GERED UIT DE HEL VAN HET CONRAD HOTEL

(آل نهيان – Āl Nahyān)

with royal virtue


DE KONINKLIJKE ARABISCHE SLAVENDRIJVERS

VAN DE BRUSSELSE LOUIZALAAN

Bij een inval in het vijfsterrenverblijf Hotel Conrad op de Brusselse Louisalaan werden in de zomer van 2008 zeventien dienstmeisjes uit verschillende moslimlanden door het Arbeidsauditoraat meegenomen. Acht maanden lang werden ze per gemiddelde rotatie vastgehouden in het hotel door de steenrijke familie van een overleden emir uit Abu Dhabi, die hen als werkslaven behandelde. De Belgische Justitie is een onderzoek naar mensenhandel, uitbuiting en hedendaagse slavernij gestart, omdat de meisjes geronseld zijn uit verschillende landen en hun paspoort in de Verenigde Arabische Emiraten hebben moeten achterlaten.

Het parket van Brussel zal dinsdag 9 november 2010 aan de raadkamer vragen om Hamda El Nahyan, de 64-jarige weduwe van sjeik Muhammed bin Khalid El Nahyan, en haar dochters voor de correctionele rechtbank te brengen. Samen met de Pakistaanse slavendrijver die als kamenier voor de koninklijke familie steeds weer nieuwe ladingen personeel wist te ronselen uit tal van arme moslimlanden, zal het fraaie gezelschap vervolgd worden voor  opsluiting, onmenselijke en vernederende behandeling, en mensenhandel. In haar requisitoir stelt het openbaar ministerie dat de familie-El Nahyan 23 vrouwen van 8 verschillende nationaliteiten uitbuitte.

De Directie van het sjiekste Hotel van de Europese hoofdstad , die gedurende jaren miljoenen euro’s aan de Arabische royals verdiende door vanaf 2005 tot 2008 de gehele vierde verdieping (54 kamers waaronder verschillende royal suites) te verhuren aan de sheikha’s en  hun talrijke gevolg van werkslavinnen, lakeien, koks, kamermeiden en veiligheidspersoneel, blijft haar handen wassen in onschuld. Hoteldirecteur Mark de Beer: ‘Wij waren absoluut niet op de hoogte van die zogezegde wanpraktijken. Wij hebben daar op zich ook niets mee te maken. Het is niet ons personeel, maar dat van onze client.’ Bladen die over de affaire durfden te rapporteren, zoals The Bulletin dat de international gemeenschap in  Brussel wekelijks van nieuws voorziet, werden uit het media-assortiment van het hotel verwijderd.

 "Op de grond, daar was hun plaats"
Conrad Hotel © belga

De eminente hotelgasten uit de emiraten, de familie El Nahyan, huurde ook in het verleden al verschillende seizoenen lang de vierde verdieping af van het luxehotel. Een van de dochters van weduwe Hamza, die getrouwd is met de minister van Defensie van de Verenigde Arabische Emiraten, probeerde met behulp van gerenommeerde Belgische dokters zwanger te worden via een uitgebreide IVF-therapie, om zo het gigantische familiekapitaal veilig te kunnen stellen. Om de eer van de jongste dochter niet in het gedrang te brengen, besloot weduwe Hamza destijds om met de hele familie zo lang als nodig was naar Brussel te verhuizen. Schrijver Serge van Duijnhoven, die in 2005 en 2006 enige maanden in het Conrad-Hotel werkzaam was als night-auditor (nachtreceptionist en boekhouder), doet verslag van zijn ervaringen met de familie, die toen ook al merkbaar over de schreef ging met het behandelen van haar talrijke personeel.

Brussel, 30.12.05,

Geachte Heer Ivan Hiel,

sedert een goede week ben ik in dienst bij uw hotel als nachtreceptionist. Aangezien u in het sollicitatiegesprek van afgelopen najaar reeds had laten uitschijnen dat mijn haar korter moest worden geknipt, ben ik de dag voor mijn indiensttreding naar de kapper gegaan. In navolging van een volgende suggestie, vorige week donderdag, ben ik ten tweede male naar de kapper getogen. Hedennacht sommeerde u mij per email wederom mijn haar te laten knippen. Ondanks mijn getoonde goede wil, is het voor mij blijkbaar niet mogelijk aan uw strenge “standards” te voldoen. Dit spijt me ten zeerste, maar ik vermoed dat ook een derde gang naar de kapper uw scepsis t.a.v. mij niet zal kunnen wegnemen. Daarom lijkt het mij het beste dat ik per onmiddellijke ingang mijn ontslag bij u indien, zodat u niet verder nodeloos in mij hoeft te investeren en op zoek kunt gaan naar een andere, meer geschikte – of moet ik zeggen “geknipte” – kandidaat.

Met de meeste hoogachting,

S.R. van Duijnhoven

Het was geen gemakkelijke start, mijn tewerkstelling in het luxueuze Hotel Conrad. De directeur, Ivan Hiel, een man die zelf getooid ging met een ver over zijn voorhoofd hangende vette blonde kuif, wikte en beschikte over zijn personeel zoals een generaal over zijn troepen. In het hogere hotelwezen heerst, geheel anders dan enkele recente series op tv doen vermoeden, een strikte hierarchie die eerder aan het leger dan aan docusoaps a la Millennium-Hotel doen denken. In de houding, mars! Het ontslag dat ik plompverloren had ingediend na een week werken op de nachtreceptie van het hotel aan de Louisalaan, werd niet gehonoreerd. Ik moest blijven werken. Mijn haar heb ik sindsdien laten groeien, tot ik in april alsnog ontslag mocht nemen. Wat zeg ik? Ik werd de laan uitgestuurd, want ik had het vertrouwen van het management beschaamd door te klagen over de erbarmelijke werkomstandigheden van het personeel van de familie El Nahyan op de vierde verdieping.

De Vlaamse ritmeester die mij, bij wijze van kennismaking, een rondleiding verschafte door het labyrintische complex van het art nouveau hotel, voerde me in 2005 al met onverholen genoegen langs de vele ondergrondse en bovengrondse verdiepingen. De vierde verdieping konden we enkel betreden via de lift met een speciale sleutel. Daar werden we vervolgens gemonsterd door gewapende wachters van de private veiligheidsdienst van de familie El Nahyan, die op norse toon vroegen wat we in dit afgeschermde domein van het hotel te zoeken hadden. Wat me vooral opviel, tijdens die rondleiding langs de 53 afgehuurde kamers, suites en opslagruimtes op de vierde, was de geur. Koks waren aan de slag om oosterse gerechten te bereiden, er hing de geur van versgebrande koffie, van saffraan, koriander, maniok, en iets wat leek op kamelenhaar. Die laatste geur was afkomstig van kamelenharen ruwe zakken die per tientallen in de gangen opgestapeld waren, vol met kruiden en etenswaren. Tussen de zakken en het talrijke speelgoed van de kinderen van de sjeika’s, lagen onfortuinlijke vrouwelijke Oosterse of Aziatische werkkrachten met hoofddoeken om, uitgestrekt op het tapijt. Ze stonden op zodra wij de gang in kwamen, verontschuldigden zich, maakten een buiging, en verdwenen uit ons zicht. “Deze dienstmeisjes moeten 24 uur op 24 beschikbaar zijn”, verduidelijkte Yves Vandekerckhove. “Ze doen even een tukje.”

Seal of Excellence

Gedurende de nachtdiensten zou ik vaak telefoon krijgen van de vier prinsessen Shaima, Myriam, Maessa en Rawda. Telkens met de meest waanzinnige verzoeken die midden in de nacht werden geplaatst. Om vier Big Macs naar boven te brengen (05 uur ’s ochtends), Ben & Jerry’s Icecream in porceleinen potjes te bezorgen (om 04 uur), om een brief vanuit het Nederlands naar het Arabisch te vertalen, om zo snel mogelijk een of andere Arabische film op DVD te bezorgen, om de tv opnieuw af te stellen met alle Arabische kanalen op kop. Etcetera. Het meest vertederende, en ook wel hartverscheurende verzoek dat midden in de nacht tot mij werd gericht, betrof het in het diepste geheim vertalen en vervolgens per fax versturen van een in erbarmelijk Engels opgestelde liefdesbrief die de jongste sjeika aan haar stiekeme geliefde – een Engelstalige diplomaat die zojuist alweer vertrokken was op missie – wilde laten bezorgen. Terwijl mijn collega’s zich bezighielden met de File Daily Maintenance op het computerprogramma Fidelio, zette ik me aan het vertalen van zinnen als “oh honi sweat sweat savior of my hart, please come back so soon as possible. I already missed you before you levt me.”

De Pakistaans-Indische “Human Resource Manager” van de miljardairs-familie, die ik voor de goede orde maar even meneer Singh zal noemen, bezocht de receptie regelmatig om ons op de hoogte te stellen van de regels van zijn regime. Geen wens van de sjeika’s mocht onbeantwoord of onvervuld blijven, nooit en te nimmer mocht een van de prinsessen gecompromitteerd worden door hen (bijvoorbeeld wanneer we samen in de lift zouden staan) in de ogen te kijken, geen personeelslid mocht het in zijn hoofd halen om  het woord tot hen te richten. Over de rechten van het door hem aangestelde personeel was hij even stellig: op geen enkel moment zouden de werkkrachten van de sjeika’s het hotel mogen verlaten. En indien dit toch dreigde te gebeuren buiten de spiedende blik van de private bewakingsdienst om, dan zouden wij persoonlijk verantwoordelijk worden gesteld. In retributie voor onze diensten en discretie, kreeg onze receptiemanager geregeld een envelop in handen met een aanzienlijk aantal biljetten van honderd euro. Ten aanzien van zijn eigen personeel was de heer Singh beduidend minder genereus. De kokkinnen, serveersters, schoonmaaksters en overige bedienden kregen per maand 24 uur op 24 uur paraat zijn, tussen de 150 euro en 700 euro uitbetaald. Vrijheid om te bewegen of vrije tijd kenden geen van de meisjes, want hun paspoorten waren door de heer Singh in verzekerde bewaring gesteld.

Een van de Royal Suites op de vierde verdieping waar de familie El Nahyan tussen 2005 en 2008 vrijwel permanent gebruik van maakte

In maart 2006 werd het personeel van het Conrad Hotel opgeschrikt door een interne affaire, die behalve voor het personeel van de familie El Nahyan, ook voor ons rigoureuze repercussies dreigde te hebben. Een van de bewakingsagenten, die behalve op de vierde verdieping ook rondes deed door de rest van het hotel, bleek het aangelegd te hebben met een Philippijnse werkster van de nog ongetrouwde sjeika Shaima. Opzichter Singh was hier tot zijn woede achtergekomen, en om “de eer van de sjeika’s op geen enkele manier te compromitteren” werd besloten tot het ontslag van de volledige bediening. Alle meisjes uit de Philippijnen, Irak, Syrie, Soedan, Egypte, Tunesie, Marokko en Maleisie, konden onverwijld hun biezen pakken. Ook de bewaker werd ontslagen, en het liefst had meneer Singh gezien dat het voltallige personeel van het hotel per immediat zou worden vervangen. Op die manier kon tenminste nog iets van de eer van de familie terug in het reine worden gezet. De directie van Hotel Conrad weigerde aan deze laatste eis tegemoet te komen, maar ondertussen sloot ze gewillig de ogen toen het volledige personeelsbestand ondanks alle contracten en toezeggingen werd weggezonden onder begeleiding van ambassadepersoneel van de Verenigde Arabische Emiraten, en een nieuwe lading werkslaven haar intrek nam in het hotel. De heer Singh eiste voortaan inspraak in de screening van het personeel van het hotel. Of hem die gegund is, weet ik niet. Maar toen ik me bij de heer Hiel beklaagde over de erbarmelijke situtatie waarin vooral de Filippijnse meisjes op de vierde verdieping te werk werden gesteld, kreeg ook ik al gauw mijn ontslagbrief in de bus. Het personeelsbeleid van de familie die in haar eentje het faillisement van het toch al jaren pover draaiende luxehotel heeft weten af te wenden, was volgens de directeur een strikt private aangelegenheid waarvoor het reguliere personeel van het hotel de grootst mogelijke en vanzelfsprekende discretie aan de dag diende te leggen. De klant is koning, zeker in het geval van de mutanten van een koninklijke familie a la El Nahyan waarmee we hier te maken hadden.

 

Ruling Family of the Emirates

Flag of Dubai.svg
HH The Emir Sheikh HH Sheikha Hind 

Op de foto hieronder: de kroonprins van de familie – Sheikh Mohammed bin Zayed Al Nahyan – schudt handen met president Obama. De beoogde troonopvolger van de Verenigde Arabische Emiraten is de broer van Shaima, Myriam, Maessa en Rawda, die in Brussel vol overgave sheikha kwamen spelen in het Conrad Hotel aan de Avenue Louise.

Sheikh Mohamed bin Zayed Al Nahyan (AFP OUT) United States President Barack Obama welcomes Sheikh Mohamed bin Zayed Al Nahyan, Crown Prince of Abu Dhabi and Deputy Supreme Commander of the United Arab Emirates (UAE) Armed Forces to the Washington Convention Center April 12, 2010 in Washington, DC. President Obama was to hold bilateral meetings today with five leaders of the 47 nations gathering for the two-day Nuclear Security Summit.

Omdat ze geen pottenkijkers wilden, betaalden ze er al die tijd voor de hele vierde verdieping: goed voor 53 kamers. De meeste dienstmeisjes sliepen volgens rigide schema’s in korte shifts, en moesten 24 uur in principe in touw zijn. Vooral des nachts. Overdag kon je op de vierde verdieping het uitgeputte personeel opgekruld aantreffen in hoekjes van de gangen of in kamers waar ze even buiten zicht van de Pakistaans-Indische slavendrijver hoopten te kunnen blijven. Zelf sliep weduwe Hamda in de koninklijke suite. Kostprijs per nacht: 4.500 euro. Zij en haar dochters zijn het gewend de lakens uit te delen. Aan personeel geen gebrek: er waren dag en nacht tientallen dienstmeisjes en een  handvol met automatische machinepistolen gewapende lijfwachten aanwezig. Een greep uit de landen van herkomst: Filipijnen, Marokko, India, Egypte, Turkije, Irak en Syrië. Vooral de dienstmeisjes werden uitgebuit. Terwijl moeder Hamda, de prinsessen en hun kinderen in de mooiste kamers woonden, moesten de dienstmeisjes op de gang slapen. Nochtans stonden veel betaalde kamers intussen gewoon leeg. Maar dat was voor eventueel bezoek. Volgens een in juni 2008 ontsnapt Marokkaans kamermeisje was er van slapen niet veel sprake. Ze getuigde dat ze hoogstens drie uur per nacht sliep. Voor de rest van dag moest ze paraat staan voor de prinsessen. ‘Ze waren veeleisend. Hun koffieverslaving typeert hen. Ze waren verzot op hete koffie. Maar ze gruwelden van een schoteltje. Dan moest je die hete kop met je blote handen dragen. Gevolg: je raakte gemakkelijk verbrand. Maar naar de dokter kon ik niet. Daar kreeg ik geen verlof voor.’ Volgens de vrouw mocht ze ook het hotel niet uit zonder een bewaker. Ze kreeg 500 euro per maand. Andere dienstmeisjes verdienden nog minder: 150 euro. De beste verdiener kreeg 700 euro. De Marokkaanse solliciteerde in haar thuisland voor de baan. Maar ze draaiden haar daar een rad voor de ogen. Meteen na de inval in het hotel werd ze al gebeld door de rekruteringsdienst in Marokko. Ze wilden haar manipuleren. Ze kreeg schrik. Haar ouders wonen nog in Marokko. De directeur van het Conrad houdt vol dat zijn hotel noch op de hoogte was noch voor wandaden verantwoordelijk kan worden gesteld die door het eigen personeel van de koninklijke familie in het hotel werden gepleegd. Volgens de Marokkaanse wist gans het personeel van het Conrad nochtans goed dat hun islamitische collega’s op de vierde verdieping in erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld werden. In ruil voor medewerking aan het strafonderzoek, heeft de onderzoeksrechter besloten de aanklacht tegen het hotel in deze zaak te laten vallen.  Een ex-werknemer van het Conrad bevestigt dat het hotel een oogje dichtkneep voor hun topklanten. ‘Op hun verdieping werd het brandalarm uitgezet. Omdat de prinsessen dat lawaai vervelend vonden.’
Bron:  NIEUWS.MAROKKO (red.), “Brussel: Slaven bevrijd na tip van Marokkaanse vrouw”, internet, 02-07-2008 (http://nieuws.marokko.nl/index.php?nav=nieuws&nid=11006)

Dat nu, enkele jaren na de spectaculaire uitbraak van de werkslavinnen in juni 2008, de directie van het hotel het doet voorkomen alsof ze niets afwist van de wanpraktijken en de slavernij op haar vierde verdieping, getuigt niet alleen van cynisme maar van de grootst mogelijke hypocrisie. De familie huurt de verdieping nu al sedert 2005, en niet slechts gedurende de laatste acht maanden, zoals in de pers onterecht is gemeld en door de directie nimmer is gecorrigeerd. Iedereen die beroepshalve in het hotel zich wel eens toegang diende te verschaffen tot de vierde verdieping, heeft kunnen constateren onder wat voor een terreurregime het permanent uitgeputte personeel van de sjeika’s gebukt ging.

Het was slechts wachten op het moment van ontsnapping van een of meerdere wanhopige werkslavinnen. Iets wat gebeurde toen de Marokkaanse Jamilla twee maanden geleden in haar kokstenue de Avenue op rende, terwijl de bewakers boven aan het eten waren. De drie andere meisjes die ook probeerden te ontsnappen, werden door de via het personeel van Hotel Conrad gealarmeerde gewapende mannen, nog net op tijd in de kraag gegrepen voor ze konden passeren door de riante draaideur in de majesteuze opgang van het hotel.

Hotelmanager Mark de Beer, die in de eerste maanden van 2008 de blondgekuifde generaal Ivan Hiel heeft mogen vervangen, wast voorlopig als Pilatus zijn handen in onschuld. Hij zegt namens het ganse hotelpersoneel “diep geschokt” te zijn door de feiten, en nergens van op de hoogte te zijn geweest. Klinkklare onzin, zo weet iedereen die in de afgelopen jaren professioneel met Hotel Conrad te maken heeft gehad. En ook al zullen wij de resultaten van het juridische onderzoek naar mensenhandel en slavernij, dat nu in gang is gezet door het Arbeidsauditoraat en de Belgische politie met spanning afwachten, ook de heer De Beer zal er niet aan ontkomen om een pijnlijke keuze te moeten maken: het behoud van de noodzakelijke goede reputatie van zijn verliesgevende luxehotel. Of het behoud van zijn beste klant die hem in de afgelopen jaren voorlopig van het faillisement heeft kunnen redden.

Serge van Duijnhoven

(آل نهيان – Āl Nahyān)

without any virtue

fotograaf: Bosz de Kler. Lobby van het Conrad


NAWOORD:


Of het te maken had met het feit dat het Conrad Hotel in Brussel zijn lukratiefste klant is kwijtgeraakt sedert de familie El Nahyan geviseerd wordt door de Belgische justitie? Aan de Louisalaan doet iedereen er weer – discretie verzekerd – volgens de code van Conrad Hilton het zwijgen toe.  Feit is dat de hoteldirectie spoedig na het uitbreken van de slavendrijfsters-affaire ingrijpende maatregelen afkondigde waartoe de hoofdzetel zich helaas genoodzaakt zag. Zoals een drastische inkrimping van het personeelsbestand via gedwongen ontslagen. Een deel van het personeel is na die aankondiging in staking gegaan. Wat een unicum mag heten voor een symbolisch bastion van standing en luxe als het Hilton Conrad waar de rijken der aarden normaliter juist tegader komen om het hoogkapitalisme te vieren in ceremoniele jubelmissen.

De beslist niet als arbeideristisch te betitelen werknemers van het prestige-hotel, normaliter de minzaamheid en nederigheid zelve, voelden zich geschoffeerd door hun bazen.Waarnemers uit de wereld van de hogere  hotellerie spraken van “Amerikaanse toestanden om de aandeelhouders tevreden te stellen.” Het hotelpersoneel van het restaurant, de onderhoudsploeg en de receptie bleek – tot afgrijzen van de directie – zijn actiebereidheid door te zetten. Het Conrad staakte. Er werden geen kamers meer schoongemaakt, geen klanten meer ingeboekt, telefoon opgenomen of roomservice meer bezorgd.  Het restaurant bleef dicht, en klanten bevolkten de lobby om zich te komen beklagen.

Sinds het uitbreken van de affaire El Nahyan, is het personeel trouw zijn zwijgplicht nagekomen die het van hogerhand kreeg opgelegd en is het als een blok achter het Conrad blijven staan. Er was zeker zoiets als een code van beroepseer en loyaliteit die de werknemers van het hotel hebben nageleefd. Dat zal niet altijd makkelijk zijn geweest want de sjieke naam Conrad is danig besmet geraakt door de kwestie van mensenhandel, slavernij en uitbuiting waarmee de sheikha’s het hotel hebben opgezadeld.  Op feestjes hoefde je niet meer aan te komen als de onkreukbare hotelbediende van Brussels meest glamoureuze hotel. Wat heeft het voor zin elke dag je overhemd vers te laten stomen en je tiptop te verzorgen als vijfsterrenklerk met stropdas en gelakte schoenen, als je in feite op het dek blijkt te werken van een slavengaljoen of een louche uitbuitersschuit? Waar is je trots en moraal dan gebleven, je werkethiek van onberispelijkheid die je als Hilton Conrad werknemer alle dagen welgemeend uit diende te dragen zoals een predikant het evangelie? Hoe kun je nog strak in het pak als je in naam van de kreukloze reputatie van je baas in feite de grootste smeerlapperij en schanddaden faciliteert?

Een beetje respect in ruil voor de bereidwilligheid om pal te staan voor het Conrad in de tijden van nood die waren aangebroken, was toch niet teveel gevraagd? In plaats daarvan kregen tientallen personeelsleden in het najaar van 2008 te horen dat het hotel geen behoefte meer had aan hun dienstbaarheid. Zonder evaluatiegesprek of motivering werden medewerkers gedumpt tussen het vuilnis in de containers van het executieve toprestaurant Wiltcher’s, en de zakken vol uitgeperst fruit van de prestigieuze Louis-cocktailbar.

De sfeer in het somptueuze paleis voor hoogkaraats genot, is er danig verziekt door geraakt.  Rot als de geur van de putrefactie die je tijdens de staking in het fort gewaar kon worden. Een nare lucht die vanuit het sousterrain omhoog kringelde. Tussen de afvalbergen trachtte het personeel zich syndicaal te weren en organiseren. Er werd vergaderd en gedreigd met nieuwe acties als de directie niet zou inbinden.De machtsstrijd die volgde heeft geresulteerd in kleine en grote rochades op het schaakbord van de Human Resources.  Een bataljon verse uitzendkrachten kreeg de opdracht om de werkvloer schoon te spoelen van de garde die zich al te lang aan de reputatie van het hotel bleek te hebben vastgekoekt.

Of het geplaagde luxe-hotel een nieuwe golf van anti-reclame in de internationale pers zal kunnen doorstaan, is een interessante vraag. Met het begin van het Sheikha-proces op dinsdag 9 november, mag het bolwerk van waaruit de uitbuiting jarenlang plaats kon vinden (en oogluikend is toegestaan) zich verwachten aan een nieuwe tsunami van verontwaardiging die op de frontdesk van de monumentale lobby af komt gestevend. Directie en personeel zullen genoodzaakt zijn zich gezamenlijk schrap te zetten. Om, aaneengeklonken als een blok basalt, de golven te pareren. Het is te hopen voor de directie dat het overgebleven personeel daar ook dit keer weer toe bereid zal zijn.

Misschien dat de familie El Nahyan als goedmaker voor haar wandaden en de reputatieschade die ze het Conrad in Brussel heeft berzorgd,  de frontdesk van haar voormalige uitvalsbasis wat kan versterken door een paar cargo’s vol zandzakken uit de woestijn rond Abu Dhabi af te laten leveren aan het Place Stefanie. Naar het schijnt is het zand der Emiraten – qua korrel en cohesie – van een ongeëvenaard nobele en verfijnde structuur. Bovendien is het in royale hoeveelheden voorradig. Het zou een verrijkende spirituele ervaring voor de sheikha’s kunnen worden, als de rechter in Brussel hen voor de begane wandaden een taakstraf met gemeenschapszin op zou leggen. Zoals het vullen van zandzakken voor allerhande nooddruftigen (waaronder het Conrad Hotel in Brussel) die de komende tijd met zwaar weer en wassend water krijgen af te rekenen.

Zou het tot die verwende prinsessen van het mutantengeslacht El Nahyan eigenlijk ueberhaupt nog kunnen doordringen dat ze hier in Brussel niet zomaar in de beklaagdenbank terecht zijn gekomen? Hoe kwistig en geobsedeerd hun hang naar uiterlijke voornaamheid ook is geweest gedurende hun verblijf in Brussel, als mens hebben ze zichzelf op pijnlijke wijze ontmaskerd als een stelletje verwende narcisten met een naar het sadisme overhellende misconceptie van eerzame menselijke verhoudingen. Hun inzicht in menselijke waarden en verhoudingen – kortom hun ziel – lijkt jammerlijk te zijn verschrompeld tot de vrucht van een plant die zelden water heeft gehad en nooit in de buitenlucht heeft kunnen groeien.

Wat nobel is? De adellijke dames zouden het bij Allah niet weten want ze waarom zou je je nobel moeten gedragen als je denkt dat je van nature toch al koninklijk bent? Het is bijzonder triest maar ook verbijsterend om te moeten constateren dat een zandkuil in een peutertuin te Jette, waarschijnlijk meer noblesse en in elk geval meer diepgang in zich herbergt, dan deze exploten van een hoog-adellijke stamboom die zich op zulk een aberrante wijze heeft vertakt in de dorre woestijngrond van Abu Dhabi’s kalifaat.

(آل نهيان – Āl Nahyān)

71 Avenue Louise
Brussels
Belgium

HILTON GLOBAL PRIVACY POLICY

At Hilton, we strive to deliver outstanding products, services, and experiences around the world. We value your business and, more importantly, your loyalty. We recognize that privacy is an important issue. We have developed this Global Privacy Policy (this “Policy”) to explain our practices regarding the personal information we collect when you visit this site. Some jurisdictions also require notice concerning other means of collecting personal information; for those jurisdictions, this Policy also explains our practices regarding personal information obtained from sources other than our websites, such as written or verbal communications or information collected when you visit one of our properties.

Please read this Policy carefully before submitting personal information about you to us. Also, please note that this Policy does not apply to our processing of personal information on behalf of and subject to the instructions of third parties such as airlines, car rental companies and other service providers, companies that organize or offer packaged travel arrangements, marketing partners, or customers.

ROYAL SUITE in het CONRAD HOTEL  BRUSSEL

Conrad Brussels’ Royal suite is unquestionably the hotel’s signature suite, with the large rooms combining to offer 365 square metres of regal luxury. A large entrance hall provides access to a spacious living room, dining room, private kitchen and corridor leading to the bedroom, indulgent bathroom and dressing room. Located on the fourth floor, the Royal suite offers an unobstructed view of Avenue Louise in a private and tranquil environment. Our Royal suite offers individually controlled air-conditioning, large work desks, two direct-dial phone lines with voicemail, as well as internet connectivity. Additional in-room amenities and services include a well-stocked mini-bar, coffee maker and snack basket, security safe, interactive television with more than 40 channels, hairdryer and ample storage space. The spacious bathrooms have a separate bath and shower, and are finished in a delicate marble with luxurious toiletries, indulgent bathrobes and comfortable slippers. Further connecting rooms can be added to extend the Royal suite to offer two or three bedrooms.   Amenities

Bovenkant formulier

Onderkant formulier

  • 25″ television
  • Alarm clock
  • Coffee machine and tea maker
  • Controlled Access Corridors
  • Digital interactive TV system with hundreds of on-demand movies and music
  • Dressing gown and slippers in finest cotton
  • Emergency call button on phone
  • Evening Manager’s Reception
  • Evening Room Service
  • Hairdryer
  • High-speed Internet connections
  • Mini Bar
  • On-Demand Movies
  • Safe
  • Seating Area with Sofa
  • Separate Bathtub and Shower
  • Superior bedding with 100% Egyptian cotton linen and oversized goose-down pillows
  • Two phones with dataport, speaker and voicemail

Lees ook in De Morgen van 06.11.2010:

http://www.demorgen.be/dm/nl/989/Binnenland/article/detail/1179433/2010/11/06/Vlaamse-werkte-tussen-slavinnen-van-Conrad-Hotel.dhtml

Het parket van Brussel zal nu dinsdag 9 november 2010 aan de raadkamer vragen om de weduwe van een Arabische sjeik en haar prinsessendochters voor de strafrechter te brengen wegens onmenselijke behandeling. In de zomer van 2008 bevrijdde de politie 17 van ‘hun slavinnen’ uit het Conrad Hotel. Ook de Vlaamse Caroline (nu 27) danste een half jaar naar de pijpen van de steenrijke El Nahyans. “De andere meisjes moesten zeven dagen per week, de klok rond, werken. Elk contact met de buitenwereld was verboden”, zegt Caroline. Ze deelde lief en leed met de slaven, zowel achter de dikke paleismuren in Abu Dhabi als op de vierde verdieping van het Conrad.

De dienstmeisjes mochten totaal geen contact hebben met de buitenwereld. Het was verboden om te telefoneren of om het internet te gebruiken. Ze moesten op bevelen wachten in kamers vol zachte fauteuils. Maar die mochten ze niet gebruiken

Het onderzoek werd geopend in de zomer van 2008, nadat de politie uit het Conrad Hotel in de Louizalaan in Brussel zeventien vrouwen haalde die als slavinnen zouden uitgebuit zijn.

Amper enkele maanden voor de inval werkte er nog een Vlaamse jonge vrouw voor de sjeika’s in het Conrad. Caroline uit Putte was 23, verpleegster van opleiding en ze had eerder voor de Arabische familie als au pair gewerkt in Abu Dhabi. Toen de 24-jarige prinses Maytha in september 2007 met haar zussen en moeder naar Brussel afzakte voor een ivf-behandeling, zat de prinses zonder kinderoppas. Via via werd Caroline gecontacteerd. En omdat ze toch net zonder werk zat, pakte Caroline haar koffers en trok ze in op de vierde verdieping van het luxehotel langs de Louizalaan. Ze wil vertellen wat ze er zag, net zoals ze deed aan de politie. Maar niet met haar volledige naam. Omdat ze geen problemen wil en omdat ze vindt dat ze zelf altijd correct werd behandeld.

Geen contact met buitenwereld

Toch wrong het bij Caroline, daar in het Conrad. Zelf sliep ze in een suite van 700 euro de nacht met Zayed, het 1 jaar oude zoontje van sjeika Maytha. De prinses zelf sliep in een nog duurdere kamer – een van de 53 die de steenrijke familie had gehuurd om pottenkijkers van de verdieping weg te houden. “Ik merkte snel dat de andere meisjes en vrouwen (onder andere uit de Filippijnen, Marokko, en Indonesië, bjm) er anders behandeld werden dan ik. Slechter. Zo kregen zij nooit een dag vrijaf. Dat betekende ook dat ze niet uit het hotel mochten.

Beetje per beetje gingen Carolines ogen open. Want de dienstmeisjes in het Conrad mochten wel nog meer dingen niet. “Ze mochten totaal geen contact hebben met de buitenwereld. Zo was het voor hen ook verboden om te telefoneren of om het internet te gebruiken. Dat wrong bij mij. Want ik mocht dat wel.Hoewel in die kamers lekkere zachte fauteuils stonden met kussens mochten ze daar niet in zitten. Hun plaats: dat was het tapijt op de grond.”

Dinsdag 9 november wordt de zaak behandeld voor de raadkamer in Brussel. Het parket zal er vragen de weduwe en haar zeven dochters te vervolgen voor onmenselijke behandeling, fiscale fraude en illegale tewerkstelling. (Bjorn Maeckelbergh)

Al Nahyan family

From Wikipedia, the free encyclopedia

Al Nahyan (آل نهيان Āl Nahyān) is one of the six ruling families of the United Arab Emirates, and are based in the capital Abu Dhabi, United Arab Emirates. Al Nahyan is a branch of the House of Al-Falahi (Āl Bū Falāḥ), a branch of the Bani Yas tribe, and are related to the House of Al-Falasi, from which the ruling family of Dubai, Al Maktoum, descends.

Members

Notable members of the Al Nahyan family include:

Modern

Offshoot

Het is niet de eerste keer dat de familie van slavendrijverij wordt beschuldigd en daarvoor in het buitenland voor het gerecht wordt gesleept. Getuige dit artikel uit de New York Sun anno 2007. Een kwestie van “culture” of van “nature”? Een kwestie van familietraditie, zo lijkt het. Zo geleerd, zo gedaan. Sheik Hamdan bin Rashid al-Maktoum, de neef uit Dubai van de sheikha’s die in het Conrad hun drijverij runden, blijkt er ook wat van te kunnen:

DE ZEEMEEUW VAN TITO – Het vlaggenschip van de laatste leider van De Derde Weg

Tijdens Tito’s leven bood de Galeb plaats aan ontmoetingen en conferenties. Nu ligt het voormalige vlaggenschip van de Joegoslavische marine te roesten aan een afgelegen kade op een scheepswerf in Rijeka. Van het luxe, luisterrijke jacht van maarschalk Josip Broz is weinig anders over dan een drijvende hoop schroot. Toch is dat velen nog teveel. Het schip blijft hoe dan ook een ankerpunt voor de geschiedenis van een natie die aan broederstrijd en etnische twisten teloor is gegaan.

door Serge van Duijnhoven

De Kroatische schipper en oorlogsveteraan Marko Maroje weet het zeker: het was Josip Broz Tito die in 1995, op een mistige Sint-Jozefsdag, voor de kust van San Vincenzo langszij kwam aangemeerd op zijn imposante vlaggenschip de Galeb (‘meeuw’ of ‘zeemeeuw’). Ten overstaan van de verzamelde pers in Zagreb hield Maroje het ijzerenheinig vol: ‘Tito zag er schitterend en sterk uit. Hij stond op de plecht van zijn schip, met een sigaar in zijn hand. We praatten een tijdje. Hij vroeg: “Hoe staat het er bij jullie nu voor?” Ik antwoordde: “Niet zo goed, maarschalk.”’ Later vertelt Maroje dat iedereen hem voor gek verklaarde: ‘En journalisten vroegen of ik ook Benito Mussolini of Ante Pavelic heb zien rondvaren. Die twee fascistische dwazen, die ons land verpachtten aan de Italianen en de Duitsers! Nee, het was Tito, en hij alleen, meester van zijn tijd.’

Regisseur Vinko Bresan gebruikte in 1999 deze Tito-verschijning als basis voor de komische speelfilm Marsal. Die was enkele jaren geleden ook op de Nederlandse televisie te zien.

Nog altijd verklaren de dorpsbewoners van San Vincenzo de man en zijn graatmagere vrouw geschift. Regisseur Bresan filmde op locatie en gebruikte Maroje’s okerkleurige villa als psychiatrische kliniek. Dorpsbewoners die het gekkenhuis passeren wijzen met een vinger gniffelend naar hun voorhoofd. ‘Ze lachen ons uit!’ verklaart Maroje’s vinnige vrouw met rasperige stem, ‘omdat die dwazen van de film verzuimden de verf van ons huis te halen waarin het woord “gekkenhuis” staat gespeld.’

Maroje heeft Tito één keer in het echt ontmoet, toen hij begin jaren zeventig als officier in opleiding dienst deed bij de Joegoslavische marine. Maroje wordt nog altijd lyrisch als hij de inrichting van het schip beschrijft: ‘Het was geen schip zoals andere oorlogsschepen. Het jacht had grandeur. Het was het paradepaardje van ons land. Perzische tapijten, gecapitonneerde plafonds, notenhouten meubilair, gouden schalen, zilveren bestek, porseleinen serviesgoed. In die tijd kon ik mijn ogen nauwelijks geloven. Een kamer was ingericht ter herinnering aan de staatsmannen die de boot hadden bezocht, net als acteurs, musici, kunstenaars, sportlieden en schaakgrootmeesters. Hun namen stonden op platen gegraveerd in de centrale ballroom op het tweede dek. Daar stond ook de vleugelpiano waarop Tito zelf af en toe speelde.’

Tito inspecteert de bemanningh van de Galeb

Een generatie geleden was de Galeb nog een van de meest luisterrijke en luxueuze jachten in de wereld. Tito verwelkomde er sterren en staatslieden als Gandhi, Nasser, Kadafi, Castro, Churchill, Chroesjtsjov en filmsterren als Elisabeth Taylor, Richard Burton, Sophia Loren en Marilyn Monroe. Vandaag de dag is het 1930 ton wegende en 117 meter lange luxejacht een drijvende, roestende schroothoop. Wat ooit de varende trots was van de federale staat Joegoslavië is allengs verworden tot een symbool voor de puinhopen van een verdeeld land. Het verlaten dek en de lekkende chartrooms vormen een even levendige als pijnlijke herinnering aan de dramatische wijze waarop het land sinds 1991 in enkele burgeroorlogen uiteen is gevallen in steeds kleinere snipperstaten en (schijn)republiekjes.

Tito poseert lezend op de Galeb

De geschiedenis van het in 1938 als bananencargo in gebruik genomen schip is net zo grillig als de levensloop van de communistische partizanenleider die na de Tweede Wereldoorlog het heft in handen nam. In de Tweede Wereldoorlog werd het schip door de nazi’s gebruikt als mijnenjager in de Adriatische Zee. Het werd verscheidene keren getorpedeerd en in 1944 werd het schip zelfs door de Engelse luchtmacht tot zinken gebracht voor de haven van Rijeka. Tito liet het enkele jaren later weer boven water takelen en bouwde het om tot het vlaggenschip van zijn vloot. Hij legde er staatsbezoeken mee af. In 1953 deed hij met de Galeb de havens van Londen en Den Helder aan. Tijdens een luxebanket met een aansluitende ballroomparty liet hij de Hertog van Edinburgh en prins Bernhard aan boord.

Het schip speelde ook een cruciale rol bij de vorming van de Beweging van de Derde Weg. Tito legde tijdens diverse internationale conferenties de fundamenten van de Liga van Ongebonden Landen, die een onafhankelijke koers wilde varen tussen het kapitalistische Westen en het communistische sovjetimperium. De entourage van zijn varende luxepaleis diende in internationale wateren als neutrale grond voor topontmoetingen van deze landen van de Derde Weg. Legio zijn de verhalen over deze in alcohol, muziek, gok- en schaakspelen gedrenkte conferenties.

Tito en Nasser gaan aan boord van de Galeb

Het schip dat nu in Rijeka’s haven ligt te roesten, wordt omgeven door een zweem van nostalgie naar de relatieve welvaart van een voorgoed voorbije periode. Een periode waarin Joegoslavië meer dan twintig miljoen inwoners telde en een rol van betekenis speelde in het perverse schaakspel tussen Oost en West. Zelfs een Kroatische nationalist als Marko Maroje moet erkennen: in de tijd van Tito was het goed leven in Joegoslavië.

Galeb verkommerend in de haven van Rijeka 26 augustus 2009

Elf jaar na de dood van Tito spatte de Federale Republiek van Joegoslavië uiteen als het kadaver van een aangespoelde walvis. En alsof het werd meegezogen in de slachtingen waarmee dat gepaard ging, onderging het schip sindsdien een schrijnende verwaarlozing. In de haven van Rijeka ligt het jacht er triest en kaalgeplunderd bij, net als de verpauperde rompstaatjes Macedonië, Servië, Montenegro en Kosovo, die openbare uitverkoop houden van grond, kapitaal en grondstoffen. De boot wacht op een nieuwe eigenaar die bereid is in het schip te investeren om het van de ondergang te redden. De republieken, op hun beurt, wachten vol spanning af, in fatalistische lethargie of opgeblazen trots, of de Europese Unie of de Navo ze uit hun ellendige isolement zal komen redden. Ook de roem van Josip Broz Tito, de oude oorlogsheld die uitgroeide tot een wereldwijd gerespecteerd staatshoofd, ligt in de haven van Rijeka te grabbel. Vanaf de pier vertrekken iedere dag excursies naar het strafeiland Goli Otok (letterlijk ‘het naakte eiland’), waar Tito zijn politieke vijanden in de blote zon stenen liet hakken tot ze erbij neervielen. Veel ouderen als Maroje voelen heimwee naar de tijden van de sluwe vos, maar worden door een ander deel van de voormalige republiek uitgemaakt voor ‘vuile Joego-nostalgist’. Door hem als bovennatuurlijk te portretteren steekt de website titoville.com (niet toevallig uit Slovenië, de enige deelrepubliek die het goed gaat sinds de boedelscheiding) de draak met de socialistische dictator. Tussen alle archaïsche vooruitgangsretoriek uit zijn tijd is op een van de foto’s op de site te zien hoe Tito in een speedboot op weg is naar zijn jacht voor een nieuwe wereldreis langs de continenten.

Terwijl hij in zijn jeep naar de mistroostige industriële werf Viktor Lenac rijdt, vertelt scheepsingenieur Branko Rankovic enthousiast over de roemrijke geschiedenis van het schip: ‘Het was een symbool voor vrede en ongebondenheid in de hele wereld. Het is een vredesboot; een brod za mir.’ De ingenieur is belast met de taak om van de afgedankte Galeb opnieuw een luxejacht te maken voor de rijken van deze aarde. Aanvankelijk gaf de Griekse zakenman John Paul Papanicolaou hem daartoe opdracht. Eerder al liet hij het oude jacht de Christina Onassis omkatten, om het daarna voor een tienvoudig bedrag aan een miljardair in Engeland te verkopen. Met de Galeb wilde hij hetzelfde doen. Wat er precies tussen is gekomen, blijft een raadsel. Inmiddels is de achterstallige havenbelasting opgelopen tot bijna zeshonderdduizend euro. De werf is daarom een procedure gestart, geholpen door de handelsrechtbank van Rijeka, die ertoe moet leiden dat het schip zal worden geveild. ‘Het ergste is als het schip op de schroothoop belandt’, zegt de scheepsingenieur. ‘Daar is het schip historisch gezien te relevant voor.’

Met de bergen rechts en metershoge kranen linksboven komt plotseling de Zeemeeuw in zicht, vastgeketend in helder water. Het grijsgroene schip ziet eruit alsof het zojuist van de bodem van de zee getakeld is. ‘Toch is alles in de boot nog intact’, verzekert ingenieur Rankovic, ‘en precies bewaard gebleven zoals 25 jaar geleden. De kajuit van Tito en Jovanka, de chartrooms en de ballroom, alles is onaangeraakt. Het schip is alleen van buiten vervallen. Nog maar zes jaar geleden is de boot op eigen kracht van Montenegro naar Rijeka gevaren. Dus het hoeft niet lang te duren om het schip ook nu weer zeewaardig te maken.’ Rankovic wijst op de Fiat twin diesel engine die het schip zijn stuwkracht geeft: ‘Het schip haalt nog altijd twintig knopen.’ In de grote vergaderzaal staat vandaag enkel nog een lange ovale tafel. Een vaalgrijs tapijtje bedekt de grond. In de andere vertrekken van de boot druppelt het regenwater langs de wanden, langs scheuren en vochtplekken, terwijl een zware vochtige lucht bezoekers op de keel slaat. In de ooit luxueuze kajuit van Tito en zijn eega Jovanka bevinden zich alleen nog twee ijzeren bedden en een houten kast met lege laden. ‘Het is alsof je in een tijdmachine terecht bent gekomen’, mijmert Rankovic.

Net als de burgemeester van Rijeka vindt Rankovic dat de Galeb een museum moet worden. Daarvoor hoeft hij ook niet zeewaardig worden gemaakt: ‘Een likje verf, wat nieuwe meubels en klaar is Kees.’ Ook Maroje, de man met het Tito-visioen, ziet zo’n museum wel zitten, net als andere veteranen uit het voormalige Joegoslavische leger. Maar het is allerminst zeker of het museum er zal komen. Drie jaar geleden werd de Galeb nog voor zes miljoen dollar te koop aangeboden, onder meer via de website yachtworld.com. Vorige maand is de basisprijs door de havenautoriteiten van Rijeka vastgesteld op 150.000 euro. Kroatische nationalisten en de oude gevangenen van Goli Otok zijn er op uit het schip voor een spotprijs te kopen en vervolgens naar de schroothoop te brengen, om museale Joego-nostalgie geen kans te geven.

De woordvoerder van het ministerie van Cultuur bevestigt dat het schip inmiddels tot nationaal cultureel erfgoed is verheven, maar zegt dat het ministerie het schip niet zal kopen: ‘De enige die het schip zal kunnen kopen is de stad Rijeka.’ In het gemeentehuis op de brede Korso-boulevard in het centrum van de stad verklaart de burgemeester met galmende stem dat het schip te belangrijk is voor de schroothoop: ‘Alleen al omdat zes brandweermannen van onze stad hun leven hebben gegeven bij het blussen van de Galeb, toen die tijdens beschietingen in de Tweede Wereldoorlog in brand vloog.’

De voormalige oppermachinist van de Galeb, de tachtigjarige kapitein Dusan Milic, zegt dat men het schip willens en wetens heeft laten verkommeren: ‘Het schip werd zestien jaar lang zelfs niet eens geverfd!’ Het is zijn droom om, vijftig jaar na zijn diensttijd op de Galeb, nog één keer terug te mogen keren naar de plecht van het jacht en de machinekamer opnieuw te betreden. ‘Tuzjno!’ mijmert hij. ‘Het is triest dat de Galeb er nu zo aan toe is. Maar het is niet te laat. We zouden gewoon met de oude crew samen moeten komen, dan zouden we de motoren in een vloek en een zucht weer aan de praat krijgen. Dan varen we met het schip direct de haven uit.’ Op weg naar het verleden.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Alsmede met steun van Vlatka Simac, die de auteur tijdens zijn onderzoek in Rijeka als researcher en vertaler terzijde stond. Zonder haar voortvarende hulp had ik dit verhaal nimmer kunnen optekenen (in weekblad De Groene Amsterdammer), noch op geluidsband kunnen vastleggen (voor het geschiedenisprogramma OVT van VPRO Radio).

Photo courtesy

© 2010 Vladimir Tarnovski all rights reserved for the pictures as published in this article.

With courtesy also of Michael W. Pocock and MaritimeQuest.com.

President Josip Broz Tito seen in Morocco, Galeb is seen in the background.
(Photo courtesy of Vladimir Tarnovski)