Obiit in orbit – aan het andere einde van de nacht

SERGE VAN DUIJNHOVEN – OBIIT IN ORBIT
‘Verdwenen in de nacht’
Dichtbundel + cd

Djax-1110
Release eind december ’98

Serge van Duijnhoven, Miss Djax, DJ Fat, Stefan Robbers, DJ Dano, Paul Mennes, Mariecke van der Linden, Antonia Libert (cello), Hagar (stem, piano).

Producer/regie: Walter Janssens. Ontwerp: Designpolitie. Uitgever: Djax Records Eindhoven, De Bezige Bij Amsterdam

Het Boek en CD
Serge van Duijnhoven bouwde de afgelopen jaren een reputatie op als eigenzinnig dichter en performer. Hij bestormde het podium van de Nacht van de Poezie met een pleidooi voor meer Jonge Dichters, ageerde tegen de ‘elitaire aderverkalking’ van de Nederlandse poezie en polemiseerde hierover met onder anderen Gerrit Komrij.

De frequente samenwerking met videokunstenaar Gabriel Kousbroek en een drietal bekende dj’s en technoproducers uit Nederland en Belgie – DJ Dano, Stefan Robbers en DJ Fat – resulteerde in Obiit in Orbit verdwenen in de nacht.

Het is een dichtbundel met cd, een adembenemende uitgave zoals niet eeder in Nederland is verschenen. De indringende teksten worden versterkt door krachtige elektronische muziek.

Obiit in orbit.omslagnr1

De Schrijver
Serge van Duijnhoven (1970) is de oprichter van het tijdschrift MillenniuM. Samen met rapper Def P en dichter/saxofonist Olaf Zwetsloot vormde hij in 1997 het collectief De Sprooksprekers dat tal van optredens gaf binnen en buiten de gevestigde literaire circuits. Hun cd ‘Eindhalte Fantoomstad’ werd genomineerd voor de Heineken Crossover Award.

Serge van Duijnhoven schreef de romans ‘Dichters dansen niet’, de verhalenbundel ‘De overkant en het geluk’ en de dichtbundels ‘Het paleis van de slaap’ en ‘Copycat’. De laatste bundel werd genomineerd voor de Rotterdamse Designprijs 1996.

De titel Obiit in Orbit schoot Serge van Duijhoven te binnen toen hij in een kerk in zijn woonplaats Gent een kaars opstak voor een overleden vriend, bij een beeld van Sint Joris die een draak doodde. Aan de muren hingen familiewapens met geboortejaar en sterfjaar: natus 1567 – obiit 1613 nata 1623 – obiit 1678

Filosofisch is de titel een vrije samenstelling; orbit is geen woord uit het latijn, het is een Engels woord. De strekking moge echter duidelijk zijn: hij die opging in orbit

De teksten en de muziek van Obiit in Orbit gaan allen over het zwart; de krachten van vernieling die werkzaam zijn rondom, en die graaien en trekken en duwen tot ze ons in hun houdgreep krijgen. De uitdaging is stand te houden.

Serge van Duijnhoven maakte met Obiit in Orbit een huiveringwekkend mooi, maar ook bitterzwart album waarin hij teksten op muziek zette over Joris Abeling, die in februari 1998 naast hem om het leven kwam tijdens een fataal auto ongeluk in Hongarije. En over zijn bestraalde vader die beschreven wordt als ‘Astronaut in zijn capsule’, bezig op zijn sterrevaart door het heelal. Tijdens de voordracht van dit gedicht begeleidt Serge zichzelf op de vleugelpiano.

Sommige teksten in de bundel hebben een lichtvaardige aanpak gekregen op de cd, zoals bv. het nummer ‘Zo komt het’ waarin Serge 261 manieren van doodgaan op virtuoze, hiphop-achtige wijze ten gehore brengt. Een van de nummers op de cd ‘Op een dag zal dit leven wijken’, is een hommage aan Jacques Brel die twintig jaar geleden overleed; een gevoelig maar krachtig lied, met electronische en akoustische begeleiding van DJ Fat en celliste Antonia Libert. Op de cd komt ook een duister sexy nummer voor dat Serge samen heeft geschreven met de talentvolle jonge zangeres/componiste Mariecke van der Linden (Cocktails & Canapes).

Met Obiit in Orbit combineert Serge van Duijnhoven de traditie van het chanson met de krachtige flow van de hiphop, de sombere gevoelige snaar van Leonard Cohen met de woede van Leo Ferre, de toegankelijkheid van de Sprooksprekers met de zwoelheid van Gainsbourg.

De Pers
‘Serge van Duijnhoven is een van de mensen die hebben geholpen een literaire klimaat te scheppen waarin meer mogelijk is dan voorheen. Op hem moeten we zuinig zijn want zoveel getalenteerde, daadkrachtige en eigenzinnge kunstenaars zijn er niet.’

Rob van Erkelens, De Groene Amsterdammer

‘Als poezie een tijdsbeeld moet schetsen, is Serge van Duijnhoven een Van Gogh die schildert met woorden’

Tracklist / RealAudio

Release: 11981 (CD)
Project: Obiit in Orbit
Artist: Serge van Duijnhoven
Year: 1998
Remark: cd with poembook.
Poems and lyrics by Serge van Duijnhoven
Music by: DJ Fat, Stefan Robbers, Miss Djax, Hagar, Mariecke MCK, Zepplin, Paul Mennes, Antonia Libert, Bosz de Cler. VJ Gabriel Kousbroek
Tracks:
01: Dansen op een bevroren Styx
02: Wis uit deze boodschap
03: Nacht in hotel Orbit
04: Zo komt het
05: Mors stupebit et natura
06: De civitate Dei
07: Op een dag zal dit leven wijken
08: Caleche du Sexe
09: Met de roltrap verdwijnt hij
10: Zumi Pop
11: Koffie
12: Psychopathia Sexualis
13: De crash
14: Astronaut (ghosttrack) recorded live at Sprooksprekers performance 17 October 1997, Antwerp, Belgium


Collega-dichter en muzikant Menno Wigman schreef in Trajectum  van 18 januari 1999: “Obiit in orbit is een stemmige, bij vlagen overrompelende cd die tot het beste behoort wat muzikanten en dichters samen tot op heden in Nederland hebben bereikt. (…) Een van de gewaagdste poëzieprojecten van de afgelopen jaren.”

Over Obiit in orbit; aan het andere einde van de nacht (1999)

Obiit in orbit is een stemmige, bij vlagen overrompelende cd die tot het beste behoort wat muzikanten en dichters samen tot op heden in Nederland hebben bereikt. (…) Een van de meest gewaagde poëzieprojecten van de afgelopen jaren.’
– Menno Wigman in Trajectum 18 jan. 1999

‘Mooi zijn de teksten. Heftig. Een bijzonder document. Dat is het.’
– Jos Jagers, in De Nieuwe Revu, jan. 1999

‘Hierop schildert hij met woorden en messcherpe teksten levensechte schilderijen over dood en liefde.’
– Nieuwsblad van het Noorden, 17 febr. 1999

Sander Pleij / De Groene Amsterdammer – jan.1999:

Serge van duijnhoven dichter-performer / ‘obiit in orbit’

‘DIT BOEK STOND niet gepland. Ik werkte aan een roman over een oorlogscorrespondent in Sarajevo; die was bijna af. Tot ik op 4 juni 1997 hoorde dat mijn vader een hersentumor had en razendsnel aftakelde. Het aftakelingsproces was gruwelijk: voor mijn ogen zag ik de vernietiging van een man die vitaal was, en zachtaardig. Tot een levend skelet overbleef.

DOOR Sander Pleij

Mijn vader had in zijn hoofd een tumor van de meest agressieve soort. Een astrocytoom, graad vier. Hij bestond uit stervormige cellen, waarvan de punten afbraken en nieuwe cellen vormden zodat ze exponentieel groeiden. Mijn vader had nog maar een paar maanden te leven. Hij werd bestraald in een stralingscapsule die Saturnus 41 heette. Juist toen was dagelijks het bevroren Mir-ruimtestation in het nieuws. En dat wagentje op Mars: de Pathfinder. Ondertussen ging mijn vader in de Saturnus 41, als een astronaut in een capsule. Vanwege de sterren in zijn hoofd. Toen heb ik het gedicht ‘Astronaut’ geschreven. Over “een ster die zwelt en uiteenspat met geweld”.
De artsen hadden hem al opgegeven, maar opeens herstelde hij. Miraculeus. Ik kon me weer zetten aan het afmaken van mijn boek. Ter voorbereiding ging ik naar Sarajevo. Joris wilde heel graag mee.
Het was heel leuk. We logeerden bij moslims. En we gingen skiën in Pale, waar Radovan Karadzic zou zitten. We dachten dat daar een verhaal in zat; konden we onze reis terugbetalen. Door Hongarije reden we naar huis, toen – Pang! – de dood er weer flink inhakte.
Een boer – hij was stomdronken – draaide plotseling de weg op vanaf zijn land. Ik gooide het stuur om en we schoten erlangs maar knalden boven op een tegenligger. Precies op de plek waar Joris zat. We sloegen over de kop, kwamen neer op de kant van Joris en eindigden tegen een boom. Weer aan de kant van Joris. Hij heeft alle klappen opgevangen, ik leef nog – als dat geen vriendschap is.
Ik kwam bij toen brandweermannen bezig waren ons uit het wrak te zagen. Ik keek naar Joris en zag dat hij zijn ogen open had. Hij was al dood. Toen ze me uit het wrak hadden gehesen, ben ik er gelijk omheen gaan lopen. Ik moet zoveel adrenaline in mijn bloed hebben gehad: mijn knie was helemaal kapot maar ik voelde niets. Toen ik Joris zag, ben ik aan hem gaan trekken: Joris! Kom mee, we moeten weg. Eruit! Uiteindelijk heeft een brandweerman me van achteren beetgepakt en vastgehouden. “Dein Freund ist Tod”, zei hij.
Het herstel van mijn geheugen heeft drie maanden geduurd. In het begin probeerde ik in godsnaam maar grip op de werkelijkheid te krijgen. Ik had een zware hersenschudding en er was een hap uit mijn leven genomen. Ik heb het teruggekregen door me zo gedetailleerd mogelijk te herinneren wat in die hele vakantie gebeurd is. Maar iets in mijn geheugen mist, het cruciale moment waarop mijn dierbaarste vriend weg is en waar de vernielingen plaatsvinden, is weg.
Het voelt alsof ik ben uitgegleden van de werkelijkheid.
Thuis in Gent, op krukken, kon ik niet zomaar doorgaan met mijn roman. Als je van schrijven je beroep maakt en je beslommeringen wilt omzetten in literatuur, dan zou het wel heel cru zijn om wanneer er écht iets dramatisch en ingrijpends gebeurt, gewoon verder te gaan met je fictie. Ik móest deze bundel maken, het is mijn wraak op de vernielingen. Zin geven? Je kunt geen zin geven aan dingen die geen zin hebben. Dat Joris op zo’n kloterige manier is omgekomen en dat mijn vader op zo’n afgrijselijke manier moest aftakelen tot-ie dood was, dat heeft geen zin. En je kunt er ook geen zin aan geven door erover te schrijven.’
‘IK KON MIJN tanden zetten in deze bundel. Niet alleen in het schrijven van de teksten, ook in het maken van muziek. Dus ja, het is dan toch een vorm-geven aan iets wat je niet kunt vatten, wat je niet begrijpt en wat je niet kunt beetpakken. Een deel heet niet voor niets Wij Doen Verder. Die kreet staat om de hoek bij mijn huis op de muur. Ik moet er elke dag langs als ik naar de supermarkt ga.
Er zijn meer kerken en punten in Gent die me regelmatig herinneren aan… gewoon, aan Joris. Je hebt een Sint-Jorishof, een Sint-Jorishotel. Midden op de Michielshelling staat een schitterend bronzen beeld van Sint-Joris. Hij heeft zijn voet op de hals van een draak gezet en hoeft hem alleen nog maar te doden. Ik kom er zo’n drie keer per dag langs. Ik steek mijn vuist op en zeg: “Miss you, brotherman.”
Op een keer stak ik in de Sint-Nicolaaskerk een kaars op voor Joris, toen ik op een familieheraldiek zag staan: natus 1510-obiit 1540. Ik dacht: Shit, de titel moet Obiit in Orbit worden! Want dat woord orbit, daar zat ik al mee sinds het gedicht ‘Astronaut’. Filologisch klopt het niet helemaal, orbit is Engels en geen latijn.
De bundel bestaat uit zes cycli van gedichten en een cd. Poëzie en muziek zijn voor mij natuurlijke partners. Het bedrijven van poëzie stopt niet met het schrijven van de tekst. In de volgende fase ga ik me de tekst eigen maken. Teksten waar je echt je ziel in steekt, moet je uit het hoofd kennen. Dan ga ik een vorm zoeken om ze naar het publiek toe te brengen. Muziek is daarbij voor mij een heel natuurlijk vehikel.
In 1995 heb ik de band Dichters Dansen Niet opgericht. Met DJ Dano, DJ Fat, DJ @ Random, VJ Gabriël Kousbroek en celliste Antonia Libert. We geven optredens gericht op een dans- en op een meer literair publiek. Ook dan kan het gebruik van samplers en elektronische apparatuur de moeite waard zijn. Er zijn fascinerende poëtische collages van geluid, stemmen en teksten te maken. Ik heb het gevoel dat we pas aan een begin staan.
De nummers op de cd zijn soms spoken-word-achtig, met donkere geluiden eronder van Miss Djax. Soms neigen ze naar het gesproken chanson. Soms zijn ze bijna hiphop. Met elektronische muziek kun je de duistere sfeer maken die ik graag wilde hebben.’
‘TWEE DAGEN nadat mijn vader overleed, was het album klaar. Mijn vader overleed tijdens de lancering van John Glenn. Om tien over half tien. Discovery Channel vertoonde de documentaire The Astronaut. Dat is… tja, Van der Heijden heeft me geschreven: “Synchroniciteiten hebben de neiging om zich samen te clusteren rond de dood.”
Ook rondom de dood van Joris heeft zich synchroniciteit samengeclusterd. Hij las op weg naar het ongeluk voor uit Among the Thugs van Bill Buford, een boek over voetbalvandalisme. En hij had net geprobeerd een documentaire over Carlo Picornie te maken. Nu ligt hij begraven op de Oosterbegraafplaats náást Picornie.
Waarom? Omdat er miezers in de lucht zitten, zou Hugo Claus zeggen. Serieus hoor. In Het verdriet van België heeft het twaalfjarige jongetje Louis Seynhaeve het daarover. Als er iets magisch is, dan vliegen miezers door de lucht of klonteren zich samen in de asbak. De orbit – ja. Ik ben geen magiër, maar er is natuurlijk meer tussen hemel en aarde. Ik noem het maar miezers, want ik heb geen sluitende filosofische of religieuze verklaring. Dat ze rond de dood samenklonteren, heeft met de alchemie te maken. Er gebeurt iets. Er verandert iets. En dan zal er veel aanwezig zijn. Maar ja: wat? Er ver-vliedt iets. Dat gevoel had ik heel sterk bij de dood van mijn vader. Ik heb zijn laatste adem op cassette opgenomen. Dat is heel eng, je voelt heel duidelijk dat iets ver-vliedt. Ik besefte plotseling: dadelijk is hij er niet meer. Ik heb foto’s gemaakt. Ik wilde iets béhouden. Het had iets heel magisch. Hij heeft echt tot de allerlaatste snik gevochten om in leven te blijven. Twee uur nadat hij was afgelegd – door onszelf – was hij op zijn rug nog gloeiend heet. Je hoort een marathonloper… iuuh-fwoe… iuuh-fwoe… De intervallen worden langer, iets korter. Dan weer langer. Elke keer denk je: oké dit is het dan. En dan toch weer… tot, op een gegeven moment, de laatste, ja: reutel.
Maar Joris heb ik niet zien doodgaan, zien vervlieden. Hij was levend toen ik in zwijm raakte, hij was dood toen ik bij bewustzijn kwam. Hij las uit een boek, lachte, riep: kijk uit! En was weg.
Wat vervliedt en hoe? Mijn interpretatie, of verwerking, staat in Obiit in Orbit. Wat heeft de dierbare voor me betekend? Waar is-ie? Kameraad: waar ben je nou? In het gedicht ‘Zo Komt Het’ staan 223 manieren om de dood te omschrijven. Het einde: “Hoe het ook komt, het blijft een gok: wat je wint, wat je verliest als ons leven zich in nevel aan ons netvlies vastvriest.”
Van Joris herinner ik me heel duidelijk wat in de laatste regel van het gedicht ‘Joris Drakendoder’ staat: “eeuwige staar”.
Tjak! Het wordt star als iemand dood is.’

© Sander Pleij / De Groene Amsterdammer

over BLOEDTEST (De Bezige Bij 2003):

ISBN 9023410815

2 reacties

  1. Hoi Serge,

    ik was vroeger in het bezit van enkele boeken & albums(Dichters Dansen Niet, Eindhalte fantoomstad en Obiit in Orbit). Door een stom toeval ben ik een deel van mijn boekencollectie kwijtgeraakt.
    Zijn eerdere genoemde titels nog ergens te verkrijgen?

    mvg
    J

    • Hai Jan! Ik vrees van niet. De titels die je noemt zijn alle volledig uitverkocht. Misschien heb je wel nog kans om een exemplaar antiquarisch op de kop te tikken. Evt. heb ik voor je beschikbaar: Balkan – Wij noemen het rozen, Klipdrift, De zomer die nog komen moest, De overkant en het geluk.

      Laat maar weten of daar iets tussen zit. Dan komen we wel tot een vergelijk.
      Vriendelijke groet uit Brussel,

      Serge


Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s