Missing links in de verzamelde werktuigen van W.F. Hermans

1.1 VUILSTORTKOKER

‘Beste Freddy,

Je met boeken bezaaide flat heeft interessante indrukken bij mij achtergelaten. Ook ben ik zeer geimponeerd door de manier waarop je de vuilnisklep van de stortkoker in de keuken hanteert. Deze wordt opengetrokken met de linkerhand waarna een korte elegante polsbeweging van de rechter het te verwijderen voorwerp in de muil van de onderwereld doet belanden. Daarbij krijg je onwillekeurig een schalkse uitdrukking op je gezicht, die verraadt dat je graag oude dingen weggooit.
Hoe anders dan ik. Ik moet een dagelijkse strijd voeren, die ik maar eens in het jaar op punten win, om niet elk oud luciferdoosje, pillenflesje, stukje karton, leeg filmspoeltje te bewaren. Mijn moeder was ook zo, maar die was bovendien voorzichtig met geld, terwijl ik bij tijd en wijle op roekeloze wijze grote sommen vergok. Pennywise and poundfoolish, noemden de Engelsen dat, die, zoals je weet, van de Hollanders afstammen. Al doen de aenemische gelaatstrekken van het Engelse volk vermoeden, dat er ook Belgisch bloed is gespild aan de overzijde van het Kanaal. Julius Caesar klaagde er al over, in zijn De Bello Gallico, dat de kustbewoners aan beide zijden van de grijze Noordzee opvallende overeenkomsten vertoonden wat betreft hun turfachtige huidskleur, vlasachtige touwhaar en overige (dixit de generaal) ‘gebutste en plompe gelaatstrekken’. Zouden de vissers, druïden en avonturiers uit de kustgebieden behalve vis, amber en gerst ook hun vrouwen en dochters met elkaar hebben geruild en voor eigen consumptie verscheept (na ze eerst een paar keer door de pekel te hebben gerold, om het vlees voor vroegtijdig bederf te behoeden)?
Godzijdank hebben zowel Belgie als Britannie hun genetische armoede de afgelopen eeuwen wat kunnen compenseren via de influx uit hun Afrikaanse en Indische kolonien. Juist op dit punt hebben racisten en puristen het helemaal mis. Met mensen is uiteindelijk net als met honden: wilde kruising is altijd de sterkste…
Hartelijk gegroet, vanuit de kille vlakte van het noorden
Willem Frederik Hermans

HAREN (GR.) maart 5, 1973’

missing links in de verzamelde werktuigen van W.F. Hermans

1.2 VRIJGEZELLENMACHINE

‘Gisteren en vandaag opnieuw gesleuteld en geknutseld aan het werktuig dat ik onlangs heb ontworpen, en dat ik om ietwat sentimentele redenen ‘Battre de l’aile’ heb genoemd. ‘Battre de l’huile’ zou ook een aanduiding kunnen zijn voor dit raadselachtige, naar zeeschepen, machinekamers en viskotters ruikende mechaniek. Het gaat om een perpetuum mobile dat is samengesteld uit een traag klapwiekende vleugel (van een echte zeemeeuw), een grote apothekerslepel, metaaldraad, en een zeeschelp vol afgewerkte motorolie. Een klein pompje, dat in de schelp is aangebracht, sproeit olie in de lepel, waardoor het mechaniek beweging krijgt. Het werk heeft iets macabers, alsof de vogel dood is en deze vleugel zich heeft losgemaakt van het meeuwenlijf. Tegelijkertijd bezit het de onmiskenbare esthetiek van alle werktuigen die het ongenaakbare concept vertegenwoordigen van ‘les machines célibataires’ zoals gedefinieerd door Michel Carrouges in navolging van Marcel Duchamp… De ‘vrijgezellenmachine’ die vorm geeft aan het oude menselijke verlangen gelukkig te worden zonder medewerking van een ander menselijk schepsel. Een werktuig dat nergens specifiek voor dient, dat vooral als voorstelling bestaat en uitdrukking geeft aan de mythe van de machine, de enige mythe waar de moderne mens met goed fatsoen in kan geloven, zonder zich aan te stellen… Ondertussen gaan mijn gedachten alweer uit naar nieuwe werktuigen, die mij in de toekomst gezelschap mogen komen houden: de tatoeermachine, de gebedsmachine, de moordmachine waarmee duizenden te pletter worden gesmeten (een machine met een fijne neus voor collega-schrijvers en recensenten), de dubbelgangermachine, etc. etc. Ideetjes spuien is natuurlijk een fluitje van een cent. Ze realiseren, dat is andere koek. We zullen zien. Voorlopig maar even genieten van de wiekende vleugelslag van mijn celibataire vriend die zijn motorolie oplepelt zoals ik mijn soep. Ik kan uren achtereen met hem dineren. Zijn tafelmanieren zijn voortreffelijk. Hij slurpt nooit, zijn conversatie is stemmig en elegant, hij valt in de smaak bij gasten, stelt nooit teleur, en bestelt ook geen dure flessen Chambertin bij het eten alleen om jou een hak te zetten. Aan afgewerkte olie heeft hij genoeg. Hij is, kortom, hoffelijk en betrouwbaar en galant. Mijn vrijgezellenvriend, mijn Ongetrouwde Makker, steun en toeverlaat…’

Rudy Kousbroek en Wim Hermans in Turijn 1965

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s