VAN ZANDKASTEEL TOT HARTEKLOP

Een ongeëvenaard voordeel van het Filmfestival van Cannes, is en blijft dat je er als nergens anders op aarde, ongebreideld kennis kunt maken met het nagelnieuwe werk van verrassend jonge en ambitieuze filmregisseurs (raar genoeg meestal mannen, soms nog jongens – zie hieronder). Een van de aangenaamste ontdekkingen op dit festival tot nu toe, betrof voor mij de poëtische, gelaagde film Sandcastle van de Singaporese regisseur Boo Jungfeng (23 jaar).

   Een delicate, charmante, tedere en intieme film die handelt over familiegeheimen, Singapore’s  onderdrukte politieke verleden, en vooral de pogingen van hoofdpersoon Xiang En (Joshua Tan) om zijn eigen pad te vinden in het leven zonder gecorrumpeerd te raken door de macho-praktijken van het Singaporese leger waarin hij dienst moet nemen.

            Tijdens een familiebezoek aan zijn grootouders, leert hij – tijdens het verzorgen van zijn demente en gehandicapte grootmoeder – voor het eerst pas echt de redenen kennen van de verdwijning van zijn vader. Deze laatste bleek betrokken te zijn geweest bij de met geweld neergeslagen studentenprotesten in de jaren vijftig en zestig. Op subtiele, metaforische wijze wordt de dementie van de grootmoeder afgezet tegen het grote stilzwijgen van de middelbare Singaporese generaties ten aanzien van hun eens zo idealistische jeugd. En tegen de algehele politieke onverschilligheid die heerst onder de leeftijdgenoten van Xiang En.

            Indrukwekkend vond ik de karaktervolle lyrische interludes in voice over, waarin En’s overleden vader een testamentische liefdesbrief voorleest die hij ooit aan zijn geliefde (En’s moeder) moet hebben geschreven, voordat hij door het regime werd opgepakt en doodgemarteld. In de brief wordt in prachtige Terrance Mallick-achtige passages verhaalt over „The kingdom under the sea“ waar beide gedoemde geliefden ooit hun dromen zouden moeten kunnen realiseren en een huis van hun verdronken verlangens zouden kunnen betrekken. De tedere scènes aan het water, van kleinzoon En met zijn demente grootmoeder in een rolstoel, worden afgewisseld met in sepiakleuren geweekte fragmenten uit historische journaals die het doodgezwegen verleden van En’s vader op effectieve wijze tot leven wekken.

 

Ik sprak de regisseur voor een interview in een strandpaviljoen op Vega Luna Beach, tegenover het Carlton hotel. Een uiterst gearticuleerde, bedachtzame maar scherp formulerende jongeman, die Boo Jungfeng. In vlekkeloos Engelse volzinnen vertelt hij me dat hij met zijn film geen politieke controverse heeft willen wekken, maar dat hij vooral geinteresseerd is in de sociale aspecten en diepere gemoederen van zijn karakters. Hij ziet zichzelf als een verhalenverteller, die via een complexe gelaagde structuur en tal van delicate vertraginstechnieken, zo dicht mogelijk op de huid wil zitten van zijn personages. „I only care about telling a story that’s sincere“, verklaarde hij. De kunst van de cinema ziet hij als het ideale platform voor zijn artistieke ambities, en een hechte equipe van bevriende cameralieden-, componisten en geluidstechnici is hem al sinds zijn studententijd aan de filmacademie van Madrid op veelzeggende wijze trouw gebleven bij het verbeelden van zijn intimistische studies naar de wortels van de persoonlijke en historische identiteit van zijn karakters.  

De andere plezierige ontdekking op dit festival der festivals van de laatste dagen, was de nieuwe film van wonderkind Xavier Nolan uit Montréal, Quebec. Eenentwintig lentes oud, maar toch al voor de tweede maal hier weer te gast, na het succes van zijn eersteling J’ai tué ma mère – een film die hij schreef toen hij pas zeventien was. De film waarmee dit eigenzinnige Canadese genie ditmaal uitpakt heet Les amours imaginaires, naar het Engels misschien nog wel accurater vertaald als Heartbeats. Een somptueuze, volvette en hypergestyleerde liefdeskomedie over de driehoeksrelatie tussen een homosexuele jongeman met vele begeertes genaamd Francis (meesterlijk gespeeld door Dolan zelf), zijn immer in vintage geklede vriendin Marie (Monia Chokri), en een oogverblinde met Griekse krullen getooide Adonis (Niels Schneider) die door beide vrienden in duizelingwekkend klungelige, villeine of desperate liefdespirouettes vergeefs het hof wordt gemaakt. De film bracht vooral het Franstalige publiek dat in staat was de hyperactieve dialogen zonder ondertiteling direct te kunnen volgen, bij de eerste vertoningen in de Salle Debussy van afgelopen weekend, volledig in vervoering. Het applaus na afloop was ovationeel.

Trailer:

http://www.youtube.com/watch?v=rs_1KMcvmLA

Xavier Dolan slaagt erin zijn karakters even dik aan te zetten als de lagen make-up, lipstick en krulpruiken die ze dragen, zonder dat dit stoort. Integendeel. De sfeer die wordt opgeroepen is er een van een zinderende sensualiteit, die zelfs vanuit de zetel in de filmzaal op kwellend nabije wijze tastbaar wordt. De technieken die Dolan gebruikt zijn misschien niet helemaal nieuw (veel slomotion, hartverscheurende campy muziek. Dalida die haar Italiaanse versie zingt van Bang-Bang. Interview-achtige interludes met knotsgekke jongelieden uit Montréal die na hun stukgelopen amoureuze escapades rijp zijn voor het gesticht – en de kijker in plat Quebequois  informeren over de intiemste en meest smakeloze details van hun hartenpijn en liefdeswedervaren… Maar het geheel werkt zo verbluffend goed dat je niet anders kunt – of je nu wilt of niet – dan je mee te laten voeren op de schmierende rivier van tranen, imaginaire liefdes en gebroken dromen. Archetypische emoties als jalouzie, wanhoop en begeerte, worden door Dolan voorzien van een fris, veelkleurig vintage jasje. En het verdriet dat zich van binnen ophoopt als een ongezonde lading snot en slijm, wordt er – aan het eind van de film – op brakende wijze uitgeschreeuwd door Dolan’s karakter Francis (een lookalike van Christophe Vekeman, inclusief rockabilly kuif en nauwe witte broek met scherpgepunt schoeisel) in een oerkreet die tot lang na afloop van dit festival nog in het Palais des Festivals zal blijven resoneren.

In zijn stijl van werken is Xavier Dolan ongetwijfeld schatplichtig aan Woody Allen (Husband and Wives), Almodovar en zelfs Benoit Poelvoorde (C’est arrivé près de chez vous). Toch moest ik zelf in eerste instantie vooral denken aan het heerlijk schmierende toneelwerk van Vlaanderen’s geniaalste drama-queen en meesterauteur Tom Lanoye. Het verhaaltje van deze doldraaiende liefdeskarroussel mag dan zo dun zijn als een vintage poederdoosje van het Vossenplein, de dialogen zijn om van te smullen, de spanning die tussen de personages hangt is electrificerend. Het knapste vind ik nog de wijze waarop Dolan erin geslaagd is de spanning die permanent tussen alle drie de personages hangt, zo tastbaar te maken dat je geregeld de neiging hebt om op te staan en het kijvende, kirrende en stuurloos rond elkaar heen tuimelende trio op zo bruut dan wel teder mogelijke wijze uit elkaar te trekken.

         Jeune premier Xavier Dolan, onthoudt die naam. Hij wordt, ik garandeer het u, een hele, hele grote in de wereld van de sublieme illusie. Moge uit zijn virtuoze losse vingertjes van vuur, nog vele van zulke drama’s vloeien, die de graviteit van ons bestaan voor einige momenten op heerlijke wijze relativeren.

 © Serge van Duijnhoven, vanuit Cannes

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s