EEN SUBLIEME ILLUSIE

Aankomst in Cannes. Deze inmiddels zo fameuze stad gelegen aan de Côte d’Azur bezoek ik vaker, al was het maar omdat mijn moeder er met haar huidige echtgenoot – die luistert naar de mooie en ietwat bevreemdende naam Monsieur Vendredi (Joseph voor vrienden) – in de bovenstad  een stulp heeft betrokken met uitzicht op een reepje Middellandse zee. Mijn vader leelf al geruime tijd niet meer, en zijn heengaan heeft ons allen – mijn moeder in het bijzonder – veel verdriet gedaan. Maar inmiddels behoort mijn moeder tot een van die kwieke wat oudere lieden die je – met een verwijzing naar dat ophefmakende bon mot van Johan Anthierens – zonder te verpinken kunt horen verkondigen dat ze niet zozeer “gelukkig is gescheiden” als wel “gelukkig is hertrouwd”. 

Hoewel ik me voorstel dat ook de dood beslist zijn voordelen kan hebben, is en blijft geluk een privilege van de levenden. Een beperkt maar toch niet onaanzienlijk tegenwicht dat wij als levenden in de schaal kunnen leggen, tegen de verpletterende stilte van het pax aeternam. De Fransen noemen geluk wel: cette étrange chose qui n’existe pas, et pourtant un jour n’est plus. Geluk als dat vreemde ding dat niet bestaat, en er toch op een dag niet meer is. De wat nostalgische definitie van een sublieme illusie. En dat is waar het hier in Cannes welbeschouwd toch ook allemaal om draait: een sublieme illusie, vormgegeven op celluloid als een „art majeur“ die keer op keer (voor de 63e maal dit jaar) in ere wordt gehouden in het meest gigantische filmfestival ter wereld.

Cannes is de hoogmis, de eredienst van de religie die ooit door de aartsvaders Lumière in het leven is geroepen. Het is het Concilie van Lateranen van de cinema. De hadj rondom de Kaaba van de cinefiel. Het is het nec plus ultra van de sublieme illusie. Ik hoorde een collega op de Croisette – de langgerekte strandboulevard die Cannes zijn karakter en zijn charme geeft – vorig jaar zeggen : « als je niet van Cannes houdt, houd je niet van film ». Ik beaam. Het omgekeerde echter, is niet waar. Als je van Cannes houdt, hoef je niet perse cinefiel te zijn. Je kunt van Cannes houden om tal van redenen, elegante, diepzinnige, louche of stiekeme. Wat de juiste of verkeerde zijn, is all in the eye of the beholder.

 Zeker is, dat wie in Cannes verstoken blijft van euforische rillingen, van de geestelijke en lichamelijke oprispingen die gepaard gaan met de grote verwachtingen rond een sublieme illusie – die mist een hart voor film. Waar elders kun je in tien dagen  tijd kennismaken met zoveel nagelnieuwe produkties uit alle landen van de wereld? Waar elders kun je zoveel langverwachte, schitterende of vermaledijde films om half negen ’s ochtends gaan bekijken, nog voor dat enig ander liefhebber op deze globe er ooit eerder een blik op heeft mogen werpen? Het overkwam me vorig jaar bij de perspremiere van Quintin Tarantino’s Inglorious Basterds, die ik met 2500 andere filmcritici in de majestueuze Salle Lumiere mocht aanschouwen nog voordat zelfs de crew van de film de eindmontage had mogen bekijken. En ik hoop dat het me morgenochtend weer gebeurt bij de perspremiere van Oliver Stone’s opvolger van Wall Street uit 1989: Money Never Sleeps (met een meesterlijke Michael Douglas als de onuitstaanbare junkbond crimineel Gekko).

Natuurlijk is er de gebruikelijke rimram en ruis rondom de competitie, het gekissebis en geharrewar rondom de vraag: wie wint dit jaar de Gouden Palm. Natuurlijk is er de pump and circumstance, de glitter en de show, de glamour en de kitsch rondom de ceremonie van de rode loper, het stupide ritueel der photocalls, de hijgerige jacht op de sterren, de valse noten van de idolatrie en dreunende bassen van het circusorkest dat dit vreugdevuur der ijdelheden zijn schwung en volume moet geven. Maar er is altijd ook dat brede palet van een myriade aan films uit alle windstreken, en die wonderlijke melange van jong talent en gevestigde namen, arthouse film en blockbuster, trash en experiment, short- en feature film, fictie en documentaire, die hier als een en dezelfde wonderlijke potpourri in een grote ketel op het vuur wordt bereid.

In een wandeling over de Croisette word je dit wonderlijke fenomeen meteen gewaar. Op de gevels van de verblindend sjieke hotels met uitzicht op zee, zoals het Majestic, het Carlton, het Casino, Miramar en Martinez, bieden naar oude gewoonte de filmmaatschappijen met reusachtige billboards tegen elkaar op, als kramers op de markt die elkaar proberen te overschreeuwen. In de winkels langs de arkaden beneden op de boulevard, bevinden zich de protserige uitstalkasten van de goede of in elk geval de dure smaak. Cartier, Valentino, Emporio Armani, Dolce & Gabbana, Dior, Salvatore Perragamo, Hermes, Bulgari, Louis Vuitton, Escada, Balanciaga, Vertu, Bottega Veneta, en ga zo maar door. En hoog daarboven, op grote panelen, borden en affiches die tussen en vanaf de balkons van de hotels zijn neergeplant, opgehangen of uigerold, vind je lachwekkende, spuuglelijke reclame voor veelal Amerikaanse films als The Last Airborner, Gulliver’s Travel (in 3-D0), Narnia – The Voyage of The Dawn Treader (in Digital 3-D), Spider en Black Thirst. Dat zogenaamde exclusiviteit en wansmaak zo dicht bij elkaar liggen, moet toch te denken geven. Of zoals Adraan van Dis zo mooi schreef in zijn bundel reisverhalen Casablanca: bij al het zoete, word je aan het bittere herinnerd.

Voor kwaliteitsfilms moet je je, dwars door de drukte op de Croisette, een weg weten weten te banen naar het Palais des Festivals. Waar een kleine honderdduizend lieden dagelijks doreen krioelen om films allerhande te produceren, verkopen, kopen, distribueren, promoten en bespreken. De jury van het festival dit jaar is in handen van Tim Burton – bekend als regisseur van Edward Scissorhand, Alice en tal van hallucinerende films die het midden houden tussen animatie, art-house film, populaire cinema en experiment. Met Burton als juryvoorzitter, die een fllinke stempel heeft mogen drukken op de uiteindelijke selectie voor het hele festival, mag je alles verwachten. Burton zelf verklaarde eerder in elk geval dat zijn voorkeur uit zou gaan naar „films that knock on the doors of our dreams“. Films die op de deuren kloppen van onze dromen. Prachtig gezegd, en ik kijk alvast met extra spanning uit naar de films die ik in het vuistdikke programmaboek heb aangekruist.

            Vanaf vandaag zal ik voor Cobra.be vanuit mijn standplaats hier elke dag een persoonlijk verslag proberen te schrijven, aangevuld met uitgebreidere interviews of berichten over de missie die Myriam Verschaeren en Arnoud Wils van de redactie in Brussel me vooraf hadden meegegeven: een oog open houden voor het jonge, dwarse, aankomende talent dat het waard is om door te breken. Na een intensieve en vermoeiende tocht langs de persagentschappen die zich hebben verscholen in de suites van hotels en villa’s in de stad, heb ik voor de komende tien dagen interviews geregeld met, of pressjunkets aangevraagd voor:

– regisseur Janus Metz van de film Armadillo

– regisseur Andrei Ujica van Autobiography Lui Nicolae Ceaucescu

– regisseur van Gregg Araki van Kaboom

– regisseur Christoph Hochhaussler van Unter dir die Stadt

– Boo Jungfeng van Sandcastle

– Sergei Loznitsa van My Joy

– de gezamenlijke Mexicaanse regisseurs-crew van Revolucion (tien regisseurs over de Mexicaanse revolutie)

– de knotsgekke muzikanten van de film (en band) Benda Bilili uit Kinshasa, die eind juni op het Couleur Cafe Festival in Brussel te zien zullen zijn, en daarna op het Lowlands festival in Nederland.

Daarnaast sta ik op de wachtlijst voor nog een aantal groeps-rondes met een aantal grootheden, waaronder Charlotte Gainsbourg die dit jaar op de slotdag acte de presence zal geven als actrice in de film The Tree

Ik hoop – beste bezoeker van deze website – dat ik los van mijn journalistieke opdracht als filmverslaggever, in mijn dagelijkse wederwaardigheidsverslagen, toch ook de vrijheid mag behouden om hier en daar wat lyrische, impressionistische of essayistische uitstapjes te mogen maken. Vanavond ga ik bijvoorbeeld een Russisch Bal bezoeken in het Carlton Intercontinental Hotel, waar Yaroslav Treshchev tal van artiesten van het Bolsjoi theater, operadiva’s uit Moskou en Petersburg, en tal van hyperrijke nouveaux Russes met hooggehakte aanhang heeft uitgenodigd, die ieder twee- tot drieduizend euro voor een ticket met diner uit hun broekzak zullen moeten trekken om aan te mogen schuiven bij Andris Liepa, Olga Rodionova en andere vedetten bekend van de Russische film en operawereld. Ik mag – als Yaroslav zijn afspraak nakomt – gratis binnen als verslaggever; mits gekleed volgens de dresscode van “tailcoat, dinnerjacket or full military outfit”.

            Ook heb ik me aangemeld voor een workshop voor jonge regisseurs en scriptschrijvers die hier les kunnen krijgen in het vak “How to turn a bestseller into a movie”. Mijn plan is namelijk (stiekem) om alsnog een verfilming op poten te zetten van Tommy Wieringa’s meesterwerk Joe Speedboat… En volgende week vrijdag ben ik samen met mijn vriendin de Nederlandse video- en designkunstenares Arlette van Laar uitgenodigd op Private Art Fair Cannes 2010 die wordt gesponsord door een of andere Arabische sjeik, waar grote werken geveild gaan worden ten behoeve van het Rode Kruis in Haiti.

             Genoeg te doen dus. Beste Cobra spotter: u hoort van mij! Voor nu ga ik even een luch gebruiken met mijn moeder die ik al zo lang niet meer gezien heb. In haar favoriete uitspanning aan het strand, L’Ondine genaamd. Het restaurant is – zoals vele etablissementen aan de zeekant van de Croisette – vorige week woensdag klokke half drie ’s middags tijdens de lunch bijna volledig weggevaagd door een tsunami. Geen grap. De zee voor de kust van Cannes is dit jaar bijzonder woest en grillig, en vooral onberekenend. Er zijn al verschillende slachtoffers gevallen, en ook gisternacht kolkte het schuim in wilde spetters tot aan de fundamenten van de boulevard. Dit alles is zeer uitzonderlijk voor het doorgaans lieflijk Mediterrane zon- en luxeoord van het door rotsen en zanddijken ingedamde havenstadje aan de Franse rivièra. Niet alleen de vulkanen laten dezer dagen van zich horen, ook de zee laat zich van haar meest  ongetemde zijde kennen. Of dit de voortekenen zijn van een even vurig en robuust filmfestival waar de vonken vanaf zullen vliegen? Spoedig verneemt u meer daarover. Voor nu groet u, vanuit het perscentrum van het Palais des Festivals, uw verslaggever in woeste baren,

Serge van Duijnhoven

Cannes

 

The crew from the movie La Tournee on the red carpet – director Matthieu Amalric

DE CROISETTE – EEN OMGEKEERDE KRUISWEG

Ziezo – de Cobra-kop is er voor mij vandaag dan toch nog afgehouwen. Met excuses voor de kleine vertraging maar het is hier flink rennen, regelen, zeuren en zweten geblazen voor je echt van start kan gaan met waar het mij en 4000 andere geaccrediteerde journalisten natuurlijk toch om draait: het zo oplettend mogelijk verslaan van dit magistrale ijdelheidscircus dat met alle gebruikelijke hoempapa en schalmei ook dit jaar weer zijn tenten en paleizen op heeft mogen zetten op de kop van de Croisette – die uiterst langgerekte strandboulevard zonder welke dit vermaledijde Provencaalse luxeoord nimmer zijn reputatie had weten te verwerven van het paradijs der beurzen, conferenties en parades.

De croisette kun je zien al seen moderne kruisweg die we voetje voor voetje over kunnen schuifelen in een richting die precies tegenovergesteld is aan de weg naar Golgotha – heuveltop van gruwelen en smarten. Een kruisweg die ons met kleine passen, in het zweet des aanschijns der opdringerige massa’s en het hete halogeenlicht van de mediterrane zon, naar een plek voert waar het aardse en het hemelse aan elkaar raken. En weg die ons niet voert naar de verlossing door het lijden, maar door de genietingen van roem, geld, luxe. De croisette: geen via dolorosa, maar een via exultata jubilata.

 

Het schuifelpad dat ons voetje voor voetje in de richting voert van een seculier Elysium: Consumerheaven. Het summum van de aardse roem en sterrendom. Een plek waar ijdelheid, genot- en pronkzucht niet als hoofdzonden maar deugden gelden, waar men zijn verlossing niet wenst te definieren in termen van onthechting en spiritualiteit, als wel in roem, pecunia, bling-bling. Waar men zich kan laven aan het zalvende mirakel van de roem, en een ieder die maar wil iets van de onaardse schoonheid van de sterren op zijn eigen uiterlijk over kan laten stralen.

            De croisette: geen plek op aarde waar men zo dicht kan naderen aan de wereld der athanatoi – oud Grieks voor onsterfelijken. De helden, demiurgen, godenzonen en dochters die hun vetes en liefdes met elkaar uitvochten op de hoge flange der Olympus. Het schouwspel van de Gala’s, Bals, VIP-clubs, Celebrity-parties en Hollywood glamour, en het randcircus van de Rich and Happy Few dat zich als pilootvissen aan de grote walvissen van de cinema heeft vastgezogen, verschilt mischien niet eens zo heel wezenlijk van de voorstellingen waaraan de oude Grieken zich destijds wensten te verlustigen. Een mythische wereld die natuurlijk toen nog niet door celluloid tot leven werd gewekt, maar wel al volop door  theater, spel en vooral: het allerbeste scriptwerk van voleerde verhalenvertellers.

Bij de Photocall van Russell Crow en Cate Blanchett

« Russell ! Russell ! » « Cate ! Cate ! »

Zinloos geschreeuw bij de hekken voor de trappen die leiden naar het balkon waar volgens een voor mij onbegrijpelijke, stupide traditie, dag in dag uit het ritueel volvoerd wordt van de « photocall ». Het gegeven dat de acteurs en regisseur van een film, zich op voorspraak van hun persagentschap bloot moeten laten stellen aan de hongerige, gretige, vraat- en dweepzuchtige ogen van honderden fotografen met hun voyeuristische vizier- en schietgerei. Om nog te zwijgen van hun perverse technische acccesoires zoals  telelensen, combatcam en autoshoot.

   Al die fotografen die hun eigen kiekje willen maken – samen met 300 collega’s die allemaal tegelijk vanuit exact dezelfde hoek, vanaf dezelfde afstand en meestal ook nog met min of meer hetzelfde materiaal – dezelfde foto willen nemen. Die ene foto, het ultieme shot. Om de illusie van de exclusiviteit gestand te doen. Niet alleen de fans voor de dranghekken, maar ook dit pietaille van de glamourfotografen krijgt er geen genoeg van hun modellen aan te roepen.

« Russell ! Russell ! » « Cate ! Cate ! »

Alsof ze dan – misschien, misschien – geneigd zullen zijn voor even in HUN lens te kijken. In HUN richting, in plaats van die van hun buurman of vrouw die drie rijen lager of hoger op een krukje of een ladder staat te dringen.

« Russell ! Russell ! » « Cate ! Cate ! »

Beeld het je in : voor je staat een vuurpeloton van 300 man, dat je in aanbidding liefst levend zou verslinden. Zoals aan het einde van Tom Tykwer’s verfilming van Das Parfum. Tientallen roepen, gillen, schreeuwen je naam, laten hun wapentuig flitsen, zoemen, ratelen tot de ceremoniemeester roept dat het voorbij is en de helden door hun bodyguards uptempo worden weggevoerd richting limousine of persconferentie . Hoe moet dat voelen? Het persvolk volgt gehaast de sterren die van het bordes verdwijnen.

            Ik aanschouwde de Photocall van Riddley Scott’s bombastische openingsfilm Robin Hood vanaf het dak van het Palais des Congres, zo’n twintig meter boven het gewoel van het terras dat er voor mij vanaf vandaag vooral toch uitziet als de binnenplaats van een zwaarbewaakte gevangenis. Er zijn gemiddeld vier, vijf executies per dag. De stoelen, trapjes, ladders worden na de meestal toch wat woelig verlopende ceremonie, keurig teruggezet in een rechte lijn. De tegels van het terras worden schoongeveegd, het tapijt van de rode lopers wordt schoongezogen. De sporen worden uitgewist, alsof er niets gebeurd is. Het wachten is op de volgende serie uitverkorenen (gedoemden?) die in escorte worden aangevoerd.

            Is doem de prijs van de roem?

 

© Serge van Duijnhoven, Cannes 2010

I.F.A. – www.cobra.be

Festival entry: “Wall Street: Money Never Sleeps” (Out of Competition)
Nationality: American
Born: Sept. 15, 1946
Selected filmography: “W.” (2008), “World Trade Center” (2006), “Nixon” (1995), “JFK” (1991), “Wall Street” (1987), “Platoon” (1986)
Notable awards: Best director Oscar and BAFTA nod for “Platoon”; best director Oscar noms for “JFK” and “Born on the Fourth of July” (1989); best original screenplay Oscar nom for “Nixon”

 

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s