde van een tv-film bijvoorbeeld,dat nu onder begeleiding van muziek vanCorelli op de cd staat. Maar ik ben vanuitde poëzie gaan werken. Ik heb eerst die gedichten geschreven,later is de muziek erbij gemaakt.

En hoe gaat het nu verder met de cd? Wat gebeurt er nu?

(lacht) Er kunnen twee dingen gebeuren: of het wordt in een verdomhoekgestopt of het maakt behoorlijk wat los. Maar welke van die tweehet wordt, weet ik niet. Daar is het te nieuwvoor, de cd is gisteren pas gelanceerd. Het gaat om een nieuwgenre dus of het verkoopt en of het aanslaat, kan je niet voorspellen.Saskia, ‘Miss Djax’, van de platenmaatschappij is in ieder gevalvreselijk enthousiast en zij doet er veel voor. De cd is heel sjiek uitgegeven en de oplage isom te beginnen2000 exemplaren. Voor zo’n project is dat veel, zeker omdat het…Het is niet zomaar de Osdorp Posse, niet gewoon hiphop,het is toch moeilijker.

Gaan je nu vaker optreden met dj’s?

Ik werk zelf al een hele tijd met dj’s samen omdat ik wil experimenterenmet de context van de poëzie. Poëzie brengen op eenbepaalde beat. Niet op een hiphop-manier, hiphop spreekt mij nietzo aan, maar samples toevoegen aan de poëzie waardoor dezeeen extra dimensie krijgt. Eén zo’n optreden trekt vaak meer mensen dan in twee,drie jaar tijd bundels van mij kopen.
Ik treed op om te kunnen leven en omdat ik het leuk vind en ditsoort dingen (doelend op de cd) kun je niet doen zonder optredens.
Kijk, als artiest of als schrijver, hoe je het ook wil noemen,uiteindelijk doe je het voor het publiek. Je schrijft iets enje wil het naar het publiek toebrengen. Dat kun je doen door alleenmaar te schrijven, wat ook heel goed kan; door je terug tetrekken en gewoon door te gaan. Maar je kan ook een manier zoekenom het zo goed mogelijk naar het publiek toe te brengen. En datinteresseert mij. Als je veel dichters beschouwt dan lijkt hetof ze willen dat het publiek er of zo min mogelijk van begrijptof er in ieder geval zo min mogelijk van geniet. En alsmensen ervan genieten, dan heerst er in Nederland vaak zo’n calvinistisch’schuld’-gevoel dat het dan wel geen echte poëzie zal zijn.

Hoe bedoel je?

Er is gewoon iets goed mis in de poëziewereld. Als ik optreedvoor mensen die niet zo oud zijn, op een middelbare school ofzo, dan lees ik voor uit ‘De Overkant en het Geluk’ of ‘DichtersDansen Niet’ en dat gaat er vaak goed in. Als ik dan zeg: ‘Ikwil ook graag wat poëzie voorlezen’… Aah! Meteen betrekkende gezichten. Het woord poëzie is besmet. Het leeft nietmeer in de belevingswereld van de mensen. Ik heb wel gehoord datmensen in de jaren vijftig meteen naar de boekwinkel gingen alsde nieuwe Randstad uit was. Mensen als Lucebert, Hans Lodeizenhebben echt veel betekend voor een groot aantal mensen die indie tijd jong waren. En wie zijn nu de helden? Dat zijn mensenals Def P. Jezus, als je dat zag gisteren, echt zwermen mensenom hem heen die handtekeningen willen. Dat is heel mooi maar dieworden dus echt totaal genegeerd door de poëziewereld. Hetis ook niet echt poëzie maar het is wel iemand die het woordweer naar de straat, naar de mensen toebrengt.
Er is duidelijk iets aan het veranderen in de belevingswereld,in de status van dingen. Ik ben er wel voorom die fundamenten een beetje te laten schudden. Ik denk dat datheel goed is voor de literatuur. Er zijn te veel normengesteld, geschreven en nog meer ongeschreven. Wat poëzieis, hoe het gebracht dient te worden, hoe het eruit moet zien,et cetera. Dat is ongezond. Je hebt soms bijna het gevoel dat jein een totalitaire wereld leeft, waarin alles al is vastgelegd.

Hoe ben jij in aanraking gekomen met poëzie?

Op een nogal nostalgische, ouderwetse maniereigenlijk: via Franse chanteurs. Léo Ferrébijvoorbeeld. Ferré heeft het geflikt om al die prachtigeFranse dichtersop muziek te zetten. Rimbaud, Apollinaire ….Dat vond ik prachtig en toen ben ik die mensen gaan lezen, toenwas ik zestien. Voor mij was dat een bevrijding. Ik zat in een sportmilieu.Mijn moeder werkte bij de tennisbond, naast ons was de tennisbaan, beneden had je het tenniskantoor, mijn broer is tennisleraar,mijn vader doet allerlei sporten en mijn oom die mij mede heeftopgevoed, is voorzitter wedstrijdtennis Nederland. Alles draaideom sport dus voor mij was het juist een manierom daaruit los te komen.

Maar hoe kwam Ferré in je leven?

Via een leraar geschiedenis. Hij bracht op een gegeven momenteen plaat mee, een oude 78 – nee, ik weet niet of het een 78-toerenwas – die heette Ni dieu ni maître. Dat was het credovan de anarchisten uit de jaren ’60 en het was een lied van Ferré(citeert) Ni dieu, ni maître, une sigarette et sans cravatte,on fume à l’aube démocarte… Dat was voor mij… Dat vond ik echt…Een wereld ging voor mij open. Toen ben ik dus meer naar Ferrégaan luisteren en ook bij Rimbaud terecht gekomen. Dat ik nu weermet muziek bezig ben en de poëzie terugbreng naar de muziekis dus eigenlijk een heel logische stap.

Waar ben je verder mee bezig op dit moment?

Ik ben een roman aan het schrijven. Najaar ’95 heb ik zes wekenin Sarajevo gezeten. Ik wilde dit boek schrijven en toen ben iker heen gegaan. Het boek gaat onder andere over… oorlog, vriendschap,liefde, idealisme. Het heet, tenminste dat is de werktitel, Boulevard Oktoberrevolutie.Het gaat over een Nederlandse oorlogscorrespondent die steedsverder weg zakt in het moeras van de redeloosheid dat oorlog is…

Vanwaar ‘oorlog’? Hoe kom je via je vorige werk, de verhalenbundel’De Overkant en het Geluk’, tot een boek over de oorlog?

In mijn werk zit een bepaalde lijn van fascinaties. Toen ik zestien, zeventien was hebik een boekje uitgebracht in eigen beheer waar poëzie, verhalenen ook kleine stukjes toneel in stonden. Het slotstuk van datboekje heette ‘De Overkant en het Geluk’. Dat ging over geluk,liefde en de betrekkelijkheid daarvan. Een beetje een melancholischrelaas. Ik heb dat toen niet afgemaakt maar twee jaar geledenheb ik een boek geschreven met diezelfde titel. Wel op een heelandere manier en een heel ander verhaal maar dezelfde thematiek.De thematiek van ‘de overkant’ en ‘het geluk’ is éénthematiek die mij interesseert.
Een andere fascinatie is… Ik heb een keereen boekje geschreven over Haile Selassië ,een Ethiopische keizer. Etiopië en Afrika hebben mij altijdgeïnteresseerd, door de mythologie van het paradijs, datdan weer met het geluk te maken heeft. Haile Selassië hadin alle twaalf provincies van zijn land een paleis. In sommigeprovincies en paleizen kwam hij zelden of nooit maar deze moestenwel voortdurend in paraatheid blijven. Er ontstond plotselingeen prachtig beeld in mijn hoofd; dat waren paleizen van slaap.Het Paleis van de Slaap is mijn eerste dichtbundel geworden waarindat symbool van iets dat sluimert, dat kan van alles zijn, centraalstaat.
Van de slaap, het nachtleven, ben ikterecht gekomen bij de house, de cultuur van de roes, roesbeleving,drugs, feesten. De roes is het dier in de mens, the human animal,zoals William Burroughs in een van zijn teksten zegt. En dat interesseertmij. De mens is een wezen dat zijn dierlijke afkomst heel ergprobeert te onderdrukken. Het dierlijke in de mens is bijna taboe.Drugs, roes, roesbeleving zorgen ervoor dat dat rationele stemmetjedat het transparante harnas om ons heen heeft gevormd, af en toewordt uitgeschakeld en het dierlijke in je boven kan komen. Maardiezelfde poel van driften die daarbij aangeboord wordt, kan ookuitmonden in oorlog. Feesten en oorlog liggen in elkaars verlengde.Oorlog is het volgende waar ik me toen mee bezig ben gaan houden.Ik ben naar Sarajevo gegaan om daar zes weken bij een moslimfamiliete logeren. Om de oorlog te ervaren, hoe het is om in een belegerdestad te wonen.
De oorlog slokt je gewoon op als je daar te langblijft. En dat is de thematiek van ditboek. Het gaat over een correspondent die daar te lang zit ensteeds verder wegzakt en zijn eigen verkniptheid ook kan botvieren.
Oorlogen op deze aarde, waar ze ook zijn, zijn vaak rosse buurten,waar het viriele krijgsvolk en ongure mensen van allerleiallooi hun lagere lusten kunnen botvieren. Dat interesseert mij.
Waar ik verder uitkom weet ik niet.

Dat is de korte lijn in mijn werk. Dat klinkt mathematisch enwaarschijnlijk is het helemaal niet mathematisch maar toch voelthet zo. Dat je steeds een stapje verder komt. Ik werk heelduidelijk mij fascinaties uit. Ik duik ergens in tot ik bijnaverdrink en dan kots ik het uit en ga ik verder. En met dat uitkotsenben ik nu bezig in Gent (grinnikt).

Bevalt het in Gent?

Heerlijk, ik wil niet meer weg daar.

Waarom Gent?

Ik heb theatervrienden in Gent van de theatergroep Dinska Bronska,met wie ik vorig jaar heb samengewerkt. Ik kwam dus al regelmatigin Gent, vanwege hun en vanwege de ‘I Love Techno’-feesten, de house-partiesin de Vooruit. Toen viel me op hoe mooi die stad eigenlijk is.België heeft me altijd wel getrokken. Ik vind zelf dat Belgiëwat sfeer betreft… Nederland is echt lelijk. Nee, niet heel België is mooi maar ik woonin Gent: Gent is mooi. Hoewel, Gent heeft ook lelijke stukken.Het is een stad waar het verval doorheenschemert. Dat is ook de schoonheid ervan. Op de middelbare schoolvond ik punkmeisjes mooi. Zij hulden zich in de plunje van delelijkheid, lange jassen, zwart, duister maar dan toch sterretjesop de wang, weet je. Dat er toch iets moois doorheen schemert.Dat vind ik mooi en dat is ook Gent. Gent is een stad die oud,vervallen is, zich hult in de plunje van de ouderdom en het vervalen tegelijkertijd klopt dat… Ik weet niet… Prachtige stad.
Maar als je schrijft moetje eigenlijk overal kunnen werken. In de trein, op het toilet,bij wijze van spreken naast je bed. Het maakt echt nietuit waar je zit…

Is het niet zo dat je omgeving je kan inspireren

Dan ga je er niet heen om te schrijven, dan ga je er heen om dingente beleven. Dat is iets anders. Als je een heleboel dingen beleeft…Tegenover die input moet ook een output staan. Een inspirerendeomgeving vind ik zo negentiende eeuws klinken. Kaarsje in eenpastorale omgeving. Dat kan hoor. Afgelopen zaterdag was ik opbezoek bij een vriend van mij die in een oude boerderij in Udenwoont. Hij is daar geboren, zijn moeder is daar geboren, zijngrootmoeder. Hij woont echt in een pastorale omgeving. Zijn gedichtengaan ook over de lindebloesem, de heg, over het aanbreken vande lente. Daar moet je ook maar van houden. Maar dan is je omgevinginderdaad op die manier inspirerend. Ik woon nu in de hoerenbuurt.Misschien dat dat ook inspiratie oplevert.

Hoe staat het met MillenniuM?

(enthousiast) Goed!

Vertel nog eens: hoe is dat alles ontstaan?

Het is eigenlijk ontstaan tijdens de studie die ik deed, Geschiedenis,waar ik mij ei niet kwijt kon. Op een gegeven moment probeerdeik samen met wat anderen een masterclass te organiseren. Een aantal professorenwilde wel meewerken als de masterclass bestemd zou zijn voordie studenten, die enigszins hun vertrouwen genoten of die inieder geval serieus waren. Er ontstond toen ontzettende commotievanuit de Studieraad en de Letterenraad dat het niet democratischzou zijn en dat iedereen het recht moest hebben om te komen. Nouokay, dan maken we het open, geen probleem. En toen kwamer niemand want het interesseerde ze verder geen fuck.
Studeren is net zoiets als leven in een bezet land. Je hebt verradersdie altijd op de loer staan en die jou aan het verlinken zijnen je hebt meelopers, collaborateurs, mensen die er gewoon met hunkoffie in de hand een beetje achteraan lopen. Daar heb ik zo’n hekelaan gekregen. En toen ben ik ook gestopt met studeren (om de studie een jaar later alsnog afte ronden – red.) en heb ik samen met anderen een groep opgericht. Aandie theatergroep uit Gent en aan andere mensen, beelden kunstenaars,muzikanten noem maar op, heb ik gevraagd of ze mee wilden doen met eengroep waarbij we een tijdschrift zouden hebben en daarnaast allerleiprojecten zouden realiseren. Die groep heet de Kunstgroep LageLanden en het tijdboek is MillenniuM. Het plan was om tot hetjaar 2000 te bestaan en in dat jaar ook echt te stoppen. We wilden inventariserendte werk te gaan en dingen in kaart te brengen die aande gang waren. Een soort van werkplaats voor mensen uit verschillendedisciplines.
Het nul-nummer is tot stand gekomen in 1993. Dat zag er zo uit(laat een klein boekje zien dat iets weg heeft van een reisgids).Dat hebben we nog in eigen beheer gedaan. De nummers daarna zijnuitgegeven door Prometheus, tot en met het vorige nummer (pakt laatste nummer:uitklappagina’s, full-color, chic papier).
Er zit een grote ontwikkeling in. We zijn heel primitief begonnenmaar dat kun je ons niet kwalijk nemen. We hebben echt heel stommedingen gedaan, het wiel opnieuw uitgevonden. Maar als je nietprobeert dan kom je ook nergens. Een heleboel mensen hebben onsuitgelachen om dit soort dingen in het begin, maar als je volhoudt…We hebben nu elf nummer gemaakt en daarnaast theaterproductiesgerealiseerd en nu die cd. Op een gegeven moment krijg je dantoch wel respect, bij sommige mensen. Een aantal journalistenis echt niet te verbeteren. Die hebben één keerzoiets gelezen, dat vinden ze het slecht, wat ik achteraf wel kan begrijpen, maar goed, het bevat wel de kiem van wat er later uitis voortgekomen. Ikvind dat je dat ook moet kunnen zien.
Het volgende nummer wordt in mei uitgegeven door de Bezige Bij.De Hardcore-catalogus, die van voor naar achter leesbaar als Hardcore-catalogusen van achter naar voor als het gezelligste blad van Nederland.And somewhere in the middle they meet. Dat hardcore heeft ietstegenstrijdigs. Onaanraakbaar zijn voor andere mensen maar binnenje eigen groepje is het hartstikke knus.

Was integratie van verschillende disciplines, zoals dat nugebeurt op de cd, een doelstelling van MillenniuM?

Integratie is geen doel, het is een middel om iets anders te bereiken.Wij constateerden dat er een aantal dingen aan het veranderenwas aan het eind van de jaren tachtig… Ik heb niet zoveel zinom daar over te vertellen eigenlijk. Ik heb daar al zo vaak oververteld, ik heb daar gewoon geen zin meer in.

Aha…

Het is een groep die heet MillenniuM en dat is natuurlijk nietvoor niets. Niet dat wij geloven dat straks de heiland op eenwit paard uit de hemel komt neergedaald om het beest voor duizend jaar in de kerkerte werpen maar omdat wij geloven dat eenaantal dingen aan het veranderen is gegaan. De digitale revolutiein de jaren tachtig, die apparatuur goedkoop heeft gemaakt waardoorbijvoorbeeld de housemuziek is opgekomen tot en met politiekereshuffles, die zijn ontstaan. Er zijn ook een aantal journalistenbij betrokken zoals Joris Abeling. Hij heeft daar veel over geschreven.
Wij wilden een vinger aan de pols houden op een manier die nietvluchtig of luchtig is zoals bijvoorbeeld Blvd. vaak doet. Heeltrendy, een hype maken van. Wat ik heel tekenend vind… (bladertin de nieuwe Blvd.) Op zich een goed blad hoor, heel mooi maardan dit:
‘Nicky, heb je nog nooit van gehoord, mc-info-conscious-kid,en zij surft even graag op het dak van een rijdende trein alsop het internet. Een alfabet over Nicky, het nieuwe rolmodel voorde jaren negentig’.
Dat toontje van ‘dit is hét voor de jaren negentig’ dat is ietswat we juist niet wilden. We wilden meer diepgang, wat meerreflectie. Vandaar dat we ook altijd wel ruimte hebben gegevenaan wat langere artikelen. Niet dat vluchtige, column-achtigewat je juist vaak in andere bladen aantreft.
In de jaren tachtig, toen ik op de middelbare school zat, heerstede angst voor de bom. Grote demonstraties. Ik was toen 11 maarik heb dat wel meegekregen, die no future-achtige sfeer. maar die sfeer is nu helemaal verdwenen. Mensen van toen organiseren nu feestenals Welcome to the Future. Die omkering vind ik heel fascinerend.Dit soort dingen (wijst op zijn techno-shirt) maar ook de gabberwerelden de house-scene zijn voor een groot gedeelte… Kiss the Future.Internet, modern design, de ontwerpen van de hoesjes van nieuwecd’s, de apparatuur die gebruikt wordt, allemaal heel futuristischin de manier van uiting. De angst voor de toekomst is omgeslagenin een ‘Maak er gebruik van!’.
Dat is het verschil tussende jaren tachtig en negentig.

door Sofie van der Sluis

met dank aan Raymond voor zijn briljant idee


Over dj Dano
Dano, dj en producer die internationaal grote faam geniet. Staat bekend als de Gabberkoning. Oprichter van de labels ‘Division by Zero’ en ‘Mokum’. Trad samen met Serge van Duijnhovenop tijdens Lowlands Paradise en het Crossing Border Festival in 1996, en in de Vooruit in Genttijdens Poetry on the Rocks.
terug

Sprooksprekers
Het woord ‘sprooksprekers’ wordt in het cd-boekje verduidelijktaan de hand van een citaat van Sander Pleij, De Groene Amsterdammer,22/5/96: ‘In de veertiende eeuw trokken beroepsvertellerslangs abdijen, hoven en steden om er met hun sproken en boerdenvoor lering en vermaak te zorgen. De sproken bestonden uit korte,rijmende vertellingen met een meestal serieuze inhoud: een stichtelijkezedenles of een hoofse moraal. De zogenaamde boerden waren inde regel spottender, met hun vechtpartijen, seks, stront, intiemlichamelijk gerief en ongerief. De sprooksprekers waren gewoonzich naar de geboorteplaats te noemen. De technieken die werdengebruikt om het volk te boeien, waren simpel en doeltreffend.De sprookspreker hield het op eenvoudige zinnen met een sterkritmisch verloop.’
terug


Aan het einde van een tv-film

we zien ons aan het einde van een film
de haren rond je kut bijknippend
op een door kattennagels en
teveel geneuk verweerde bank

we zien ons voor de ingang van de mensa
waar studenten zich om etenstijd verzamelen
misprijzend onze jeugd vervloekend
twee wilde eenden in een ren

we zien ons van de rug bezien
en hoe het was toen klam niet klam
maar ik je navel met mijn tong schoon-
likte als een zwerver zijn bedelnap

we zien ons aan het einde van een film

we zien ons gebogen over de schermen
achteloos de spetters van het tafelblad
wegvegend, onze e-mail checkend
met dwalende blik

we zien ons met schrik
in de herinnering van te veel
en veel te grote letters
in finale stilte van aftiteling

we zien ons zonder haat om het niet weten
zonder twist om wat niet mag
wat mag vergeten
zo staat het in het script

we zien ons aan het einde van een film

(svd)

terug


Over Gabriël Kousbroek
Gabriël Kousbroek is videokunstenaar, maker van animatiesen oprichter van het Amsterdamse veejay-collectief Eyegasm.
terug


Over Olaf Zwetsloot
Olaf Zwetsloot is dichter, saxofonist, nachtportier, electric-boogiedanser en componist. Winnaar van de CJP-poëzieprijs 1996en oprichter van de hiphopjazzband Line’s End. Werkt samen metdj The Prophet en co-produceerde o.a. de dancetrack Peanutbutter,uitgekomen bij Vibesin’ Dutchmen.
terug


Over Corelli
Antonio Archangelo Corelli, Italiaans componist en violist (1653-1713). De laatste jarenvan zijn leven was hij een zeer gezien componist, die door velebuitenlandse musici, onder andere Händel, werd bezocht. Corelliwas een der grote meesters van de muzikale barok en componeerde,in tegenstelling tot zijn tijdgenoten, uitsluitend instrumentalemuziek. Hoewel hij niet de eerste componist was die concerti grossischreef, behoren zijn twaalf concerti grossi tot de vroegeen klassieke voorbeelden van dit genre. Corelli heeft met zijnbeperkt, doch zeer geacheveerd oeuvre tot ver in de 18e eeuw invloedgehad.
Maar ook: van Duijnhoven’s bijnaam voor dj Dano: Signor Dano Corelli. terug


Over Léo Ferré

Frans componist en chansonnier (1917-1993), wiens chansons tot de bestevan zijn tijd worden gerekend. Zijn chansons worden behalve doorhemzelf ook door alle grandes vedettes gezongen, zoals CathérineSauvage. De chansons van Ferré’s hand zijn verschillendemalen onderscheiden (Grand Prix du Disque – 1955, Edison – 1968).
Chanteur met volstrekt eigenzinnig karakter en zeer indrukwekkende discografie. Vanaf dejaren vijftig aan de top in Frankrijk.Toonzette de grote Franse dichters, van Rimbaud en Verlaine tot Baudelaire, Apollinaire enAragon. Droeg zijn anarchisme uit in weerbarstige, persoonlijke liederen met vaak rijkemuzikale en ook orchestrale begeleiding. Werd omarmd door de revolterende studenten vanmei ’68 die zich in zijn opstandige teksten (Ni dieu ni maître) herkenden. Ferré liet eenenorm oeuvre na. Zijn woede-uitbarstingen op het podium zijn in Frankrijk spreekwoordelijkgeworden: La rage de Ferré. De man kon brullen als een leeuw, het sterrenteken waarin hijgeboren en gestorven is. Onvergetelijke liederen: Pepee (over zijn chimpansee die door zijntweede vrouw Madeleine werd doodgeschoten), Avec le temps, Il n’y a plus rien, Paris je net’aime plus, La vie d’artiste, Au temps des roses rouges, La memoires et la mer.
terug


Over Rimbaud
Jean Nicolas Arthur Rimbaud (1854-1891), Frans dichter, ontwikkeldezijn vroegrijp en virtuoos talent in zeer korte tijd. Op zijn14de jaar maakte hij Latijnse gedichten, op zijn 15de, gestimuleerddoor zijn leraar in de retorica Izambard, Franse gedichten. Naeen rebelse jeugd vol haat tegen de kleine bourgeoisie van zijngeboortestadje Charleville, belande hij in 1871 in Parijs bijVerlaine (Frans dichter, 1844-1896), die hem in de kring van deParnassiens introduceerde als een soort wonderkind, maar waarhij zich al spoedig moedwillig onmogelijk maakte. Hij had toenal verscheidene van zijn belangrijkste gedichten geschreven, waarinhij de grenzen van de esthetiek van de Parnassiens ver overschreed:Le dormeur du Val, Les assis en Le bateau ivre, uiting van hetongebonden genie op zoek naar het ongekende en het onmogelijke.
Rimbaud’s werk had een belangrijke invloed op het symbolisme enwerd een van de grootste voorbeelden van het surrealisme. De dynamischemagie van zijn taalgebruik, dat in geen enkel opzicht beantwoordtaan de ik-lyriek van zijn tijd, betekent een van de grondslagenvan de moderne poëzie.
terug


Over Apollinaire
Frans dichter en schrijver (1880-1918). Hij richtte de tijdschriftenLe festin d’Esope en Les soirées de Paris op, die beideeen kort leven beschoren waren. Naast romans en novellen schreefhij essays en kritieken. Apollinaire was een voortreffelijk kunstkennerdie diep wist door te dringen in het wezen van de contemporaineschilderkunst met haar snel opeenvolgende ontwikkelingsfasen alshet fauvisme, kubisme en orfisme. Zijn publikaties zijn voor detoenmalige schilderkunst van het grootste belang geweest, doordathij vele ogen opende voor wat er op dit terrein op dat momentleefde. Vooral als dichter had Apollinaire eminente betekenis.Alcools (1913) en Calligrammes (1918) behoren tot de belangrijksteen invloedrijkste scheppingen op het gebied van de hedendaagsepoëzie. Hij stond open voor vernieuwingen, ook naar vorm.Zo schrapte hij in Alcools stelselmatig alle leestekens en trachttehij in Calligrammes typografische vormen te vinden, aansluitendbij de inhoud van het gedicht. Hij kan worden beschouwd als eenvan de belangrijkste vertegenwoordigers van het kubisme op letterkundigterrein en als voorloper van het surrealisme.
terug


Over Haile Sellasië
Ook genaamd de Leeuw van Juda, oorspronkelijke naam Ras Tafari. Regeerde een halveeeuw over Ethipië. Werd door Mussolini uit zijn land verdreven, stal de show in de Volkenbond in 1939 en heroverde in 1941 met een karavaan kamelen en hulp van de Engelsen zijnveertien paleizen. Na de oorlog werd hij de major domus van Afrika, de messias van deRastafari’s en de heerser over een hongerend volk tot in 1974 een bloedige revolutie eeneinde maakte aan de monarchie. De keizer werd in 1975 door verstikking om het levengebracht. Zijn beenderen werden in 1991 aangetroffen onder de vloer van het toilet in dewerkkamer van dictator Mengistu. Nog altijd wordt gewacht op de nationale herbegrafenisvan de Leeuw van Juda.
terug

Film
Muziek
Politiek
Literatuur
Wetenschap
Human Interest

Serge van Duijnhoven

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s