Bilan final – Cannes 2010

Bilan final – Cannes 2010.

Bilan final – Cannes 2010Auteur: Serge Van Duijnhoven

zo 23/05/2010 – 17:27 Iedere filmcriticus zal een persoonlijk en om tal van redenen ernstig beperkt oordeel over zijn of haar ervaring op het filmfestival van Cannes geven. Dit is ieder jaar zo, ook wat betreft de editie van 2010.

Cannes 2010 Serge Van Duijnhoven in Cannes cannes filmfestival festival recensie recensent biutiful film gouden palm alejandro gonzales inarittu regisseur javier bardem acteur

Meer van onze man in Cannes

Een gemotiveerde cinefiel zou aan drie lichamen en een ondersteunend team van vier assistenten nog niet genoeg hebben om alle films die op het festival een podium krijgen in de diverse competities, categorieën en sub(festivalletjes) te zien, te overdenken, doorgronden en van context te voorzien via afzonderlijke interviews of gesprekken met de regisseurs en de crew van de talloze producties.

Truth is in the eye of the beholder

Het is goed om te realiseren dat een mening van een recensent over het festival, enkel maar een gefragmenteerd en gebrekkig zichtpunt vertegenwoordigd ten aanzien van een immens geheel dat in zijn veelvormig- en veelkoppigheid ieder jaar weer de trekken vertoont van een nieuw galaxy of sterrenstelsel dat men vanuit de diepte van een immer uitdijend heelal heeft kunnen ontdekken en waar men met telescopen voor het eerst een glimp van heeft mogen opvangen.

Een behoorlijk aantal van mijn collega´s hier in de coulissen van het festival, hebben laten uitschijnen dat deze 63ste editie ze minder dan vorige keren heeft kunnen bekoren. Vaak zeggen hun teleurgestelde (Ben van Alboom), zuinige (Bor Beekman), snobistische of ronduit blasé commentaren – zo ben ik sterk geneigd te denken – meer over de personen in kwestie dan over het festival an sich. Ik heb het al vaker geschreven hier op deze weblog voor Cobra: Truth is in the eye of the beholder. Het ligt er maar net aan welke keuzes je gemaakt hebt, welke prioriteiten je gesteld hebt en vooral in welke richting je bereid bent te kijken, om te zien wat er in deze specifieke editie aan diepers te ontdekken en magisch te beleven valt.

Bloedstollende thrillers, epsche portretten en onthullende true stories

Voor al wie gepassioneerd is door geschiedenis en actualiteit, was dit festival een voltreffer. De beurs- en kredietcrisis werden in tal van films nauwgezet, dramatisch, fictief dan wel documentair, onder de loep genomen. Met vaak verbluffend resultaat. Zo was er het Shakespeariaanse Hollywood spektakel van Oliver Stone, Money never sleeps, het anthropologische Duitse dissectie-drama van een volstrekt amorele bankdirecteur in Unter dir die Stadt van Christoph Hochhäusler, er was het onthullende portret van gehaaide, dolgedraaide zakenlieden in Inside Job, het hyperreële The City of Cleveland versus Wall Street, en ga zo maar door.

Daarnaast waren er bloedstollende thrillers, van epische meesterwerken tot keiharde portretten en onthullende true stories over oorlog en vrede; over Irak (Doug Liman´s Fair Game), de brute en vuile onafhankelijkheidsstrijd der Algerijnen in het Frankrijk van de jaren vijftig (Bouchareb´s Hors la loi), Afghanistan (Armadillo), het zes uur durende, hyperspannende en gelaagde portret dat Olivier Essayas maakte van meesterterrorist Carlos de Jakhals. Er was de geheel uit historische beelden geresampelde “autobiografie” van Ciaucescu die de Roemeense maestro Andrej Ulica uit zijn intellectuele hoed wist te toveren, het intimistische “coming to terms with the past and the present” pareltje Sandcastle van de Singaporese regisseur Boo Jung Feng. En de door Hollywood geproduceerde Shock and Awe documentaire Countdown to Zero die ons opnieuw bewust wil maken van de mogelijkheid van een nucleaire Apocalyps die het voortbestaan van de mensheid nu meer dan ooit op het spel dreigt te zetten. Als dat geen indrukwekkende resem aan relevante, spannende, urgente en adembenemende films heeft opgeleverd, dan ben ik bereid – of zie ik mezelf genoodzaakt – me per immediat tot “stinkende paparazzo” te laten omscholen die zijn ogen strakker weet te focussen op waar het volgens sommigen op en rond de Rode Loper van het Palais des Festivals toch in de allereerste plaats behoort te gaan: het fonkelende gala van de glitter, glamour, kitsch en sterrendom.

Dat het soortelijk gewicht van bovengenoemde films zwaarder is, dan een heel aantal liefhebbers of belangenbehartigers van de entertainment-industrie lief is, dat is natuurlijk begrijpelijk. Ieder zijn smaak, maar zonder respect voor de wetten der vertelkunst en vermaak zou er ook voor voornoemde werken geen plek te vinden zijn geweest op het erepodium van het grote theater van de sublieme illusie dat hier jaarlijks aan de haven van Cannes zijn tenten op mag komen zetten. De films die er op het 63ste filmfestival te zien zijn geweest, gingen in vele gevallen ECHT ergens over. En in de beste gevallen wisten ze dit te paren aan een poëtische, subtiele, gelaagde, sexy of metafysische cinematografie die de werken wat mij betreft nog interessanter maakten dan sociaal-realistische klappers uit voorgaande jaren zoals de Gouden Palm winnaars Entre les murs uit 2008 en L´enfant uit 2005.

Ronduit Biutiful

Neem de film die de Mexicaanse regisseur Alejandro Gonzáles Iňárittu afgelopen week kwam voorstellen, samen met hoofdrolspeler Javier Bardem, in het Grand Palais Lumière. Biutiful heet de film, bewust fout gespeld, want een verwijzing naar de spellingsfout die de dochter van de protagonist per ongeluk maakt bij het invullen van haar huiswerk. De bijna tweeënhalf uur lange vertelling volgt de loodzware maar ook louterende laatste dagen van de doodzieke vader, sjacheraar en hedendaagse Job Uxbal (een majestueuze rol van Bardem) die uit allemacht probeert zijn uiteengeslagen gezin bijeen te houden terwijl de dood overal op de loer ligt, zijn vrouw kampt met een bipolaire persoonlijkheidsstoornis, en hij zich ook nog verantwoordelijk voelt voor een heel netwerk van illegale Chinese sweatshop arbeiders en Afrikaanse straathandelaren die namaakartikelen in de straten van Barcelona aan toeristen proberen te slijten. Uxbal verdient geld als koppelbaas die bemiddelt tussen de Chinezen en Afrikanen, en als ziener die op de een of andere manier in contact staat met geesten van zojuist gestorvenen. Bedroefde familieleden betalen hem om hen de laatste gedachten, gevoelens en ervaringen van hun geliefden gewaar te doen worden. Nadat de politie met een angstaanjagende razzia op de Ramblas het netwerk van Afrikaanse verkopers heeft opgerold, probeert Uxbal de monden van zijn familie dan maar te voeden door als middleman geld op te strijken voor het tewerkstellen van de groep werkloos geworden Chinezen op de werf van een louche bouwondernemer.

Een boetedoening van formaat

Uxbal is een protagonist van de klasse Hamlet, Job of Oedipus, die via de zweepslagen van het Lot tot op de bodem van zijn menselijkheid wordt neergeworpen. Hij pist bloed, vanwege zijn inmiddels al volop uitgezaaide prostaatkanker die hij veel te lang heeft laten aanslepen zonder hulp te zoeken. Voor zijn directe omgeving houdt hij zijn terminale status verborgen, waarschijnlijk omdat hij hen te midden van alle dagelijkse miserie, ruzies en ongemakken, niet met nog meer zorgen op wil zadelen. Hij bekommert zich oprecht om het lot van een jonge Afrikaanse moeder wier man gedeporteerd gaat worden, en om het welzijn van de Chinezen die als opeengepakte sardientjes in een blik hun nachtrust moeten zien te verkrijgen op de vloer van een ondergrondse fabrieksloods. Omdat de winter nadert, koopt Uxbal een serie gasverwarmers voor het comfort van de Chinezen die als vee worden behandeld door hun wrede Chinese koppelbaas. De bekommernis van Uxbal pakt helemaal verkeerd uit, als de Chinezen – mannen, vrouwen en kinderen – op een ochtend blijken te zijn gestikt door koolmonoxidevergiftiging. De goedkope gasradiatoren, die in de aanbieding waren (we zien hoe Uxbal op zoek gaat naar het model met de beste prijs) veranderen de loods in een gaskamer en maken van Uxbal onbedoeld een massamoordenaar. De geesten van de vergaste Chinezen, drijven Uxbal letterlijk en figuurlijk naar de poorten van de hel.

Een waarzegster en vertrouwenspersoon, die Uxbal met handopleggingen soms verlichting weet te geven voor zijn infernale pijnen, meldt dat zijn einde nadert, dat hij zijn laatste zaken moet zien te regelen (een wel heel ironische manier om te zeggen dat hij in het reine moet komen met zijn dood) en vergiffenis moet vragen aan de zielen van de omgekomen illegale Chinezen. Ze geeft hem twee donkere, glinsterende stenen mee – objecten uit het universum, dat na Uxbals dood zorg zal moeten dragen voor het welzijn en lot van zijn kinderen. Na een hele reeks van tegenslagen, lukt het Uxbal om zijn lot te aanvaarden, om vergiffenis af te smeken bij de Chinezen, vrede te sluiten met zijn gestoorde en gewelddadige vrouw, en als benefactor op te treden voor de achtergebleven Afrikaanse moed er. In een slotscène die tot de allermooiste en ontroerendste uit de filmgeschiedenis behoort, zien we hoe Uxbal troost zoekt bij zijn dochter, hoe hij zijn laatste momenten beleeft in de benarde slaapkamer van zijn donkere appartement, en uit zichzelf treedt. Het beeld verschuift naar een visioen dat we –typisch Inarritu – ook al aan het begin van de film hebben gezien, zonder het te kunnen duiden. Twee mannen, leeftijdgenoten eigenlijk, die elkaar tussen de besneeuwde dennen van een bos, een sigaret helpen aansteken. De linkerman blijkt Uxbals grootvader die op jonge leeftijd aan tyfus is overleden in Mexico, nadat hij uit Spanje was verdreven door dictator Franco. Het is of twee broers na lange tijd weer met elkaar herenigd zijn. De tijd sluit zich als een verwarmende omarming om het lot van beiden heen. Ze wijzen naar iets dat buiten beeld ligt, verderop in het bos. “What´s there?” vraagt de een aan de ander. Ze zijn niet bang, maar nieuwsgierig, en verdwijnen naar een elders dat buiten het leven in dit helse ondermaanse is gelegen.

Oproep aan de filmgoden

Met deze film heeft Iňárittu een meesterwerk afgeleverd, dat niet alleen op ongeëvenaarde wijze de ellende van armoede en de fatale valstrikken van het lot in beeld heeft weten te brengen, maar tevens de sensatie weet te geven van ware magie die ons een glimp gunt doorheen de kieren van de Tijd. Recht in dat gapende gat van ons kille, koude universum van waaruit ooit dit hele aardse tranendal tevoorschijn heeft kunnen kruipen. Ik krijg nog steeds de bibberingen als ik terugdenk aan deze film. Moge hij de filmgoden gunstig stemmen, en vanavond in Cannes de prijs winnen die hij dubbel, dik en dwars als geen andere film verdient.

Serge van Duijnhoven voor Cobra.be

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s