Standvastigheid – over NI DIEU NI MAîTRE van Léo FERRE

‘Ik ervaarde de puberteit als een vernedering. Iets wat je moest ondergaan als een straf die je genadeloos was opgelegd zonder dat je wist waarom. Emotioneel was ik een losgeslagen projectiel. Lichamelijk een etterende groeipuist. Mijn acne trachtte ik met scheermesjes weg te snijden, wat fikse ontstekingen opleverde. De sneetjes en schrammen plakte ik af met kleine snippers Leukoplast. Ik kocht flesjes alcohol en oxiderende zeep om mijn vettige porien te reinigen. Ik ging onder een zonneapparaat liggen om de talkachtige ongerechtigheden weg te branden in een licht- en vitaminekuur. Zo erg dat ik m’n gezicht eens tot in de tweede graad verbrandde. Ik probeerde weg te kruipen in mezelf, onder een steeds gehavender epidermes, tot ik letterlijk uit m’n huid barstte.

Om te weten wat puberteit en middelbare school al niet kunnen uitrichten op een uit zijn voegen en zijn vel barstende, dromerige jongeling leze men ” L’enfant” en “Le bachelier” van de Franse negentiende eeuwse schrijver en Communard Jules Vallès. Het regime van lesuren en leraren heeft de hoofdpersoon in deze boeken, Jacques Vingtras, zes jaar van toorn in zijn zenuwen gepropt. Zo erg was het met mij niet: in mijn geval ging het een jaar of drie, vier. Het eerste jaar verliep redelijk vlekkeloos, het laatste jaar werd de zoektocht naar vrijheid en eigenwaarde eindelijk aanvaard en vertrok ik van huis.

Daartussen liggen de gangen en lokalen van onzekerheid en dwang. Jaren van verandering en vervreemding. Ik wilde los van mijn lichaam, mijn vel, de spieren die zich onverhoeds ontwikkelden, de hormonen die donkere haren deden opspringen uit de huid, ik wilde los van het stringente tennis- en sportregime dat zowel bij ons als bij mijn vrienden thuis met penepolesische discipline werd uitgeoefend (‘kom terug met je racket, of erbovenop!’ riep mijn moeder bij het uitzwaaien voor een wedstrijd, als een mama uit Sparta), ik wilde weg uit de beklemming van het ouderlijk huis waar geen boeken waren te vinden behalve de strekkende meters leren band van de Winkler Prins Encyclopedie. Ik wilde me bevrijden van de last der exacte vakken die me verplicht waren gesteld door een vader die vond dat zijn zoon net als hij zijn toekomst veilig diende te stellen als burgerlijk (civiel) ingenieur. Ik wilde toneelspelen, maar dat werd bij ons als iets voor homosexuelen bestempeld.

Ik liet me inspireren door enkele mensen op mijn lyceum die grote indruk maakten. Zoals de leraar geschiedenis, Paul Offermans, een vrijgevochten artistiekeling die de geschiedenis als een prachtige, rumoerige gloed achter zich aan droeg. Zijn warme, kruidige aftershave had de geur van legende. Wat had die man al niet meegemaakt? Op school gonsde het van de verhalen over de rol die hij gespeeld had in de revolutie van de jaren zestig, het wilde experiment van de jaren zeventig; jaren die evenzeer aan mijn ouders voorbij waren gegaan als de Hollandse Opstand aan een Chinese boer ten tijde van de Ming Dynastie. Met de muziek uit deze tijd maakte ik pas kennis aan het eind van de jaren tachtig. Tot die tijd leefde ik, net als mijn ouders, in een kunstmatig universum van kitscherige fluoplastieke muziek en bubbeltjesbarok. Manieristisch gekweel met de diepgang van een poederdoos. De hartstocht was er wel al, al drong ze zich vooralsnog op zonder een passend object te kunnen vinden. Tot die vrijgevochten soixante huitard Paul Offermans op een goede ochtend tijdens de les geschiedenis een bakelieten plaat liet horen, op een draagbare platenspeler in een soort koffer, van een Franse zanger genaamd Leo Ferre. Een man met een gekarste, bijtende stem, geen saffier of fluweel, geen zoetgevooisd gezever van een angelsaksisch popengeltje, maar het rokende vitriool van een opstandige lucifer die zichzelf begeleidde op de piano. ‘Je vous souhaite: “Ni dieu, ni maître!”‘ Geen god en geen meester, dat is wat ik u toewens.

Ni dieu, ni maitre.

Une cigarette et sans cravatte

leopoing2

on fume a l’aube democrate . foto: http://www.leoferre.org/

Ferre brak het slot op mijn geharnaste bewustzijn. Via hem ontdekte ik de literatuur, de dichters die hij op muziek had gezet: Rimbaud, Baudelaire, Aragon, Apollinaire. En Leo Ferre zelf, natuurlijk. Met nummers als: La vie d’artiste, La memoire et la mer, Poetes, vos papiers! L’espoir, Pepee, La Solitude… Je hebt twee soorten mensen, zong Ferre, zij die nooit knielen, en de anderen… De man was een voorbeeld voor een bepaalde levenshouding, de Amour Anarchie. Ik hoorde hem zingen, Rimbaud citerend: ‘Je veux la liberte dans le salut. La verite dans une ame et un corps.’ Wow ! Dat is wat ik ook wilde! Dat lef, die attitude, die vrijheid om nee te zeggen en je eigen pad te volgen. Om uiteindelijk, zoals een van die mooie gothische priesteressen van de No Future op school tegen me zei: ‘jezelf toe te behoren en niemand anders.’ De corridor de passage van mijn puberteit mondde uit in een ruimte die op een symbolische wijze samenviel met het einde van de Koude Oorlog. 1988-89 waren jaren van een dolle entropie, van intellectuele en sexuele bevrijding. Maar het begin, de big bang van die zelfontplooiing, is helemaal terug te voeren tot die ene ochtend, waarop ik deze plaat te horen kreeg van die norsige franse eigenheimer met zijn wilde leeuwenkop: Ni dieu Ni maitre. Het mooiste wat iemand me ooit toewenste…’

© Serge van Duijnhoven, voor het Radio 1 programa Zazou van de VRT

NI DIEU NI MAîTRE

La cigarette sans cravate

Qu’on fume à l’aube démocrate

Et le remords des cous-de-jatte

Avec la peur qui tend la patte

Le ministère de ce prêtre

Et la pitié à la fenêtre

Et le client qui n’a peut-être

NI DIEU NI MAîTRE

Le fardeau blême qu’on emballe

Comme un paquet vers les étoiles

Qui tombent froides sur la dalle

Et cette rose sans pétale

Cet avocat à la serviette

Cette aube qui met la voilette

Pour des larmes qui n’ont peut-être

NI DIEU NI MAîTRE

Ces bois qu’on dit de justice

Et qui poussent dans les supplices

Et pour meubler le sacrifice

Avec le sapin de service

Cette procédure qui guette

Ceux que la société rejette

Sous prétexte qu’ils n’ont peut-être

NI DIEU NI MAîTRE

Cette parole d’évangile

Qui fait plier les imbéciles

Et qui met dans l’horreur civile

De la noblesse et puis du style

Ce cri qui n’a pas de rosette

Cette parole de prophète

Je la revendique et je vous souhaite

NI DIEU NI MAîTRE

NI DIEU NI MAîTRE
Léo FERRE  (1964)
http://www.leoferre.org/textenidieuni.html

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s