Het kerkhof van het alfabet

Serge van Duijnhoven bevindt zich momenteel met zijn vriendin Arlette van Laar in Yerevan, de hoofdstad van Armenie, alwaar hij gastschrijver is in het kader van Yerevan Wereldboekenhoofdstad 2012. Voor deBuren schrijft hij er aan een citybook. Met zijn band DICHTERS DANSEN NIET zal hij er op 24 april een concert geven in het plaatselijke Genocidemuseum.

De stoffige stad Yerevan zindert in de nu al warme voorjaarszon. Op de achtergrond van de licht hellende vlakte, waarop de stad van 1,1 miljoen inwoners zijn krotten, krochten, flats en avenues heeft uitgespreid, glimmen de toppen van de Kleine en Grote Ararat. De ene bijna vier, de andere ruim vijf kilomter hoog, en bedekt met ijs en sneeuw die het licht in een fijnmazige waas weerkaatsen. De Ararat is het hart en de ziel van de Armeense natie. Maar dan wel een hart dat op brute wijze uit het lichaam is verwijderd. Door de Turken, die de grens met Armenië hermetisch hebben afgesloten sedert de Eerste Wereldoorlog. Het is een even zoete als bittere bron van emotie voor alle Armeniërs: de berg die hun ziel en zaligheid vertegenwoordigt, is alleen vanuit de verte te bewonderen. Daarginder strekt de oude en volgens sommigen nog steeds actieve vulkaan zijn hellingen en rotsflanken beschermend uit over de natie die zich sedert lengte van dagen rond haar beddingen en dalen heeft gegroepeerd. Maar die haar nimmer lijkt te mogen naderen noch beklimmen.

foto van de kleine en grote Ararat door Filip van Zandycke

In 2001 wees schrijver Kamiel Vanhole me op het boeiende verhaal van Willem van Rubroek, franciscaner monnik uit Vlaanderen, die van 1253 – 1255 naar het Verre Oosten trok, met de bedoeling  Karakoroem – de hoofdstad van het Mongoolse rijk – te bereiken. In de hoofdstad van het heidense Mongoolse Rijk wilde Willem twee gevangengenomen (christelijke) Saxische zakenlieden vrij zien te krijgen, en er zo mogelijk een missiepost  stichten. Rubroek effende, achttien jaar voor Marco Polo, de weg voor latere predikers in China. Zijn reisweg liep via Cyprus naar Constantinopel,  over het Krimschiereiland richting Batoe, en zo steeds verder oostwaarts.

Van Rubroek was een taaie, want niet alleen slaagde hij er daadwerkelijk in het onmogelijk verre Karakoroum te bereiken, maar er ook nog van terug te keren. En er in geuren en kleuren over te vertellen in een verslag dat hij aan zijn beschermheer, de Franse koning Lodewijk IX, aanbood. Tijdens zijn terugtocht naar Vlaanderen,  verbleef de monnik-diplomaat in december 1254 in de stad ‘Naxus’, Nadjivan of Nachischervan, in het huidige Armenië.

In hoofdstuk XXXVIII, getiteld ‘De reis van Hircania naar Tripoli’, schreef Rubroek: ‘In de nabijheid van die stad liggen twee bergen, de ene wat hoger dan de andere. Daar heeft, naar ze zeggen, de ark van Noach op gerust. Aan hun voet vloeit de Araxes. En daar ligt een dorp dat Cemanium heet, dat betekent ‘acht’. Er wordt verteld dat die naam voortkomt van de acht personen die uit de ark gekomen zijn en die het dorp gebouwd hebben op de hoogste berg. Veel mensen hebben geprobeerd om de top te bereiken, maar dat is nog niemand gelukt. De bisschop vertelde me dat een monnik dat erg graag gewild had. Maar een engel was hem verschenen, had hem een stuk hout van de ark gegeven en gezegd dat hij niet langer hoefde te piekeren. Dat hout, beweerden ze, wordt nu nog in hun kerk bewaard. De berg lijkt me niet zo hoog dat de beklimming ervan onmogelijk zou zijn. Een oude man gaf mij een goede reden waarom niemand moest proberen om die berg te beklimmen. Deze berg heet ‘Massis’ en in hun taal is dat het woord voor het vrouwelijk geslacht. ‘Op de Massis,’ zei hij, ‘moet je niet klimmen, want die is de moeder van de wereld.’’ En een moeder, die beklim je niet…

Yerevan is dit jaar door de UNESCO uitverkoren om Wereldboekenhoofdstad te mogen zijn. De festiviteiten zullen eind april van start gaan en tot in 2013 duren.  Een van de redenen om Yerevan in 2012 deze eretitel toe te kennen, is het feit dat Armeniërs dit jaar het feit vieren, dat het eerste boek in de Armeense taal (een bijbel) precies 400 jaar geleden in druk verscheen. Bij een van de vele vrije drukkers in Amsterdam. Het Armeense alfabet, en de Armeens-apostolische kerk,  dateren al van lang daarvoor. Armenië was het eerste land in de wereld, waar het christendom, anno dominis 301, tot staatsgodsdienst verheven werd.

Ontzag voor boeken zit er bij Armeniërs van nature ingebakken. De bijbel en andere religieuze werken functioneren voor Armeniërs zoals iconen voor de Byzantijnse kerken:  als heilige en uiterst schaarse voorwerpen die volop verering verdienen. Vandaar ook dat de heilige boeken altijd zo rijkelijk werden en worden ‘verluchtigd’, voorzien van kleurrijke, beweeglijke, levendige miniaturen die taferelen uit de Heilige Schrift uitbeelden. Bij de krijg namen Armeniërs steevast het evangelie mee als talisman, en indien een nederlaag dreigde werden de boeken begraven om te voorkomen dat ze in vijandelijke handen zouden vallen.

In het centrum van Yerevan bevinden zich in het majestueuze Mesrop Mashtots’ Matenadaran Instituut meer dan 15.000 kostsbare manuscripten die de onbarmhartige geschiedenis van het Armeense volk hebben weten te overleven . Een wonder als je bedenkt hoe vaak de Armeniërs onder de voet zijn gelopen, verdreven of ronduit uitgemoord. De oude kopiisten herinneren hun lezers in de colofons expliciet aan het respect waarmee de boeken gelezen en behandeld dienen te worden. Een kopiist smeekt ‘Bij de Liefde van God, houd dit weg van kaarsen en olie en pak het alleen beet met een witte doek. Alstublieft.’ De schat aan rijkgeillustreerde boeken, vormt in zekere zin – naast de berg Ararat als algemeen symbool – het gematerialiseerde hart van de Armeense cultuur, geschreven in het alfabet dat een van hen, op verzoek van de kerkelijke autoriteiten, in 405 ontwierp.

Dat Armeense alfabet, met 36 letters, is net zo curieus en weerbarstig als de kerken en het landschap waarvan het de taal tracht te verbeelden. Spijkerschrift dat verticaal lijkt neergebeiteld, van boven naar beneden. Scherp en beheerst, maar ook grillig en mysterieus. Glad en scherp, helder en toch volstrekt onbegrijpelijk als hiëroglieven gehouwen uit steen. Je breekt er je hoofd over. Je snijdt er je ogen en gehemelte aan open. Maar als je het hoort spreken is het verrassend zacht, alsof de scherpe randjes er in de loop der tijd zijn afgevijld door de menselijke tong in ons gehemelte. Als keien die zijn rondgeslepen in een rivier.

Het kroonjuweel van het Matanadaran Instituut vormt de Msho Charentir – de verzamelde toespraken van Mush – een boek van 27 kilogram, 600 pagina’s dik, 75cm bij 55cm in omvang. Voor iedere pagina is een kalf geslacht.  Pal voor het Instituut staat het Mesrop Mashtots monument, met de eerste zin die uit het Armeens bekend is: ‘Wijsheid kennen en over goede raad beschikken is het realizeren van het woord van een genie.’ Aan dat genie in kwestie, Mesrop Mashtot, alsmede aan zijn alfabet, zijn een graftombe, kerk en kerhof gewijd in de buurt van Yerevan.  In het plaatsje Oshakan, aan de noordwestflank van de berg Ararat.

Ik bezoek de heilige plek in gezelschap van de Armeense filmregisseur David Matevossian, zoon van de in de ganse Sovjetunie gevenereerde auteur Hrant Matevossian. Gezeten in zijn witte Japanse wagen, met het stuur nog altijd rechts (wat me op de bijzit wild doet uitwijken op kritieke momenten als we trage voorliggers willen inhalen), omschrijft David de stichter van het Armeense alfabet als een soort Steve Jobs uit de vijfde eeuw na  Christus. Een man die hele generaties met elkaar heeft leren communiceren. En dat al meer dan zestien eeuwen lang… Het is afwachten of de Apple Macintosh even lang zijn diensten zal weten te bewijzen als Mashtot’s mysterieuze alfabet uit het jaar 405.

David Matevossian met dochter Shaghik

Bij het heiligdom zie ik lange slierten jeugdig grut de kerk van het alfabet binnen trekken, en even gedisciplineerd het heiligdom weer uitmarcheren. Handje in handje, sommigen ook met balonnen en bloemen die bij de graftombe van de Heilige zullen worden neergevleid.  Gekleed in hun allernetste zondagse kledij. De meisjes in stijve jurkjes van kant, de jongetjes met stropdasjes over hun witte overhemdjes afgedekt met vestjes van fluweel. Net zoals toen ik mijn eerste communie deed, in de eucharistiekerk tegenover de Pius X school in Oss, Noord-Brabant, anno 1978. Het jonge grut dat in stoeten door de kerk van het alfabet trekt, legt stil en respectueus witte anjers neer op de graftombe van Mashtot die sedert het gereedkomen van de kerk, enkele jaren na diens dood, is bijgezet in de onderaadse cripte van de kerk.

Hun eerste, prille kennis van het ongrijpbare alfabet doen de koters op in de tuin die aan de kerk grenst. Daar is een Alice-in-Wonderland-achtig leger van in steen gehouwen letters opgesteld. Iedere leerling wordt erop uitgestuurd “zijn eigen letter”, d.w.z. de eerste letter van zijn of haar naam, te zoeken en te vinden. De stenen soldaten die in hun massieve uniformen het stille leger van Koning Alfabet moeten verbeelden, staan stram in de houding. Ze geven geen krimp als de kinderen ze gillend van opwinding en enthousiasme komen omarmen, bekloppen, bespringen, beklimmen en soms ook beschoppen. De jeugdigen proesten het uit. Didactisch is dit kerkhof een vondst van jewelste. Het is leuk, en het leert ze respect opbrengen voor iets waar de jeugd elders nog maar weinig aandacht voor op kan brengen, nu computerconsoles al voor peuters en kleuters in het verwende Westen beschikbaar zijn om het kroost mee koest te houden.

Het leger van stramme letters dat in de tuin staat opgesteld, heeft ook wel iets weg van een gothisch kerkhof met zesendertig stenen zerken. Kruisstenen met krullen en slingers, als slangen die zich telkens anders om een boomstronk krullen. Bijbels, oud-testamentisch, dat is het  allemaal zeker.  Vier stenen tafels met telkens negen letters zijn geinstalleerd boven de ingang van het heiligdom, op de plaats waar in katholieke kerken zich vaak het rozetraam bevindt. Ook hier in deze kerk van het alfabet, sijpelt er zonlicht van buiten door de lettertafelen heen naar binnen. De schaduw speelt een intricaat en lenig spel met de letters, net als de slang dat buiten op het kerkhof doet met de stronken van steen die het alfabet moeten verbeelden. Mijn geliefde en ik staren gefascineerd naar de heilige beschermfiguur bovenop  de letter A, die niet zo heet in het Armeens. Het betreft een U met rechtsonder een gekruld varkensstaartje. De heilige figuur met baard, heeft zijn rechterhand geheven in een gewijd gebaar, waarbij zijn duim op oogvormige wijze naar zijn handpalm terugbuigt. Drie vingers blijven waarschuwend ten hemel geheven. De verklaring van regisseur David Matevossian is dat het een zegenend gebaar betreft. Blessing, universal trinity (drie vingers), de aarde als symbolisch middelpunt van het heelal. In zijn linker hand houdt de figuur een wereldbol omhoog. Een symbool voor de gehele kosmos. Links van de figuur zijn Cherubijnen afgebeeld, gehouwen in de steen. Rechts een stel Serafijnen.

Serge van Duijnhoven met Swantje Lichtenstein bij de letter S in het Armeense Kerkhof van het Alfabet. Foto genomen door Arlette van Laar.

Het alfabet is een mirakel. En mirakels worden vereerd in een heiligdom. Vandaar dat het voor Armeniërs volstrekt logisch is dat de kerk waar de stichter van hun alfabet begraven ligt, bedevaartsoord is geworden voor al wie zich wil komen vergapen aan de bedenker van het schrift dat hun heilige kerkvader met Gods zegen tot stand heeft gebracht. En waar ze zelf nog iedere dag de vruchten van plukken. “Due to this miracle, we were able to survive through the centuries”, zo verwoordde de Katholicos – de Armeense paus – het eerder in het heiligdom Echmiadzin.

Bij het verlaten van het heiligdom dat in 433 – drie jaar na Mesrops dood – gereed is gekomen, kijkt de berg Ararat streng en machtig op ons neer. Ter rechter zijde van de poort met het hek vol spijlers, hebben zich allerlei kleine winkeltjes – de meeste op wielen – opgesteld. Houten kraampjes, karretjes, tafels met een regenscherm eroverheen. De waar die verkocht wordt, is grotendeels religieus van aard. Goedkope prullaria van plastic, rozenkransen, de verlosser in plastic aan een kruis van fluorescerend hout. Kralen, maansteen, obsidiaan, onyx, bidprentjes, piepkleine ikoontjes die in een fabriek  in China in elkaar lijken gestoken en machinaal beschilderd. Om schrijver Adriaan van Dis te citeren: “bij al het zoete, word je aan het bittere herinnerd”.

Op de terugweg naar Yerevan, passeren we de contouren van de mythische berg Ara, waar ooit het lijk van een oeroude gelijknamige Armeense vorst naartoe werd gesleept. In de hoop dat de hellehonden het lijk van de overleden koning weer schoon konden likken, van zijn wonden doen genezen, en aldus terug zouden kunnen laten keren uit het dodenrijk. Vergeefs. De overleden vorst kwam niet weer tot leven. De Assyrische vorstin Semiramis, die met haar leger de Armeense vorst gewapenderhand aan zich had willen onderwerpen, was ontroostbaar.

Zicht vanuit de kraterkloof van de Berg Arar, door Trygve Utstumo

De berg Ara, is nog altijd een vervloekte berg, zo vertelt ons David Matevossian. Er woelen daarboven mystieke wervelwinden. Zeven jaar geleden is er een schooljuf van de berg af geblazen, terwijl ze met de kinderen uit haar klas een bergwandeling aan het maken was. De juf is van een rots, hups, zo de diepte in gezogen door de onberekenbare kracht van een valwind. De kloof waarin ze tuimelde was zo grillig en diep en zat zo vol verraderlijke spleten, dat het David en zijn reddingsteam vijf dagen gekost heeft voor ze het lijk hebben kunnen vinden. Het lichaam was terecht gekomen tussen twee rotsspleten. Uiteindelijk heeft een helicopterpiloot het lijk uit de kloof opgetakeld. De juf was een bekende van David, ze was de lerares van zijn oudste dochter Sotchi. Die nu in Sofia, Bulgarije, internationale politiek studeert en zich volop inzet voor de democratisering van haar geboorteland. En de parlementaire verkiezingen, die plaats zullen vinden op zes mei aanstaande. Net als naar Yerevan World Book Capital 2012, wordt er naar die verkiezingen in de hoofdstad met veel spanning en onrust uitgekeken.  In vele opzichten verkeert Armenië in een staat van nerveuze avant-propos. Waarover later meer, in mijn volgend verslag vanuit Yerevan…

Serge van Duijnhoven (Oss, 1970) is schrijver, dichter, historicus en tevens frontman van de band Dichters Dansen Niet. In 2011 verschenen van hem: Bitterzoet (Nieuw Amsterdam), Wat ik zie kan ik niet zijn (Pels & Kemper), alsmede een biografie van Phil Bloom. Serge van Duijnhoven bevindt zich momenteel met zijn vriendin Arlette van Laar in Yerevan, de hoofdstad van Armenie, alwaar hij gastschrijver is in het kader van Yerevan Wereldboekenhoofdstad 2012. Voor deBuren schrijft hij er aan een citybook. Met zijn band DICHTERS DANSEN NIET zal hij er op 24 april een concert geven in het plaatselijke Genocidemuseum.

4 reacties

  1. Keep on writing writing from A to Z and back from Z to a.

    Met hoedgekruide groeten,

    Filip

  2. Fascinerend!

    Helena

  3. […] meer op de website van van Serge van Duijnhoven. Deel ditEmailFacebookSharePrintDiggRedditStumbleUponTags: Serge van […]

  4. […] Het kerkhof van het alfabet […]


Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s