Radiomuze Chantal Pattyn dient dichter en publiek van repliek

WAAROM JE VOOR KUNST MAG/MOET KIEZEN

Omdat verbeelding een mensenrecht is

Een overdosis kunst, het is voor Chantal Pattyn een contradictio in terminis. Ze wordt nog steeds ontroerd, extatisch en getroost door goede kunst in allerlei vormen. En ze hoopt van u hetzelfde.
Omdat verbeelding  een mensenrecht is
Jeanne Moureau in ‘Ascenseur pour l’échafaud’ uit 1957. Hoe zou het leven zijn zonder de muziek die Miles Davis schreef voor deze film? rr

Onlangs vroeg de Nederlandse dichter en schrijver Serge van Duijnhoven me of ik niet aan het syndroom van Stendhal lijd. Waarmee hij bedoelt: de fysieke collateral damage die optreedt als je je te veel en te vaak door de schoonheid van de kunst laat aangrijpen – prachtig verbeeld in een scène uit La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino, wanneer een Japanse toerist letterlijk dood valt na het aanschouwen van de grootsheid van Rome.

‘In hoeverre hebben al die volumes aan voorstellingen, tentoonstellingen, films, concerten en andere sublieme illusies uw montere geest verrijkt, geraakt en veranderd’, vroeg Van Duijnhoven. ‘Wat heeft al die materie nu met uzelf uitgehaald, gezien u niet zomaar een spiegel of een put bent, maar een vrouw van vlees en bloed die zich blijkbaar met niet veel meer schijnt te voeden dan met kunst’.

Kortom: Serge van Duijnhoven maakt zich grote zorgen, gezien mijn overconsumptie van kunst. Waarom leeft iemand zo?

Zo’n vraag verdient een repliek…

Pompidou.ChantalPattyn&MvdACVSvD.19.03.14

Serge van Duijnhoven hier nog te gast in het radioprogramma Pompidou, gepresenteerd door Chantal Pattyn, KLARA woensdag 19 maart 2014. Vlnr: Chantal, Maarten Vandenabeele, Serge, Christophe Vekeman.

En die gaf ze, zowel in levenden lijve in de Bourla Schouwburg te Antwerpen waar op maandag 19 mei het grote IK KIES VOOR KUNST-debat plaatsvond. Als in De Standaard, waar ze in ronkende zinnen vol vuur en vlam de stellingen betrok op de Opinepagina van het voor de rest meestal toch wat gezapige Dagblad. Hier volgt de tekst:

“Geachte notabelen, theatermakers, dichters, beeldenstormers, essayisten en andere tiesten, zeer geachte hard werkende cultuurwerkers en dames en heren die hier vanavond in de Bourla, ondanks de tropische temperaturen, bijeen zijn gekomen om hun stem niet eens te verheffen, maar uit te brengen,

Boven en voorbij alle ideologieën heen,
Voor de kunst.
En benieuwd zijn naar wat de politieke machten na 25 mei met die kunst van plan zijn.

Op vraag van de organisatoren, trap ik deze avond in gang met een kleine persoonlijke notitie.

Aangezien ik nogal zuinig ben met Facebook en niemand friend die ik niet ken of waardeer, en mijn leven aldus slechts ten dele publiek is,
zal ik met u iets sharen dat me deze week overviel.

Ik had, zoals ik wel vaker doe wanneer ik enthousiast ben over iets wat ik zag, een bericht geplaatst over de Duitse fotograaf Thomas Ruff van wie vrijdagavond in het SMAK in Gent de tentoonstelling ‘Lichten’ opende.

Vorige donderdag beland ik in het museum en sluit aan bij de rondleiding die de kunstenaar geeft voor de erfgoedbewakers van het instituut.
Ik hang aan zijn lippen, want van Thomas Ruff, daar zag ik zowat alles van, dat is een hele grote meneer, die plots een man van vlees en bloed wordt en vertelt over zijn twijfels en technische en artistieke queeste in het kader van het maken van een nieuwe reeks beelden, een hommage aan de prachtige fotogrammen die begin vorige eeuw als het waren werden uitgevonden door o.m. Man Ray en Laszlo Mogoly- Nagy.
Het proces had Ruff bloed, zweet en vooral maanden tijd gekost, en alleen door de medewerking van het Forschungszentrum in München, waar, zal het u verbazen in dit rijke Beieren, de snelste computers van Europa staan, was hij staat geweest zijn beelden op één dag tijd te renderen, waar het hem anders 6 maand tot een jaar had gekost. Ruff had het technisch kunnen van een paar bollebozen op de spits gedreven, want niemand had hun computers tot nog toe met zoveel data op de proef gesteld, maar het was hen gelukt. Kortom, de kunst had de wetenschap uitgedaagd, en iedereen was opgetogen en door het dolle heen van wat ze samen hadden gerealiseerd.

En dan kijk je naar die foto’s, gigantisch groot, bijna abstract, en als je Ruff niet aan het woord had gehoord, had je die beelden bekeken, ze prachtig gevonden en op naar het volgende beeld getrokken. Naar zijn nachtbeelden, zijn interieurs, de sterrenhemels die overal ter wereld in de meest prestigieuze musea en collecties hangen.

Om de Duitse duivel-doet-al Karl Valentin te citeren: ‘Kunst is Schön aber macht viel Arbeit’.

Dat schijnen we vaak te vergeten, kunst is de moeilijkste opdracht die iemand zich kan voorstellen. Het is zoeken, twijfelen, je positie ten opzichte van de kunstgeschiedenis definiëren, bescheiden zijn en dan weer totaal fanatiek en radicaal. Het is om gek van te worden. En dan moet, wat je als kunstenaar maakt, ook nog eens gesmaakt worden. Door een kleine schare maar liefst door hordes fans. Neem het van me aan, geen kunstenaar komt ’s ochtends of desnoods na de middag zijn bed uit als hij of zij niet van plan is ten minste zijn wereld te veranderen. En met die wereld heeft hij het, ook al werd hij de jongste jaren vaker beschimpt en vernederd dan bejubeld, het beste voor.

Maar terug naar mijn nachtelijke post met aantal gedachten over mijn ontmoeting met Thomas Ruff op Facebook. ’s Anderendaags ’s ochtends krijg ik een bericht van een bezorgde Nederlandse dichter die zich ondertussen in Brussel heeft genesteld omdat hij zich hier dichter bij Jacques Brel waant dan in Amsterdam, waar de grachtengordel dan wel romantisch mag zijn voor de argeloze toerist, maar een wurgend effect heeft op al wie buiten de literaire lijntjes kleurt.

Ik parafraseer nu Serge Van Duijnhoven, die zich, zonder het zo te benoemen, publiekelijk afvroeg of ik ondertussen niet aan het syndroom van Stendhal aan het lijden was, te weten de fysieke collateral damage die optreedt als men zich te veel en te vaak door de schoonheid van de kunst laat aangrijpen, van duizeligheid tot hysterie. Ten andere prachtig verbeeld in een scène uit de film La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino, wanneer een Japanse toerist letterlijk dood valt na het aanschouwen van de grootsheid van Rome, maar, terug naar de bekommerde vraag van Serge van Duijnhoven:

‘In hoeverre al die volumes en quantas aan voorstellingen, tentoonstellingen, films, concerten en andere sublieme illusies mijn montere geest nu hadden verrijkt, geraakt en veranderd hadden. Wat al die materie nu met mezelf had uitgehaald, gezien ik niet zomaar een spiegel of een put was maar een vrouw van vlees en bloed die zich blijkbaar met niet veel meer scheen te voeden dan met kunst’.

Kortom: Serge van Duijnhoven maakt zich grote zorgen, gezien mijn overconsumptie van kunst. En dat zulks misschien wel de luisteraar van Pompidou ten goede kwam maar mezelf ten kwade.

Zo’n vraag verdient een repliek, en die wil ik met jullie delen vanavond. Want het gaat over een keuze die men heeft gemaakt, en die wil ik best argumenteren.

Waarom leef je zo, lieve mensen?

Omdat zulk een leven betekent dat je de complexiteit van de dingen aanvaardt, zonder garantie op antwoorden.
Omdat kunst die gelaagdheid van nog wat extra onvoorziene lagen voorziet.
Omdat kunst je blik opent en je contreien laat zien waar je nooit was.
Omdat kunst zelfs op de meest eeltige plekken van je ziel trapt,
Omdat kunst je naar adem laat happen waar je dacht dat er geen zuurstof meer was.
Omdat kunst je anders naar de geschiedenis laat kijken.
Omdat kunst verbanden legt die zelf nooit had vermoed.
Omdat kunst telkens opnieuw kritisch naar zichzelf kijkt.
Omdat kunst je de ene keer wel en de andere keer niet met je hulpeloosheid kan verzoenen.
Omdat kunst je op het meest basale niveau met schoonheid en lelijkheid kan confronteren, van de Sixtijnse kapel tot de installaties van Paul McCarthy.

Omdat kunst je, drie minuten ver tijdens het 2de bedrijf van Jenufa van Leos Janacek in een waanzinnige tristesse kan onderdompelt.

Omdat je, zelfs al sprak hij nog geen woord en stak hij voorlopig alleen een sigaar op, al door het dolle heen bent alleen al door de aanwezigheid van Damiaan de Schrijver op een podium.

Omdat je, nadat je 500 mijlen reed om van Houston tot in Marfa, Texas te geraken, een bijna spirituele trance ervaart nadat je al die metalen kubussen van Donald Judd hebt aanschouwd.

Omdat Woody Allen je aan het lachen brengt, op een dag dat je auto alweer eens werd weggetakeld en een vriend je belt met de boodschap dat hij depressief is omdat niemand zijn werk begrijpt.

Omdat kunst je, een ketter geworden omdat God op je 12de je oma heeft laten sterven, zelfs al had je nog zoveel gebeden en tekeningen gemaakt, in een kapel in Saint-Paul de Vence tot een knieval beweegt voor die paar blauwe lijnen waarmee Henri Matisse een madonna vorm gaf.

Omdat je lijf zwaar als lood wordt als je de late muziek van Franz Liszt beluistert,

Omdat je troost put iedere keer als je Quatuor pour la fin de temps van Olivier Messiaen hoort en nooit zal begrijpen hoe het trauma en van Auschwitz iemand tot zoveel intense schoonheid kon brengen.

Omdat je ontroerd wordt door een klodder groene verf die een schilderij van Cy Twombly doet kantelen.

Omdat Parsifal van Wagner een andere betekenis kreeg nadat Romeo Castellucci zich ermee moeide.

Net zoals het concerto voor de linkerhand van Maurice Ravel in de installatie van Anri Sala op de Biennale van Venetië.

Omdat je stil wordt telkens je in Arezzo voor de fresco’s van Piero de la Francesca staat.

Omdat je de Marokkaanse jongen naast je had willen omhelzen nadat je samen met hem, die je niet kende, 100% Brussels van Rimini Protokoll hebt gezien op het KunstenFestivaldesArts en samen trots was in dezelfde stad te wonen.

Omdat je de burgeroorlog in Libanon iets beter begreep nadat je de films van Akram Zaatari twee keer hebt gezien.
Omdat je Albanië, dat vreemde stukje in de Balkan, misschien iets beter begreep na het via het werk van Adrian Paci in het Jeu de Paume.

Omdat onze koloniale geschiedschrijving niet meer compleet is, zonder de schilderijenreeks Mwana Kitoko van Luc Tuymans, de film Spectres van Sven Augustijnen en het boek Congo van David van Reybrouck,

Omdat het mogelijk is dat een kunstenaar als Benjamin Verdonck je helemaal tot stilstand brengt nadat hij met veel touwen een aantal driehoekige vormen laat bewegen en kantelen in een decor dat de essentie van het theater verbeeldt.

Omdat je tot tranens toe bewogen bent door het verdriet van de Ierse schapenboer in de eerste langspeelfilm van Els Dietvorst.

Omdat je nog altijd in een vijfde versnelling geraakt als je de opname van La Traviata in de Scala van Milaan met Maria Callas door de boxen jaagt.

Omdat je niet meer naar Die Schöne Müllerin van Schubert kan luisteren zonder aan de regie van Christoph Marthaler te denken.

Omdat je je niet kan voorstellen hoe het leven zou zijn zonder de muziek die Miles Davis schreef voor L’Ascenseur pour l’échafaud van Louis Malle,

Omdat je een ander leven zou hebben als je Madame Bovary niet had gelezen.

Maar kunst moet tegelijkertijd ook niets,
Kunst mag gewoon over zichzelf gaan,
Zonder zich een moer van de toeschouwer aan te trekken.
De Britse pop art kunstenaar Richard Hamilton, helaas ook al dood, richtte zijn eigen monument voor Marcel Duchamp op, wie niet vetrouwd is met diens werk The Large Glass of Le Grand Verre heeft pech, maar het staat iedereen vrij zich in te lezen in die geschiedenis zonder een boze brief te sturen aan Chris Dercon, heden baas van Tate Modern.

Nicolas Provost maakt een film in een straat dichtbij Times Square in New York omdat het licht er zo prachtig is.
Cézanne deed niet veel anders toen hij de Mont Sainte Victoire bij Aix-en-Provence keer na keer op doek zette.

Kunst heeft het recht om alles te zijn wat het wil.
Dat is nu eenmaal waar verbeelding om gaat.
Daar zijn geen grenzen, geen regels.
En om die reden is verbeelding een mensenrecht, net als eten, drinken, een dak boven je hoofd, een school die je voorbereidt op de wereld zoals hij is en de garantie dat niemand je de kop inslaat.

Tot besluit: ik kies voor kunst omdat het mij verzoent met de onmogelijkheid van de menselijke conditie.
Omdat het alle zekerheden op de helling zet,
En net die wetenschap me troost,
Want van zekerheiden word ik onzeker.
Dus heb ik kunst nodig,
Omdat het mijn hersenen aan het werk zet,
Of net helemaal verlamt.
En omdat ik graag in een constante mood van extase verkeer,
Als een Teresa van Avila, verbeeld door Gian Lorenzo Bernini in Rome,
Maar dan zonder goddelijke pijl,
En na die extase terug in de realiteit belandt,
In de wetenschap dat er niets ter wereld is dat me de werkelijkheid beter doet begrijpen dan kunst.

Liefhebbers, verslaafden, kunstenaars, politici en beleidsmakers, ik hoop uit het diepst van mijn hart dat u de kunst zal blijven ondersteunen, want zonder die kunst, is onze identiteit gedoemd om eendimensioneel te blijven. En met één dimensie ziet het leven er grijs uit. Laten we dat vooral vermijden, en de verbeelding haar werk laten doen.

En voor het overige gaat alles goed met me.

Dus maak je geen zorgen, lieve Serge.

Ik dank u.”

Chantal Pattyn

Chantal Pattyn

 

bovenstaande verklaring werd tevens gepubliceerd op 20 mei in De Standaard en op de Facebook pagina van Klara:

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140519_01111518

https://www.facebook.com/shares/view?id=656719564408335

 

 

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s