ZEMFIRA (Земфира) – VERTOLKSTER VAN DE RUSSISCHE ZIEL

Zemfira is de naam van een in 1998 opgerichte Russische rockband, vernoemd naar de voornaam van bandleidster en leadzangeres Zemfira Talgatovna Ramazanova (Russisch: Земфира Талгатовна Рамазанова). Zemfira kan zowel slaan op de groep als geheel of op de persoon. Zemfira Ramazanova werd op 26 Augustus 1976 geboren in Oefa, hoofdstad van de republiek Basjkir. Al vanaf haar vierde kwam ze met muziek in aanraking. Op haar negentiende verhuisde ze naar Moskou, met inmiddels een heel repertoire aan zelf gecomponeerde en in haar eentje uitgevoerde liederen in haar koffer. De andere bandleden waren twaalf jaar lang Rinat Achmadijev, Sergej Sozinov, Sergej Miroljoebov en Vadim Solovjov. Onlangs heeft de zangeres, in een bui van onberekenbare koppigheid, die haar vaak wordt aangewreven, de samenstelling van haar band volledig vernieuwd. Door de ene wordt haar koppigheid gezien als een vorm van sterallure. Voor anderen is het een teken van haar labiele en bipolaire maar ook geniale en onafhankelijke karakter. Zemfira werd meteen vanaf de oprichting immens populair, en is dat gebleven. Russen waar ook ter wereld, hebben deze dwarse zangeres, die in niets beantwoordt aan het stereotype van de schaarsgeklede seksbommen die de Russische MTV domineren, als hun totem omarmd. Tijdens demonstraties voor meer democratie, wordt Zemfira’s muziek luid gespeeld. De frêle zangeres is de stem geworden van een generatie Russen, die individualiteit belangrijker vindt dan het opgelegde collectivistische nationalisme van de clan Poetin.

Zemfira live in Petrol Antwerpen, 29.11 2011. Foto van Ernest Potters

Zemfira live in Petrol Antwerpen, 29.11 2011. Foto van Ernest Potters

“Ik verscheen in je leven, en jij draaide door.”  Met die zin begon twaalf jaar geleden de carrière van Zemfira. Het was 1999. Zemfira was 23 jaar. Een meisje uit de Oeral, geboren in 1976 in de provinciestad Oefa. Een Tataarse dus. Met verfomfaaid, jongensachtig uiterlijk. Piekachtig en haveloos ravenhaar. Wantrouwige, ietwat trieste ogen. Brede jukbeenderen. Een krijgster in de liefde. Strijdster voor democratie. Lesbienne ook. Maar bovenal: een atypische edoch evenzeer volmaakte vertolkster van het ultiem diffuse maar onomstotelijk bestaande verschijnsel van de “Russische ziel”. Die stem! Die melancholieke, strijdbare en tegelijkertijd uiterst breekbare stem, waarin een universum aan leed en baldadigheid ligt verscholen. Heel Rusland heeft haar – homofoob of niet – in de armen gesloten als een slavische Jeanne d’Arc. Een gevallen engel. Rokend, drugsverslaafd, oprecht, even aandoenlijk als levensgevaarlijk.

Geen journalisten, geen fotografen, dat is haar oekaze voor ieder met de strengste coutumes omgeven optreden. Dat betekent dat wij, fotograaf Ernest Potters en ik, onder valse voorwendselen ons toegang moesten verschaffen tot dit enige concert dat Zemfira ooit in de Lage Landen heeft gegeven. In Petrol, een even stemmige als smoezelige nachtclub aan de rafelrand van de stad Antwerpen. Niet toevallig een der grootste havensteden in Europa, waar zich sinds de jaren negentig een bont gemelangeerde Russische gemeenschap aan arbeiders en zakenlieden heeft samengeklonterd.

Zemfira in Petrol. Foto stiekem genomen door Ernest Potters

Aan de Herbouvillekaai, waar de vrachtschepen aanmeren aan de flanken van het parkeerterrein, werd Zemfira door haar Russische expat-publiek op handen gedragen. Bij bijna elk nummer wordt er luidop meegezongen. Oorpspronkelijk was het concert bedoeld als een promotietour rondom de nieuw te verschijnen cd “12” waar de groep al twee jaar lang aan schijnt te werken. Vorig jaar werd de verschijning van de cd een jaar uitgesteld. Nu het een jaar later is, maakte Zemfira bekend dat deze nog altijd niet verschenen cd haar allerlaatste gaat worden. Niet dat ze het maken van muziek beu is. Wel gaf ze aan “niet langer te willen zwichten voor de druk van platenbonzen, en de willekeur van mastodontiche producers”. De zangeres heeft besloten haar muziek voortaan zelf uit te brengen. Via internet, of enkel live. Tijdens relatief intieme concerten zoals in Antwerpen (1500 man), waar in kleine oplagen cd’s en DVD’s worden verkocht. De arbeid van haar top-producenten, die 24 maanden aan haar boreling hebben gesleuteld, heeft ze monter de prullenbak in geworpen.

“Twaalf” is dan ook een onafhankelijkheidsverklaring geworden. Het is of ze een last van zich heeft afgeworpen. De slang is uit haar oude huid gekropen. De 35 jarige zangeres, hoe mager en gecraqueleerd ook, heeft haar bandleden resoluut vervangen. Haar management ontslagen. Haar nieuwe harnas aangetrokken. En tegelijkertijd de hand gereikt naar haar alsmaar groeiende publiek. Dat heeft ze expliciet uitgenodigd om samen met haar muziek te produceren, via remixes van originele tracks die ze gratis ter beschikking stelt van de massa. Iedereen kan zijn eigen versie van haar nummers plaatsen op de website die ze daarvoor in het leven heeft geroepen.

Zo openhartig als Zemfira op het podium zingt over haar zielenroerselen, zo apèrt hult ze zich daarbuiten in stilzwijgen. Ze verkiest de volmaakte “silence and cunning” van de afzondering, boven het circus van de openbaarheid. Aan haar populariteit heeft dat niets afgedaan. Integendeel. Zemfira’s enigma heeft haar alleen maar onaanraakbaarder, ongenaakbaarder en serener gemaakt. Precies zoals die maagd uit Orléans, waar ze veel meer nog dan Mila Jovović uit de film van Luc Besson, de perfecte typecasting voor zou zijn geweest.

Natuurlijk is er ook de nodige bravoure in het spel. De épquipe van Club Petrol heeft het nooit eerder meegemaakt: niemand van de technici die bij de soundcheck aanwezig mocht zijn. En tijdens het concert een ploeg aan schorriemorrie, artistieke KGB-agenten met spierballen en vierkante schouders, die iedereen met een camera of GSM die foto’s maakt, het ziekenhuis in dreigen te slaan. Concertorganisator Alexander Solovov vat het sportief op. In het autoritaire Rusland, waar Zemfira populairder is dan Madonna in het Westen, en stadionconcerten de norm zijn, is zo’n ordemacht noodzakelijk om zaken in de hand te kunnen houden. Of het ook niet getuigt van een wat onvolwassen houding ten opzichte van de vergaarde roem? “Natuurlijk heeft het ook te maken met compensatiedrang”, aldus Alexander. “Ten diepste is Zemfira, hoe populair ook, een uiterst onzekere vrouw.”

Zemfira door Ernest Potters

Zemfira door Ernest Potters

Het publiek, ook in Club Petrol, lijkt daar allerminst om te malen. Er wordt twintig minuten lang geklapt om een toegift, die uiteindelijk dan toch komt met het prachtige nummer ‘Khochesh’ (Хочешь?) “Wil je dat we onder zeil gaan op volle zee? Wil je mijn nieuwste muziek horen, mijn lief? Wil je dat ik je buren om het leven breng, die je uit je slaap houden?” Met haar smekende, geloken Tataarse ogen die de bewerkelijking schijnen van de hoofdpersone uit Nabokov’s roman Masjenka, zingt ze haar publiek toe: “Vergeef me mijn liefde… Ik maak je kapot omdat ik van je houd.” Het publiek huivert en zingt met haar mee. Eenvoudige woorden, die ontregelende zinnen vormen. “Jij hebt Aids, maar we zullen zingend sterven!” Duizenden landgenoten die het luidkeels meezingen. Tot zoiets is alleen de Russische  ziel in staat.

Gezien: Zemfira. Concert in Club  Petro/AS-Art, Antwerpen

Dinsdagavond 29 november, 20u – 22u30

*

Zie zeker ook deze wat schokkerige opnamen van het nummer “Binnen in mij” ; het elegisch gezongen zelfportret van de zangeres, dat sinds 2009 circuleert op Youtube:

Vo Mne (Во Мне)

Сон
Странный сон
Я вижу отражение себя

Столько лет
Во мне
Все слова

Во мне
Тишина

Снова дождь
Стучит свои признания луне

Этот дождь
Наверное не знает обо мне

Во мне
Корабли
Во мне
Города
Во мне
Вся любовь
Во мне
Все что есть.

*

Inside of me

Sleep, strange sleep

I’m watching my reflection

For the many years

Inside of me formed craters

filled with muddy rain; drops

that tapped their declarations

of love from high above

against the surface of my crane

howls of wolves crying to the moon

Inside of me

tall ships have sailed

Inside of me

large towns were built

Inside of me

green gardens grew

But now, while longings last

and pain outlasts my love

Inside of me

the house is empty

Inside of me

lives nobody

*

(translation based on the original score: SvD 2011)

Advertenties

EEN EXISTENTIEEL GEBREK AAN AMOUR PROPRE

Temidden van alle gekrakeel over de onveiligheid in de Brusselse metro, zou men haast vergeten dat dit ondergrondse net eigenlijk op vele plaatsen tot het mooiste en in elk geval meest pittoreske behoort wat deze aardbol aan ondergronds- en bovengronds vervoer te bieden heeft. Neem het station Montgoméry, waar de fameuze tram 44 aanmeert in een prachtige halfronde bocht onder de grond. Alvorens op te klimmen naar de beboste heuvels van de Tervurenselaan, alwaar de reiziger een uitzicht kan bekomen zoals dat nergens anders is te vinden. Of bezie de stad eens – met liefde – tussen Zwarte Vijvers en het Heyzel stadion. Het uitzicht – links en rechts – is alleszins te vergelijken met dat van Parijs rondom halte Stalingrad en de Sacré-Coeur.

Volgens velen is Brussel een lelijke of ronduit monsterlijke stad, het waterhoofd van een Siamese tweeling. Of drieling wellicht, als men het Europese district wil meetellen als een soort DC. Maar in plaats van als onooglijk samenraapsel, kan men Brussel ook zien als een surrealistische collage van onwerkelijke combinaties die in het dagelijks leven op elkaar zijn geplakt. Wie zich kan vinden in Lautréamonts omschrijving van schoonheid als ‘de toevallige samenkomst van een parapluie en een naaimachine op een operatietafel’, heeft in deze stad niets te klagen.  Brussel is even artificieel, hybride, gelaagd, contradictorisch, lelijk, schitterend, chaotisch, problematisch en boeiend als het land waar het de hoofdstad van is. Geen makkelijke stad, geen wezen dat zich gemakkijk bloot geeft of haar bewoners met open armen ontvangt. Toch voel ik me hier meer dan elders op m’n gemak. ‘O Brussel ik min uw fragmenten en uw wonden’, schreef Geert van Istendael in zijn vele malen herdrukte meesterwerkje Arm Brussel (uitgeverij Atlas). ‘Brussel benadert de schoonheid van Praag niet eens, maar zou ik wel zonder de Brusselse lelijkheid kunnen leven?’ vraagt Van Istendael zich af. Ik in elk geval niet.

Toch sta ik er elke keer weer van versteld, hoeveel Vlamingen bang zijn voor Brussel of er ronduit een hekel aan hebben. Zelfs progressieve theatervrienden vinden deze stad te min, goor en gevaarlijk om er hun kinderen op te voeden. De Vlaming woont eigenlijk alleen graag ‘op de buiten’, in het verkavelde landschap tussen koeienweide, asfalt en meubelboulevard, en in de beschermende nabijheid van een kerktoren. Brussel heeft vele minder leuke kanten, dat zie ik ook wel – en heb ik  aan den lijve ondervonden toen ik door een bende Marokkanen in de Hoogstraat het ziekenhuis in geslagen en geschoten ben – met een schedelfraktuur en hevig bloedend uit diverse wonden. Maar dat is een ander verhaal, dat niet zozeer enkel met Brussel als wel met het probleem van Marokkaanse schoffies & de Marokkaanse gemeenschap tout court, te maken heeft.

Voor de lelijkheid van de stad kan niemand blind blijven. Brussel is in vele opzichten een lelijke opengebarsten puist van bijtende contrasten. Art nouveau-monumenten en stinkende fabrieken, verlaten koninklijke paleizen en verpauperde wolkenkrabbers, krotwijken en villaparken: alles bevindt er zich zij aan zij. Maar de schoonheid die ondanks alles door alle bacteriële vuiligheid heen schemert is zo ontwapenend dat je de rest er zonder meer bij neemt. Als  je tenminste geneigd bent de stad het respect te geven die het verdient.

De onveiligheid en smerigheid van de stad, zijn problemen die de reizigers in Brussel terug in het gezicht geslingerd krijgen ten gevolge van een algeheel gebrek aan beide ten aanzien van de metropool. Het arme Brussel is, zowel in Europa als in gans België, vele malen minder geliefd dan gehaat. In deze navel van het continent, gebruikt men het tram- en metrostelsel zoals men elders het riool of de stortkoker gebruikt. Men stort zich als menselijke fecalieën of afvalresten door het ondergrondse en bovengrondse buizenstelsel, om de stad zo snel mogelijk binnen te geraken dan wel te verlaten. In andere steden, zoals Parijs, Londen, Moskou, Tokyo of New York, is het nog altijd een avontuur om van de metro gebruik te maken. Men kan er voor zich uit staren om de medemens niet te dicht op de huid te zitten en wat privacy te bedingen, maar de ervaring op zich is allerminst een onplezierige.

Brussel daarentegen, blijft voor de meeste mensen die er doorheen reizen, een unheimische strafkolonie. Waar je naast je werk zo min mogelijk tijd wenst door te brengen. Een oord van verderf, herrie en onveiligheid waar men hooguit komt om geld te verdienen of carrière te maken. Maar nimmer wenst te wonen. Kijk naar al die gespannen gezichten van het forensisch gespuis dat zich des ochtends en des avonds door de wormgaten spoedt rondom de Brusselse stations.  Altijd op weg van huis naar kantoor en van kantoor naar huis. Zonder oog voor de medemens of de omgeving. Met een van ergernis en lijden vertrokken gelaat. Als de stortkoker zich na spitsuur weer geledigd heeft, wordt het in Brussel ondergronds afgrijselijk stil en ledig. Een ledigheid waar de duivel maar al te gretig zijn ogen de kost geeft en oren te luisteren legt. Tegen zo’n faliekant getijde, is geen metronetwerk ter wereld bestand.

Neem die prachtige Ravenstein Galerij, die in navolging van Horta’s Centraal Station de heuvelrug doorklieft tussen de treinsporen van CS en Bozar. Geen winkel die het er, op een paar louche barretjes na waar de Vlaamse en Waalse ambtenarij buiten of tijdens kantoortijd aan haar alcoholische taks geraakt,  lang volhoudt. De ene na de andere nering is er het afgelopen decennium failliet gegaan. De tienduizenden die er dagelijks passeren, weten niet hoe snel ze met hun chagerijnige koppen de galerij weer moeten verlaten. Op weg naar “d’n buiten”: zuurstof, lucht, leven.

Om ons aan de problemen van de Brusselse metro teweer te kunnen stellen, voldoet het niet om de gewraakte metrostations op te vullen met nog meer winkelgalerijen, wafelbakkers of ordehandhavers. Het probleem rijkt letterlijk dieper en verder dan dat van de architectuur of de stadsplanning. Wat Brussel in de allereerste plaats nodig heeft, is een levensvatbare en dus noodzakelijke dosis amour propre. Respect en – jazeker – liefde. Zowel van hen die er verblijven als van hen die er werken. Zolang deze primaire levensbehoefte ontbreekt, zal de stad zowel boven als onder de grond zienderogen blijven verloederen.

"Ingekeerd" ; forensen bij metro Bckstael te Brussel. Door Bosz de Kler

"Ingekeerd" ; forensen bij metro Bckstael te Brussel. Door Bosz de Kler

Post Scriptum:

Overigens beleefde ik onlangs nog een mooie scène toen ik op CS Brussel in de metro stapte richting Simonis op weg naar onze muziekstudio, en plaatsnam in de voorste coupé van het vehikel samen met twee ouders en hun piepjonge kroost – een peuter met een tuut in z’n mondje en een kleuter van nauwelijks drie jaar. Beide kinderen waren op schoot genomen door hun ouders. Toen de trein begon te rijden, riep de mama naar het kleutertje dat op schoot zat bij papa: “tu vois Amelie, le train a démarré!” Het wichtje, veel wijzer dan het aantal jaren dat ze oud was, knikte met haar hoofdje – en bevestigde toen de uitroep van haar moeder door hardop te neuriën; haar gezicht op de ruit van de coupé gedrukt: “Oui maman, le train du bonheur a bien démarré!” Waarop ze dit merkwaardige refrein nog enkele malen zachtjes zingend herhaalde, terwijl de metrotrein zich door het pikkedonker een weg voorwaarts beet in de onderaardse tunnels tussen Brussel Centraal en Brouckère.

SvD BXL 16.11.11

“OUR BRUSSELS”; 25th Nov Mare Sabolotny and Vahur Afanasjev will speak in Passaporta about the city they once loved

“ONS BRUSSEL”

 

volgens het jonge Estse schrijverskoppel

Mare Sabolotny and Vahur Afanasjev

“Vodka Drinking Cowboys”

.

Vrijdag 25 november, 20u – Passaporta, Antoine Dansaertstraat 46 B1000 Brussel

Literaire avond over het leven in Brussel, gezien door de eigenzinnige  ogen van twee Estse auteurs  

Met medewerking van Geert van Istendael (B) en Serge van Duijnhoven (NL)

Vrije toegang

 

Mare Sabolotny (21) en Vahur Afanasjev (32) besloten vorig jaar om, na een verblijf van jaren in de hoofdstad van Europa, terug te keren naar hun thuisland in het Balticum. Het luxeleven dat ze hier leidden, gaven ze op voor een hard maar eerlijk leven in Tallinn. Vahur Afanasjev stelde zijn Brusselse jaren te boek in “Mii Brussel” – een soort hybride reisgids annex roman die zich afspeelt in het donkere hart van de Marollen. Het boek is in Estland nu al een bestseller.

Mare zal een fragment voorlezen uit haar onlangs verschenen roman „Peaaegu inimene“ („Bijna mens“). Vahur op zijn beurt, wil een geimproviseerde soundtrack ten gehore te brengen van gedichten over Brussel, als klankbeeld bij een korte film over een desastreus verlopen liefdesavontuur tijdens een van zijn laatste dienstjaren bij het European Economic and Social Committee in Brussels.

Brusselaar, dichter en essayist Geert van Istendael, zal aan deze avond zijn medewerking verlenen d.m.v. een voordracht waarin hij met liefde en gloed de “wonden en fragmenten” van zijn getourmenteerde geboortestad bezingt.

De Nederlandse schrijver Serge van Duijnhoven, die sinds 1999 in Brussel woonachtig is, zal de avond  modereren.  Estse versnaperingen en hartversterkingen zullen ruimhartig voorhanden zijn.

Toegang gratis.

*

“OUR BRUSSELS”

 

The Belgian Life Experience of Estonian Writers

Mare Sabolotny and Vahur Afanasjev

literary testimonies by two gifted “Vodka Drinking Cowboys” 

.

Friday Nov 25th, 20h – Passaporta, 46 Rue Dansaert B1000 Brussels

Literary evening about life in Brussels, witnessed from an Estonian perspective  

With the friendly participation of writers Geert van Istendael (B) and Serge van Duijnhoven (NL)

Free admittance

 

Mare Sabolotny (21) and Vahur Afanasjev (32) are two gifted, unclassical writers from Estonia, who lived for quite some time in Brussels. Last year, however, they decided to move back to Tallinn, deliberately giving up the high quality life they  lived in the capital of Europe. In his last book, My Brussels – a bestseller in Estonia – Vahur writes witfully and bluntly about his life experiences and endeavours during his years as a EU-administrator in Belgium. A literary chronicle about a love that came to an end, but also was refound in a completely different way.

Mare will read a fragment from her new and second novel Peaaegu inimene (Almost a human), while Vahur promised to sing some of his revealing poetry by means of soundscape to a defiant and lyrical short film he made while working as assistant for the European Economic and Social Committee in Brussels.

One of the great chroniqueurs of Brussels, Flemish writer Geert van Istendael  (Poor Brussels, The Belgian Labyrinth), will read some apt fragments about his ever-bleeding, split and splendid homecity “with its raffled ends and open wounds”. A song of love and wonders, joy and lamentation.

Dutch-born writer Serge van Duijnhoven – living in Brussels since 1999 – will moderate the evening. Estonian drinks and fruits will be provided.

The entrance is free.

*

“Bruxelles, on ne t’aime plus”

 

 témoinages littéraires des jeunes Estoniens

Mare Sabolotny and Vahur Afanasjev

“Vodka Drinking Cowboys”

 

.

Vendredi le 25 novembre, 20h – Passaporta, 46 Rue Dansaert B1000 Bruxelles

Soirée littéraire sur la ville de Bruxelles, vue par les yeux d’un jeune couple d’auteurs estoniens

Avec la participation amicale de Geert van Istendael (B) et Serge van Duijnhoven (NL)

Entrée libre

 

Mare Sabolotny (21) et Vahur Afanasjev (32) décidaient, après avoir passé des années dans la capitale de l’Europe, à retourner dans leur patrie dans la Baltique. La vie luxueuse qu’ils mènaient ici, est remplacé par une vie dûr mais honnête à Tallinn. Vahur Afanasjev a décrit ses années de malin à Bruxelles dans son nouveau livre “Mii Bruxelles” – une sorte d’hybride roman-cum-guide-de-voyage, qui se situe dans le cœur sombre des Marolles. Le livre est déjà un best-seller en Estonie.

Mare récitera un extrait de son deuxième roman «Peaaegu inim” (“Presque humain”). Vahur prévoit de chanter ses poemes de « Vodka drinking cowboy » dont il a déjà établit une certaine reputation internationale. Ses chansons improvisées sur Bruxelles et Tallinn, serviront comme une sorte de bande sonore pour le court métrage réalisé par lui-même, sur ses aventures de désastre, pendant sa dernière année de service au sein du Comité économique et social européen à Bruxelles.

Le grand chroniqueur-essayiste du royaume de la Belgique et la ville de Bruxelles, Geert van Istendael (auteur du Labyrinthe belge et Arm Brussel), va coopérer ce soir par reciter quelques de ses textes en hommage de sa ville natale, «pauvre, splendide, saignante et tourmentée ».

L’écrivain néerlandais Serge van Duijnhoven, qui réside à Bruxelles depuis 1999, animera la soirée. Des rafraîchissements d’Estonie seront généreusement disponibles.

L’entrée est gratuite.

*