Palmares Cannes 2010

P AL M A R E S – Cannes 2010

door Serge Van Duijnhoven

zojuist teruggekeerd uit Cannes. gebruind, vermoeid, voldaan. Afgelopen zaterdagmiddag heb ik samen met Arlette van Laar toevallig nog de verrassende winnaar van de Gouden Palm mogen interviewen – de 39-jarige Thaise regisseur Apichatpong “Joe” WEERASETHAKUL – met zijn film Uncle Boonmee who can recall his past lives. Ik heb het interview op bandje staan, en zal het later vandaag of morgen uitwerken – voor wie er geinteresseerd is in dit verfijnde Thaise genie die zijn films tot nu toe financierde uit de verkoop van zijn schilderijen en kunstwerken.

Hieronder in elk geval vast een stuk dat ik schreef uit enthousiasme over Iňárittu’s extreem confronterende maar ook metafysische nieuweling Biutiful. Het gesprek met Iňárittu en Bardem is helaas beperkt gebleven tot een persconferentie, maar ik wil later ook met plezier de vragen en antwoorden die daar gesteld zijn uitwerken.

Naast het goede nieuws van Joe’s Gouden Palm is er ook echt verschrikkelijk nieuws dat me gisternacht rond 00.15u bereikte: mijn geliefde Arlette van Laar is in de trein van Schiphol naar Amsterdam Amstel bij het station Lelylaan bestolen van haar tas met laptop en opnamen-spullen. Verschrikkelijk! De laptop en opnamenspullen waren geleend van Max en Gabriel. De maatschappij is echt ziek dat er zoveel klootzakken rondlopen die er voortdurend op gespitst zijn anderen te naaien, bestelen, bedriegen, bedonderen – die klootzak die Arlette en haar spullen zo laat in de trein te lijf is gegaan wil ik het liefste eigenhandig aan de hoogste boom van Lelylaan op gaan knopen met een roestig en scherp staaldraadje dat ik hier nog opgerold heb liggen.

de woede blijft duren. vraag me af hoe Arlette zich vandaag moet voelen. Arme schat.
GODVERDOMMESE JATTENDE TYFUSLIJERS!

– calma.

LIJST INTERVIEWS CANNES 2010

Om de lijst alsnog compleet te maken van de regisseurs en crews die ik – vaak nog met Arlette en haar camera met laptop Final Cut Pro – heb nog geinterviewd op het festival in Cannes.
De audiotapes van de gesprekken zijn gemaakt met een ouderwetse Sony cassetterecorder waar TDK cassettebandjes in gestopt konden worden. Model 1983. Geen geintje. En het ding doet het nog prima…

– Charlotte Gainsbourg voor The Tree

– Andrej Ujica voor Autobiographia Lui da Ciaucescu

– Olivier Assayas voor Carlos

– Jorge Michel voor We Are What We Are

– Sergej Loznitsa voor My Joy

– Bernard Tavernier voor La princesse de Montpensier

– Lucy Walker voor Countdown to Zero

– Boo Jungfeng voor Sandcastle

Iedere filmcriticus zal een persoonlijk en om tal van redenen ernstig beperkt oordeel over zijn of haar ervaring op het filmfestival van Cannes geven. Dit is ieder jaar zo, ook wat betreft de editie van 2010.

Een gemotiveerde cinefiel zou aan drie lichamen, vier hoofden en een ondersteunend team van zeven assistenten nog niet genoeg hebben om alle films die op het festival een podium krijgen in de diverse competities, categorieën en sub(festivalletjes) te zien, te overdenken, doorgronden en van context te voorzien via afzonderlijke interviews of gesprekken met de regisseurs en de crew van de talloze producties.
                       

Truth is in the eye of the beholder

Het is goed om te realiseren dat een mening van een recensent over het festival, enkel maar een gefragmenteerd en gebrekkig zichtpunt vertegenwoordigd ten aanzien van een immens geheel dat in zijn veelvormig- en veelkoppigheid ieder jaar weer de trekken vertoont van een nieuw galaxy of sterrenstelsel dat men vanuit de diepte van een immer uitdijend heelal met hulp van gigantische telescopen enkel kan beginnen te verkennen.
Een behoorlijk aantal van mijn collega´s hier in de coulissen van het festival, hebben laten uitschijnen dat deze 63ste editie ze minder dan vorige keren heeft kunnen bekoren. Vaak zeggen hun teleurgestelde (Ben van Alboom), zuinige (Bor Beekman), lauwe (Kevin Major), snobistische of ronduit blasée commentaren – zo ben ik sterk geneigd te denken – meer over de personen in kwestie dan over het festival an sich. Zeker op het festival van de sublieme illusie bestaat waarheid enkel in the eye of the beholder. Het ligt er maar net aan welke keuzes je gemaakt hebt, welke prioriteiten je gesteld hebt en vooral in welke richting je bereid bent te kijken, om te zien wat er in deze specifieke editie aan diepers te ontdekken en magisch te beleven valt.

          Bloedstollende thrillers, epische portretten en onthullende true stories

Voor al wie gepassioneerd is door geschiedenis en actualiteit, was dit festival een voltreffer. De beurs- en kredietcrisis werden in tal van films nauwgezet, dramatisch, fictief dan wel documentair, onder de loep genomen. Met vaak verbluffend resultaat. Zo was er het Shakespeariaanse Hollywood spektakel van Oliver Stone, Money never sleeps, het anthropologische Duitse dissectie-drama van een volstrekt amorele bankdirecteur in Unter dir die Stadt van Christoph Hochhäusler, er was het onthullende portret van gehaaide, dolgedraaide zakenlieden in Inside Job, het hyperreële The City of Cleveland versus Wall Street, en ga zo maar door.
Daarnaast waren er bloedstollende thrillers, van epische meesterwerken tot keiharde portretten en onthullende true stories over oorlog en vrede; over Irak (Doug Liman´s Fair Game), de brute en vuile onafhankelijkheidsstrijd der Algerijnen in het Frankrijk van de jaren vijftig (Bouchareb´s ophefmakende Hors la loi), een pijnlijk directe recht-in-je-smoel film over Deense soldaten in Afghanistan (Armadillo), het zes uur durende, hyperspannende en gelaagde portret dat Olivier Essayas maakte van meesterterrorist Carlos de Jakhals. Er was de geheel uit historische beelden geresampelde “autobiografie” van Ciaucescu die de Roemeense maestro Andrej Ulica uit zijn intellectuele hoed wist te toveren, het intimistische “coming to terms with past and present”- pareltje Sandcastle van de Singaporese nieuwkomer Boo Jung Feng waarin historische archiefbeelden van studentenrellen uit de jaren vijftig en zestig het persoonlijke verhaal doorspekken.En natuurlijk was er de door Hollywood geproduceerde Shock and Awe documentaire Countdown to Zero die ons opnieuw bewust wil maken van de gevaren voor een nucleaire Apocalyps die – zolang we niet alle kernwapens de wereld uit hebben geholpen – het voortbestaan van de mensheid meer dan ooit op het spel dreigt te zetten. Als dat geen indrukwekkend resem aan relevante, spannende, urgente en adembenemende filmprodukties heeft opgeleverd, dan ben ik bereid – of zie ik mezelf genoodzaakt – me per immédiat tot “stinkende paparazzo” te laten omscholen die zijn ogen weet te focussen op waar het volgens sommigen op en rond de Rode Loper in de allereerste plaats behoort te gaan: het fonkelende gala van de glitter, glamour, roem en sterrendom.
Dat het soortelijk gewicht van bovengenoemde films zwaarder is, dan een heel aantal  spotters of belangenbehartigers van de entertainment-industrie lief is, dat is natuurlijk begrijpelijk. Ieder zijn smaak, maar zonder respect voor de wetten der vertelkunst en geregisseerd vermaak zou er ook voor voornoemde werken geen plek te vinden zijn geweest op het erepodium van het grote theater van de sublieme illusie dat hier jaarlijks zijn tenten op mag komen zetten. Veel films die op het 63ste filmfestival te zien zijn geweest, gingen hoe dan ook ECHT ergens over. En in de beste gevallen wisten ze hun relevantie te paren aan een poëtische, subtiele, gelaagde, sexy of metafysische cinematografie die de werken wat mij betreft nog interessanter maakten dan sociaal-realistische klappers uit voorgaande jaren zoals de Gouden Palm winnaars Entre les murs uit 2008 en L´enfant uit 2005.

                       

Ronduit Biutiful

Neem de film die de Mexicaanse regisseur Alejandro Gonzáles Iňárittu kwam voorstellen, samen met hoofdrolspeler Javier Bardem, in het Grand Palais Lumière. Biutiful heet de film, bewust   gemankeerd gespeld, want een verwijzing naar de spellingsfout die de dochter van de protagonist per ongeluk maakt bij het invullen van haar huiswerk. De bijna tweeënhalf uur lange vertelling volgt de loodzware maar ook louterende laatste dagen van de doodzieke vader, sjacheraar en hedendaagse Job-figuur genaamd Uxbal (een majestueuze rol van Bardem) die uit allemacht probeert zijn uiteengeslagen gezin bijeen te houden terwijl de dood overal op de loer ligt, zijn vrouw kampt met een bipolaire persoonlijkheidsstoornis, en hij zich ook nog verantwoordelijk voelt voor een heel netwerk van illegale Chinese sweatshop arbeiders en Afrikaanse straathandelaren die namaakartikelen in de straten van Barcelona aan toeristen proberen te slijten. Uxbal verdient geld als koppelbaas die bemiddelt tussen de Chinezen en Afrikanen, en als ziener die op de een of andere manier in contact staat met geesten van zojuist gestorvenen. Bedroefde familieleden betalen hem om hen de laatste gedachten, gevoelens en ervaringen van hun geliefden gewaar te doen worden. Nadat de politie met een angstaanjagende razzia op de Ramblas het netwerk van Afrikaanse verkopers heeft opgerold, probeert Uxbal de monden van zijn familie dan maar te voeden door als middleman geld op te strijken voor het tewerkstellen van de groep werkloos geworden Chinezen op de werf van een louche bouwondernemer.
 

                        Een boetedoening van formaat

Uxbal is een protagonist van de klasse Hamlet of Oedipus, die via de zweepslagen van het Lot tot op de bodem van zijn menselijkheid wordt neergeworpen. Hij pist bloed, vanwege zijn inmiddels al volop uitgezaaide prostaatkanker die hij veel te lang heeft laten aanslepen zonder hulp te zoeken. Voor zijn directe omgeving houdt hij zijn terminale status verborgen, waarschijnlijk omdat hij zijn dierbaren temidden van alle dagelijkse miserie, ruzies en ongemakken, niet met nog meer zorgen op wil zadelen. Hij bekommert zich oprecht om het lot van een jonge Afrikaanse moeder wier man gedeporteerd gaat worden, en om het welzijn van de Chinezen die als opeengepakte sardientjes hun nachtrust moeten zien te verkrijgen op de koude vloer van een ondergrondse fabrieksloods. Omdat de winter nadert, koopt Uxbal een serie gasverwarmers voor de Chinezen die door hun wrede Chinese koppelbaas als vee worden behandeld. De bekommernis van Uxbal pakt helemaal verkeerd uit, als de groep mannen, vrouwen en kinderen op een ochtend blijkt te zijn gestikt door koolmonoxidevergiftiging. De goedkope gasradiatoren, die in de aanbieding waren (we zien hoe Uxbal op zoek gaat naar het model met de beste prijs) veranderen de loods in een gaskamer en maken van de nobel ingestelde hoofdpersoon onbedoeld een massamoordenaar. De geesten van de vergaste Chinezen, drijven Uxbal letterlijk en figuurlijk naar de poorten van de hel.

Een vertrouwenspersoon die Uxbal met handopleggingen soms verlichting weet te geven voor zijn infernale pijnen, meldt dat het uur gekomen is om zijn laatste zaakje te regelen (een wel heel ironische manier om te zeggen dat hij in het reine moet komen met zijn immanente dood) en “de omgekomen Chinezen om vergiffenis moet vragen”. zijn familie) en vergiffenis moet vragen aan de zielen van de omgekomen illegale Chinezen. Ze geeft hem als een geheime gift voor zijn kroost twee zwarte stenen mee  – verdwaalde objecten uit het universum dat na Uxbals dood zorg zal moeten dragen voor het lot van zijn kinderen.
 
Tijdens dit offensief van tegenslagen, lukt het Uxbal om zijn ondergang met geheven hoofd tegemoet te treden. Hij overwint zijn onwil – die een uiting is van zijn angst – om vergiffenis af te smeken bij de Chinezen, verzoent zich met zijn egotistische en onberekenbare vrouw die ook nog eens vreemd blijkt te gaan met Uxbal’s broer, en treedt als benefactor op voor de achtergebleven Afrikaanse moeder die hij voorziet van geld en woonst. In een slotscène die voor mij persoonlijk tot de allermooiste en ontroerendste uit de filmgeschiedenis behoort, zien we hoe Uxbal in de compassievolle schaduw van zijn dochter zijn laatste momenten beleeft in de benarde slaapkamer van zijn donkere appartement, en uit zichzelf treedt. Het beeld verschuift naar een visioen dat we – typisch Iňárittu – vanuit een net iets ander perspectief ook aan het begin van de film al hebben kunnen ervaren, zonder het toen te kunnen duiden.

Twee mannen, leeftijdgenoten eigenlijk, die elkaar tussen de besneeuwde dennen van een bos tegemoet treden, en elkaar een filterloze sigaret helpen aansteken. De linkerman blijkt Uxbals grootvader die op jonge leeftijd aan tyfus is overleden in Mexico, nadat hij kort daarvoor uit Spanje was verdreven door dictator Franco. De andere, Uxbal, ondergaat de hereniging, die in aardse perspectieven eigenlijk toch vooral een kennismaking zou moeten zijn, met een licht geamuseerde, licht verwonderde glimlach die zoveel gratie, verlossing en compassie op weet te roepen dat Bardem alleen al voor het tevoorschijn toveren van dit ene metafysische moment, tijdens de slotceremonie op het Festival, volkomen terecht gelauwerd met de Prix d’interprétation masculine, voor de best vertolkte mannelijke hoofdrol.
Uit handen van jurypresident Tim Burton ontving hij een palmtak van diamant en geslepen glas, een trofee die Bardem evenwel om nog onopgehelderde redenen blijkt te moeten delen met zijn Italiaanse collega Elio Germano, die de hoofdrol speelt in Daniele Luchetti’s La Nostra Vita. Volgens een Italiaanse Gala-journalist die als chroniqueur van de Europese artistieke jetset nogal tuk is op roddel en achterklap, heeft deze half- of dubbelhartige beslissing van de jury om de prijs te splitten, ongetwijfeld te maken met het feit dat er dit jaar twee Italianen in de jury zetelden.

Terug naar de slotscene in het besneeuwde bos. Het is alsof twee broers, voor het eerst sinds een lange periode van balling- of gevangenschap,   elkaar nog wat bedeesd maar toch ontspannen en nieuwsgierig de maat nemen. Ze roken hun sigaret, genieten van het uitzicht, delen een herinnering aan vroeger tijden en een gezamenlijke neef, terwijl het beeld langzaam maar zeker als in een droom verbleekt. Het boslandschap wordt als in een vanuit de grond opkomende mistvlaag uitgewist. En beide broeders of beter gezegd leeftijdgenoten uit twee volstrekt verschillende tijden, vestigen plotseling allebei hun blik op iets wat ze verderop gewaar worden. Ze wijzen naar iets dat buiten ons (maar niet hun) blikveld is gelegen, verderop in het bos. Een plek die Iňárittu niet toevallig precies in de dode hoek van iedere filmzaal – de ruimte tussen kijker en projectiescherm die om optische en technische redenen nimmer door de banen van het licht kan worden benut. “What´s there?” vraagt de een aan de ander. Ze zijn niet bang, veeleer benieuwd, en verdwijnen naar een elders dat buiten de zichtbare parameters van onze aardse wereld is gelegen.

                        Oproep aan de filmgoden

Met deze film heeft Iňárittu een confronterend meesterwerk afgeleverd, dat niet alleen de worsteling in beeld weet te brengen van een in wezen goedhartig, persisterend mens met de vicieuze en ongelimiteerde strapatsen van het lot. Maar tevens – en dat is het knappe – slaagt de film erin om zijn kijkers een cinematografische en metafysische sensatie te bereiden van ware magie. Wie bereid of in staat is om zich werkelijk mee te laten voeren door deze pikzwarte parabel, wordt aan het eind een glimp gegund doorheen de kieren van de Tijd. Wat Iňárittu zichtbaar of bespeurbaar maakt, dat is niets minder dan een uitzicht op ontsnapping. Hoop. Een blik op een open plek of doorwaadbare kreek, een jaagpad of sentier de passage temidden van het donkere, koude woud van ons bestaan. Waar we – op weg van hier naar ginder – de aardse gravitaties, dimensies en beslommeringen van ons af kunnen laten vallen als een te warme vacht of een veel te dik pak veren. Ik krijg nog steeds de bibberingen als ik terugdenk aan deze film, waarin Iňárittu op zulk een intense en intieme maar ook een voor zijn doen opvallend lineaire en unitaire wijze (een protagonist, een handeling) tot op de bodem durft te gaan van zijn zorgen, angsten, obsessies en visioenen. From bitter searching of the heart, one rose to play a better part… Hoe formuleerde Belcampo het ook weer? Wie vuur wil vinden, dient te graven.

Serge van Duijnhoven, Brussels. Copyright guarantueed 2010.

 

P A L M A R E S   C A N N E S   2 0 1 0

The official Jury of this 63rd Festival de Cannes, presided over by Tim Burton, revealed this evening the prizes winners during the closing Ceremony.
Kristin Scott Thomas hosted Charlotte Gainsbourg on the stage of the Grand Théâtre Lumière to award the Palme d’or to the best film among the 19 in Competition.
Julie Bertuccelli’s closing film The Tree starring Charlotte Gainsbourg, Marton Csokas et Morgana Davies, was screened at the end of the ceremony.

FEATURE FILMS IN COMPETTION

Palme d’Or

LUNG BOONMEE RALUEK CHAT (Uncle Boonmee who can recall his past lives) by Apichatpong WEERASETHAKUL

Grand Prix

DES HOMMES ET DES DIEUX (Of Gods And Men) by Xavier BEAUVOIS

Award for the Best Director

Mathieu AMALRIC for TOURNÉE (On Tour)

Jury Prize

UN HOMME QUI CRIE (A Screaming Man) by Mahamat-Saleh HAROUN

Best Performance for an Actor

Javier BARDEM in BIUTIFUL réalisé par Alejandro GONZÁLEZ IÑÁRRITU

Elio GERMANO in LA NOSTRA VITA (Our Life) réalisé par Daniele LUCHETTI

Best Performance for an Actress

Juliette BINOCHE in COPIE CONFORME (Certified Copy) by Abbas KIAROSTAMI

Award for the Best Screenplay
LEE Chang-dong for POETRY

SHORT FILMS IN COMPETTION

Palme d’Or
CHIENNE D’HISTOIRE (Barking Island) by Serge AVÉDIKIAN

Jury Prize
MICKY BADER (Bathing Micky) by Frida KEMPFF

CAMERA D’OR

AÑO BISIESTO réalisé par Michael ROWE présenté dans le cadre de la Quinzaine des Réalisateurs

UN CERTAIN REGARD

Un Certain Regard Prize – Fondation Groupama GAN pour le cinéma
HAHAHA by HONG Sangsoo

Jury Prize
OCTUBRE (Octobre) by Daniel VEGA & Diego VEGA

The Prize for Best Performance Un Certain Regard
Adela SANCHEZ, Eva BIANCO, Victoria RAPOSO in LOS LABIOS (The lips) by Ivan FUND & Santiago LOZA

CINEFONDATION

First Cinéfondation Prize
TAULUKAUPPIAAT (The Painting Sellers) by Juho KUOSMANEN

Second Cinéfondation Prize
COUCOU-LES-NUAGES (Anywhere out of the world) by Vincent CARDONA

Third Cinéfondation Prize
HINKERORT ZORASUNE (The Fith Column) by Vatche BOULGHOURJIAN
A VEC JESAM SVE ONO ŠTO ŽELIM DA IMAM (I Already am Everything I Want to Have) by Dane KOMLJEN

 
The Jury of the CST has awarded the “PRIX VULCAIN DE L’ARTISTE-TECHNICIEN” to :
Leslie SHATZ, for the sound of the film BIUTIFUL by Alejandro GONZÁLEZ IÑÁRRITU.

PALMARES DU 63e FESTIVAL DE CANNES

© AFP
Le Jury officiel du 63e Festival de Cannes, présidé par Tim Burton, a dévoilé ce soir son Palmarès lors de la Cérémonie de clôture.

Kristin Scott Thomas a accueilli Charlotte Gainsbourg sur la scène du Grand Théâtre Lumière pour remettre la Palme d’or au meilleur des 19 films qui concouraient en Compétition.

Le film de Clôture The Tree de Julie Bertuccelli, avec Charlotte Gainsbourg, Marton Csokas et Morgana Davies a été projeté à l’issue de la cérémonie.

LONGS METRAGES EN COMPETITION

Palme d’Or

LUNG BOONMEE RALUEK CHAT (Oncle Boonmee celui qui se souvient de ses vies antérieures) réalisé par Apichatpong WEERASETHAKUL

Grand Prix

DES HOMMES ET DES DIEUX réalisé par Xavier BEAUVOIS

Prix de la mise en scène

Mathieu AMALRIC pour TOURNÉE

Prix du Jury

UN HOMME QUI CRIE réalisé par Mahamat-Saleh HAROUN

Prix d’interprétation masculine

Javier BARDEM dans BIUTIFUL réalisé par Alejandro GONZÁLEZ IÑÁRRITU

Elio GERMANO dans LA NOSTRA VITA réalisé par Daniele LUCHETTI

Prix d’interprétation féminine

Juliette BINOCHE dans COPIE CONFORME réalisé par Abbas KIAROSTAMI

Prix du scénario

LEE Chang-dong pour POETRY

COURTS METRAGES EN COMPETITION

Palme d’Or

CHIENNE D’HISTOIRE réalisé par Serge AVÉDIKIAN

Prix du Jury

MICKY BADER (Micky se baigne) réalisé par Frida KEMPFF
 
 
CAMERA D’OR

AÑO BISIESTO réalisé par Michael ROWE présenté dans le cadre de la Quinzaine des Réalisateurs

UN CERTAIN REGARD

Prix Un Certain Regard – Fondation Groupama Gan pour le Cinéma

HAHAHA de HONG Sangsoo

Prix du Jury

OCTUBRE (Octobre) de Daniel VEGA & Diego VEGA

Prix d’interprétation féminine Un Certain Regard

Adela SANCHEZ , Eva BIANCO, Victoria RAPOSO pour LOS LABIOS (Les Lèvres) de Ivan FUND & Santiago LOZA

CINEFONDATION

Premier Prix de la Cinéfondation

TAULUKAUPPIAAT (Les Marchands de tableaux) de Juho KUOSMANEN

Deuxième Prix de la Cinéfondation

COUCOU-LES-NUAGES de Vincent CARDONA

Troisième Prix de la Cinéfondation ex-aequo

HINKERORT ZORASUNE deVatche BOULGHOURJIAN
JA VEC JESAM SVE ONO ŠTO ŽELIM DA IMAM de Dane KOMLJEN
 
Le jury de la CST a décidé, de décerner le PRIX VULCAIN DE L’ARTISTE-TECHNICIEN à :
Leslie SHATZ, pour le son du film BIUTIFUL réalisé par Alejandro GONZÁLEZ IÑÁRRITU.

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s